Nepjournalisten krijgen met hulp van ChatGPT bijna 100 artikelen in echte nieuwsmedia

Nieuws
Anonieme persoon achter een laptop, omringd door fictieve journalistieke profielen en AI-symboliek die digitale beïnvloeding verbeeldt.
Een netwerk van zeven verzonnen journalisten wist bijna 100 artikelen onder te brengen bij bestaande nieuwsmedia. De betrokkenen gebruikten onder meer ChatGPT om hun teksten en voorstellen aan redacties te verbeteren. Volgens OpenAI zat achter de operatie een netwerk dat vanuit Iran werkte. De zaak laat zien hoe kunstmatige intelligentie kan helpen om nepidentiteiten geloofwaardig te maken.
OpenAI maakte de bevindingen op 8 oktober 2026 bekend in een rapport over misleidende operaties met AI. Het bedrijf noemt de campagne Bogus Bylines, vrij vertaald 'verzonnen auteursnamen'.
De operatie richtte zich niet op het bouwen van een eigen nepnieuwswebsite. De betrokkenen probeerden juist artikelen te publiceren bij bestaande nieuwsorganisaties. Daarmee konden hun verhalen profiteren van de reputatie en het bereik van echte media.

Zeven verzonnen journalisten publiceerden bij bestaande nieuwsmedia

Volgens OpenAI verschenen tussen juli 2025 en oktober 2026 bijna 100 artikelen onder zeven fictieve auteursnamen. De stukken kwamen terecht bij meer dan twaalf online nieuwsmedia.
De personen achter de campagne presenteerden zich als westerse journalisten. Ze gebruikten ChatGPT onder meer om artikelen te redigeren en voorstellen aan redacties overtuigender te formuleren.
Sommige nieuwsorganisaties verspreidden de gepubliceerde artikelen vervolgens via hun eigen sociale mediakanalen. Daarmee bereikten de teksten mogelijk ook lezers die de oorspronkelijke publicatie nooit hadden bezocht.
OpenAI koppelt de operatie aan accounts uit Iran en heeft de betrokken accounts geblokkeerd. Het bedrijf kon niet vaststellen welke organisatie of opdrachtgever precies achter de campagne zat.
Ook maakt het onderzoek niet duidelijk dat ChatGPT alle artikelen volledig heeft geschreven. De AI-chatbot ondersteunde verschillende onderdelen van het schrijf- en publicatieproces.
Dat onderscheid is belangrijk. De zaak draait niet uitsluitend om automatisch gegenereerde teksten, maar vooral om de combinatie van AI-ondersteuning, fictieve identiteiten en toegang tot bestaande journalistieke platforms.

Hoe een verzonnen journalist geloofwaardig kan worden

Een onbekende schrijver die een artikel aanbiedt bij een redactie, heeft doorgaans nog geen gevestigde reputatie. Maar zodra een nieuwswebsite het eerste stuk publiceert, verandert dat.
De auteur kan naar die publicatie verwijzen bij een volgende redactie. Een tweede gepubliceerd artikel maakt het portfolio overtuigender. Na meerdere publicaties kan een fictieve journalist daardoor beschikken over een ogenschijnlijk professionele staat van dienst.
Dit is een mogelijk mechanisme achter dergelijke operaties, geen door OpenAI bevestigde reconstructie van iedere publicatie.
AI kan het proces wel eenvoudiger maken. Een chatbot kan teksten verbeteren, verschillende schrijfstijlen nabootsen en voorstellen aanpassen aan de toon van een nieuwsorganisatie. Daardoor hoeven de betrokkenen niet zelf over dezelfde schrijfvaardigheid of taalbeheersing te beschikken als de journalisten voor wie ze zich uitgeven.
Het risico ontstaat wanneer een redactie een verzorgd artikel en eerdere publicaties beschouwt als voldoende bewijs dat een auteur betrouwbaar is.
Een gepubliceerd stuk bewijst immers niet automatisch dat de opgegeven identiteit klopt.

