De grootste 1 procent van de betalende AI-gebruikers in een Amerikaans onderzoek geeft gemiddeld 903 dollar per maand uit aan kunstmatige intelligentie. De doorsnee betaler besteedt slechts 25 dollar. Uit nieuwe cijfers van investeerder Andreessen Horowitz blijkt hoe groot het verschil is tussen mensen die af en toe een chatbot gebruiken en grootverbruikers die AI inzetten voor hun dagelijkse werkzaamheden.
AI is voor veel consumenten een abonnement van enkele tientjes per maand. Maar een kleine groep gebruikers betaalt inmiddels honderden of zelfs duizenden dollars voor verschillende AI-diensten.
Dat blijkt uit het op 5 oktober gepubliceerde
onderzoek van Andreessen Horowitz (a16z). De investeringsmaatschappij analyseerde gegevens van YipitData over betalingen van Amerikaanse consumenten.
De cijfers laten zien dat AI zich ontwikkelt tot meer dan een hulpmiddel om vragen te beantwoorden. Voor sommige gebruikers is de technologie inmiddels een vast onderdeel van hun werk.
Eén procent van de gebruikers betaalt bijna een vijfde van alle AI-uitgaven
De verschillen tussen betalende AI-gebruikers zijn opvallend groot.
In augustus 2026 was de duurste 1 procent van de betalende gebruikers verantwoordelijk voor maar liefst 19,5 procent van alle AI-uitgaven binnen het onderzochte panel.
De onderste helft van de betalende gebruikers was samen goed voor 16,6 procent.
Dat betekent dat een relatief kleine groep meer geld aan AI uitgeeft dan miljoenen andere gebruikers bij elkaar, al geeft het onderzoek geen volledig beeld van de wereldwijde AI-markt.
De hoogste 1 procent betaalt gemiddeld 903 dollar per maand. De mediane betaler, oftewel de gebruiker precies in het midden van de uitgavenverdeling, komt uit op 25 dollar.
Het gaat nadrukkelijk om Amerikaanse betalingsgegevens. De cijfers zeggen niets rechtstreeks over het uitgavenpatroon van Nederlandse AI-gebruikers. Bovendien kunnen achter consumentenbetalingen ook zakelijke activiteiten schuilgaan.
Waar geven deze AI-grootverbruikers hun geld aan uit?
Wie honderden dollars per maand aan AI uitgeeft, betaalt doorgaans niet alleen voor één chatbot.
Volgens Andreessen Horowitz gebruiken de grootste betalers relatief vaak diensten waarmee ze processen automatiseren, software bouwen, ontwerpen en video's produceren.
Het rapport noemt onder meer
n8n,
Manus,
Figma en
HeyGen.
Deze programma's bedienen verschillende behoeften. Met n8n kunnen gebruikers bijvoorbeeld geautomatiseerde werkprocessen bouwen die verschillende diensten met elkaar verbinden. HeyGen richt zich op het maken van video's met AI, terwijl Figma ontwerpwerk ondersteunt.
Een ondernemer kan daardoor meerdere abonnementen naast elkaar gebruiken. Denk aan een tekstmodel voor onderzoek, een programmeerassistent voor softwareontwikkeling en een videodienst voor marketingmateriaal.
Daar komen mogelijk extra kosten bij wanneer diensten rekenen voor intensief gebruik, aanvullende capaciteit of specifieke functies.
De belangrijkste ontwikkeling is dat AI-uitgaven steeds meer kunnen lijken op zakelijke softwarekosten. Waar een consument een chatbot vooral gebruikt om informatie op te zoeken, kan een zelfstandige professional AI inzetten om producten of diensten te leveren.
Dat maakt een maandbedrag van honderden dollars niet automatisch verstandig. De vraag is hoeveel waarde de gebruiker tegenover die kosten weet te zetten.
Waarom een duurder AI-abonnement niet altijd beter is
AI-bedrijven bieden steeds meer betaalde mogelijkheden aan. Toch betekent een hoger maandbedrag niet dat iedere gebruiker daar evenveel voordeel uit haalt.
Voor iemand die enkele keren per week een e-mail schrijft, informatie opzoekt of een document samenvat, kan een gratis versie voldoende zijn.
