AI-vaardigheden spelen een steeds grotere rol bij promoties, prestatiebeoordelingen en zelfs salarissen. Tegelijkertijd beschikken veel organisaties nog niet over de systemen, beoordelingsmethoden en managementvaardigheden om die ontwikkeling eerlijk en consistent te ondersteunen. Dat blijkt uit nieuw internationaal onderzoek van HR-platform HiBob onder 1.200 AI-beslissers, waaronder 106 respondenten uit
Nederland. Dat meldt het platform in een persbericht aan onze redactie.
Volgens het onderzoek heeft 48 procent van de ondervraagde organisaties AI-vaardigheden inmiddels opgenomen in prestatiebeoordelingen en promotiecriteria. Daarnaast geeft 23 procent aan dat AI-kennis al invloed heeft op salarisbeslissingen.
AI wordt onderdeel van loopbaanontwikkeling
De resultaten laten zien dat AI-vaardigheden steeds vaker worden beschouwd als een algemene beroepscompetentie in plaats van een specialisme voor technische functies. Organisaties gebruiken AI-kennis niet alleen bij werving, maar ook bij beoordelingen, interne doorgroei en strategische personeelsplanning.
Bijna een derde van de respondenten zegt momenteel bereid te zijn minimaal 10 procent extra salaris te betalen voor medewerkers met sterke AI-vaardigheden op het gebied van automatisering en technische integratie. Slechts een kleine minderheid geeft aan geen extra beloning te willen bieden voor dergelijke vaardigheden.
Investeringen blijven achter
Hoewel 79 procent van de organisaties zegt te investeren in de ontwikkeling van AI-vaardigheden, blijkt uit het onderzoek dat concrete ondersteuning vaak beperkt is.
De meest aangeboden voorziening bestaat uit toegang tot functiegerichte AI-tools met onboarding. Andere vormen van ondersteuning, zoals AI-workshops, promptbibliotheken, experimenteeromgevingen of gereserveerde tijd om met AI te oefenen, worden volgens het onderzoek door ongeveer een kwart van de organisaties aangeboden.
Dat wijst volgens HiBob op een groeiende kloof tussen de verwachtingen die werkgevers hebben en de middelen die medewerkers krijgen om aan die verwachtingen te voldoen.
Managers zijn vaak nog onvoldoende voorbereid
Naast medewerkers blijken ook leidinggevenden niet altijd klaar voor de veranderingen. Veel organisaties beschikken nog niet over duidelijke competentiemodellen of beoordelingskaders waarmee managers AI-vaardigheden objectief kunnen beoordelen.
Volgens HiBob wordt AI daardoor sneller geïntegreerd in HR-processen dan dat organisaties hun management en interne processen daarop hebben ingericht. Dat kan leiden tot verschillen in beoordeling, promotiekansen en loopbaanontwikkeling.
Verwachtingen nemen snel toe
De druk zal de komende jaren waarschijnlijk verder oplopen. Ongeveer driekwart van de respondenten verwacht dat de meeste niet-technische functies binnen twee jaar een gemiddeld niveau van AI-vaardigheden vereisen.
Volgens Ken Matos, Director of Market Insights bij HiBob, vraagt duurzame AI-transformatie om meer dan alleen hogere verwachtingen richting medewerkers. Organisaties zullen ook moeten investeren in duidelijke competentiekaders, ontwikkelpaden, betrouwbare beoordelingsmethoden en training voor managers om AI-vaardigheden op een consistente manier te kunnen beoordelen.
Waarom dit belangrijk is
Het onderzoek onderstreept een bredere ontwikkeling binnen de arbeidsmarkt. AI-vaardigheden verschuiven van een onderscheidende expertise naar een basiscompetentie die invloed heeft op loopbaanontwikkeling en beloning. Tegelijkertijd ontstaat het risico dat medewerkers worden afgerekend op vaardigheden waarvoor organisaties nog onvoldoende ondersteuning bieden.
Voor HR-afdelingen betekent dit dat investeringen in AI-training alleen niet voldoende zijn. Ook beoordelingssystemen, talentontwikkeling en managementprocessen zullen moeten worden aangepast om de inzet van AI eerlijk en effectief onderdeel te maken van personeelsbeleid.
Over het onderzoek
HiBob liet het onderzoek uitvoeren door Censuswide tussen 3 februari en 12 maart 2026. Er werden 1.200 AI-beslissers ondervraagd uit onder meer de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, de DACH-regio, Australië, Nieuw-Zeeland, de Nordics en de Benelux. De Nederlandse steekproef bestond uit 106 respondenten die werkzaam zijn bij organisaties met 50 tot 5.000 medewerkers en betrokken zijn bij AI-besluitvorming.