AI maakt een oude beïnvloedingstechniek makkelijker

Het inzetten van journalistieke geloofwaardigheid voor beïnvloedingscampagnes is niet nieuw.
Meta, destijds Facebook, beschreef in 2020 een netwerk dat het bedrijf koppelde aan Russische beïnvloedingsactiviteiten. Bij die operatie schakelden betrokkenen ook echte freelancejournalisten in, die niet noodzakelijk wisten wie hun uiteindelijke opdrachtgever was.
De aanpak verschilt van de operatie die OpenAI nu beschrijft. In het Russische voorbeeld speelden echte schrijvers een rol, terwijl de nieuwe campagne juist fictieve journalistieke identiteiten gebruikte.
Beide gevallen tonen hoe bestaande media onbedoeld geloofwaardigheid kunnen verlenen aan een partij die haar werkelijke identiteit of belangen verborgen houdt.
Met generatieve AI komt daar een extra mogelijkheid bij. De betrokkenen kunnen sneller professionele teksten produceren, taalproblemen overbruggen en hun communicatie met redacties aanpassen.
Dat betekent niet automatisch dat iedere publicatie onjuiste informatie bevat. Een artikel kan feitelijk correcte beweringen combineren met een misleidende auteursidentiteit of verborgen belangen.
Juist daarom is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de inhoud van een artikel, de identiteit van de schrijver en de mogelijke opdrachtgever.

Waarom een AI-detector dit probleem niet oplost

Veel discussies over AI in de journalistiek draaien om de vraag of een tekst door een mens of een chatbot is geschreven. De zaak rond Bogus Bylines laat zien waarom die vraag te beperkt is.
Een tekst kan volledig door een mens zijn geschreven en toch onderdeel uitmaken van een beïnvloedingsoperatie. Omgekeerd kan een journalist AI gebruiken voor vertalingen, samenvattingen of taalcorrecties zonder de lezer te misleiden.
De belangrijkste vraag is daarom niet alleen hoe een artikel tot stand kwam, maar ook wie er verantwoordelijkheid voor draagt.
Nieuwsorganisaties kunnen bijvoorbeeld nagaan of een aangeboden auteur daadwerkelijk bestaat, of genoemde bronnen onafhankelijk te controleren zijn en of de schrijver aantoonbaar toegang had tot de informatie die in het artikel staat.
Persbureau Associated Press benadrukt in zijn richtlijnen over AI en journalistieke verificatie het belang van transparantie en controleerbare resultaten.
Een AI-detector kan zulke redactionele controles niet vervangen. Zelfs wanneer een systeem correct vaststelt dat een tekst met AI is bewerkt, zegt dat nog weinig over de betrouwbaarheid van de auteur of de juistheid van de inhoud.
Bij AI Wereld schreven we eerder over een Nederlandse nieuwswebsite die per ongeluk een AI-antwoord als titel publiceerde. Zo'n fout valt soms direct op. Een zorgvuldig geschreven artikel onder een verzonnen auteursnaam kan juist jarenlang geloofwaardig blijven ogen.

Wat betekent dit voor lezers en nieuwsorganisaties?

Voor lezers wordt het moeilijker om betrouwbaarheid uitsluitend af te leiden uit de website waarop een artikel verschijnt. Een bekende publicatie biedt doorgaans meer redactionele waarborgen dan een anoniem account, maar vormt geen garantie dat iedere externe bijdrage voldoende is gecontroleerd.
Wie twijfelt aan een verhaal, kan beginnen bij de oorspronkelijke bron. Komt een belangrijke bewering uit een onderzoek, controleer dan of dat onderzoek bestaat en of de conclusies overeenkomen met het artikel.
Ook helpt het om te kijken of verschillende nieuwsmedia zelfstandig verslag doen van een gebeurtenis of vooral dezelfde oorspronkelijke publicatie overnemen.
Voor redacties ligt de belangrijkste les bij het controleren van externe bijdragen. Een professionele schrijfstijl, eerdere publicaties en een overtuigend auteursprofiel zijn nuttige signalen, maar vormen samen nog geen sluitende identiteitstoets.
De campagne laat bovendien zien dat AI niet zelf desinformatie hoeft te verzinnen om een beïnvloedingsoperatie te ondersteunen. Het verbeteren van teksten, voorstellen en communicatie kan al voldoende zijn om de kans op publicatie te vergroten.
De grootste kwetsbaarheid zit daarmee niet noodzakelijk in de AI-tekst zelf, maar in het vertrouwen dat ontstaat zodra een bestaande nieuwsorganisatie haar naam aan die tekst verbindt.
loading

Populair nieuws

Loading