Een programmeur die dagelijks grote hoeveelheden code verwerkt, kan juist tegen gebruikslimieten aanlopen. Voor zo'n gebruiker kan een uitgebreider abonnement tijd besparen.
Hetzelfde geldt voor bedrijven die AI gebruiken om terugkerende werkzaamheden uit te voeren.
Neem een fictieve ondernemer die iedere week tien uur besteedt aan het verwerken van klantinformatie. Als een AI-systeem die werkzaamheden aanzienlijk versnelt zonder veel extra controlewerk, kan een abonnement van 100 dollar per maand aantrekkelijk zijn.
Maar wanneer de ondernemer voortdurend fouten moet herstellen, verdwijnt dat voordeel snel.
Ook overlappen verschillende AI-abonnementen regelmatig. Gebruikers betalen mogelijk voor meerdere chatbots die grotendeels dezelfde werkzaamheden uitvoeren.
Wie wil besparen, kan daarom beter eerst onderzoeken welke functies daadwerkelijk nodig zijn.
Het verschil tussen gratis en betaald verandert bovendien regelmatig. Een functie waarvoor gebruikers vandaag betalen, kan later beschikbaar komen in een goedkoper abonnement.
AI-bedrijven zoeken nieuwe manieren om geld te verdienen
De grote verschillen in uitgaven zijn ook interessant voor AI-bedrijven zelf.
Ze bedienen namelijk twee verschillende markten. Aan de ene kant staan miljoenen gebruikers die weinig of niets willen betalen. Aan de andere kant staat een kleinere groep die bereid is aanzienlijk meer uit te geven aan geavanceerde toepassingen.
OpenAI probeert inmiddels ook inkomsten te verdienen buiten abonnementen.
Op 5 oktober kondigde het bedrijf een
nieuw advertentieformaat voor ChatGPT aan. De eerste Amerikaanse tests staan gepland voor oktober en richten zich op beeldgeneratie voor gebruikers van de gratis versie en ChatGPT Go.
Volgens OpenAI blijven advertenties gescheiden van de gegenereerde afbeeldingen en beïnvloeden adverteerders de antwoorden van ChatGPT niet.
Met advertenties kan het bedrijf inkomsten halen uit gebruikers die geen duur abonnement willen afsluiten.
Concurrent Anthropic kiest voorlopig een andere koers. Het bedrijf verklaarde in februari dat
Claude advertentievrij blijft. Daarmee presenteert Anthropic abonnementen als alternatief voor een verdienmodel dat deels op advertenties steunt.
Voor consumenten ontstaat zo een bredere keuze tussen gratis diensten, goedkopere abonnementen met advertenties en uitgebreidere betaalde AI-producten.
Hoeveel moet je eigenlijk aan AI uitgeven?
De cijfers van Andreessen Horowitz laten vooral zien dat er geen standaardbedrag bestaat voor AI-gebruik.
Een abonnement van 25 dollar per maand kan voor de ene gebruiker al meer dan voldoende zijn. Voor iemand die dagelijks software ontwikkelt, video's produceert of bedrijfsprocessen automatiseert, kunnen hogere kosten economisch verdedigbaar zijn.
Wie wil bepalen of een betaald abonnement zinvol is, kan beginnen met één concrete vraag: welke werkzaamheden kan deze AI-dienst aantoonbaar verbeteren?
Vergelijk vervolgens de kosten met de tijd die je bespaart, de kwaliteit van het resultaat en eventuele extra werkzaamheden die nodig blijven.
Een abonnement dat maandelijks 100 dollar kost en honderden dollars aan productieve werktijd oplevert, kan een verstandige investering zijn. Een abonnement van 20 dollar dat nauwelijks wordt gebruikt, is juist onnodig duur.
De opvallendste conclusie uit het onderzoek is daarom niet alleen dat sommige Amerikanen bijna duizend dollar per maand aan AI uitgeven. Het is dat kunstmatige intelligentie voor een groeiende groep betalende gebruikers niet langer uitsluitend een chatbot is, maar een verzameling digitale gereedschappen waarmee ze hun werk organiseren en uitvoeren.