Als een politicus 'ik' schrijft, wie hoor je dan?

Blog
Als een politicus 'ik' schrijft, wie hoor je dan
68 Kamerleden zouden dit jaar debatteksten hebben uitgesproken die volgens AI-detectiesoftware grotendeels door kunstmatige intelligentie zijn geschreven. Bijna de helft van de Tweede Kamer dus.
Dat getal is behoorlijk indrukwekkend. Toch bleef ik vooral hangen bij iets anders. Een veel kleiner onderdeel van onze taal.
Het woordje ‘ik’. Want wat betekent dat woord eigenlijk nog wanneer een politicus zijn persoonlijke overtuigingen laat formuleren door ChatGPT of Claude?

We schrijven allang niet meer alleen

Laat ik vooropstellen dat ik helemaal geen tegenstander ben van AI als schrijfhulp. Ik gebruik het zelf ook. Vrijwel dagelijks zelfs.
En ik snap heel goed waarom politici dat doen. Een Kamerlid heeft stapels documenten te lezen, vergaderingen voor te bereiden en onderwerpen te begrijpen waar zelfs experts jarenlang over discussiëren. Als een chatbot kan helpen om informatie samen te vatten of een ingewikkelde tekst begrijpelijker te maken, lijkt me dat prima.
Bovendien schrijven politici hun teksten al tientallen jaren niet alleen. Ze hebben woordvoerders, beleidsmedewerkers, speechschrijvers en complete communicatieteams.
We moeten dus ook niet doen alsof er vóór ChatGPT een gouden tijdperk bestond waarin iedere politicus 's avonds met een vulpen zijn diepste overtuigingen op papier zette.
Toch verandert er iets.
Een menselijke speechschrijver werkt met een politicus samen. Die kan tegenspreken, doorvragen, een discussie aangaan. Een taalmodel kan dat tot op zekere hoogte nabootsen, maar heeft geen eigen politieke overtuiging en draagt geen verantwoordelijkheid voor wat er uiteindelijk gezegd wordt.
Het maakt vooral heel gemakkelijk om overtuigend te klinken.

Een overtuiging kun je niet uitbesteden

Hier op de redactie gebruiken we AI op allerlei manieren. Om informatie te verwerken, onderzoek te doen, teksten te verbeteren en ons werk gemakkelijker te maken. Daar doen we ook helemaal niet geheimzinnig over.
Maar als je een mening geeft, of een punt wilt bepleiten, dan moet daar toch je eigen gedachte achter zitten? Wat is anders het punt?
Je kunt AI prima gebruiken om je gedachten beter op papier te krijgen. Maar die gedachten moeten ergens vandaan komen. En als je ergens voor staat, moet je ook zelf kunnen uitleggen waarom.
Dat is wat je volgens mij ook best van politici mag verwachten.
De Volkskrant onderzocht berichten op sociale media van Jetten en zijn partij. D66 bevestigde dat AI bij het schrijven wordt ingezet, maar benadrukte dat medewerkers en Jetten zelf de uiteindelijke teksten controleren.
Dat is een belangrijk onderscheid. Een politicus kan best volledig achter een tekst staan die iemand anders heeft geschreven.
Maar de berichten gingen volgens het onderzoek mogelijk ook over persoonlijke en gevoelige onderwerpen. De oorlog in Oekraïne, de herdenking van MH17 en excuses aan de Molukse gemeenschap. Daar begint het voor mij te schuren.
Wanneer iemand schrijft dat hij geraakt is door een gebeurtenis, lees ik dat als een persoonlijke boodschap. Ik neem aan dat die persoon heeft nagedacht over wat er is gebeurd en zelf woorden heeft gezocht om zijn gevoel uit te drukken.
Misschien is dat naïef. Politieke communicatie is natuurlijk ook gewoon communicatie met een doel.
Maar als we zelfs onze persoonlijke emoties via een taalmodel laten formuleren, wat blijft er dan over van dat persoonlijke karakter?
Een chatbot kan moeiteloos een prachtige tekst schrijven over verdriet. Over hoop. Over solidariteit. Over een toekomst waarin we elkaar weer vinden.

Iedereen krijgt dezelfde mooie woorden

Het onderzoek naar de 68 Kamerleden liet nog iets interessants zien.
In de teksten die door de gebruikte AI-detector werden aangemerkt, kwamen bepaalde stijlfiguren veel vaker voor. Vooral de bekende drieslag, waarbij drie argumenten of voorbeelden netjes achter elkaar worden gezet. Ook allerlei tegenstellingen en grote, abstracte formuleringen kwamen bovengemiddeld vaak terug.
Overigens moeten we voorzichtig zijn met zulke detectiesoftware. Het is geen sluitend bewijs dat iedere aangewezen tekst daadwerkelijk grotendeels door AI is geschreven. De reacties van Kamerleden bevestigen wel dat chatbots inmiddels onderdeel zijn van het schrijfproces.
Dat verbaast me niet. Wie regelmatig met ChatGPT werkt, herkent op een gegeven moment bepaalde formuleringen.
Het interessante is dat die schrijfstijl nu ook in de Tweede Kamer opduikt.
En ik vraag me af wat dat op termijn doet met het politieke debat.
Politiek draait voor een belangrijk deel om verschillen. Verschillende achtergronden, ervaringen, ideeën en overtuigingen. De manier waarop iemand spreekt, vertelt ons vaak minstens zoveel als de inhoud van de woorden.
De één zoekt naar woorden. De ander is direct, soms onhandig. Weer een ander is juist goed in het vertellen van een verhaal.
Die verschillen maken politici herkenbaar.
Als iedereen dezelfde hulpmiddelen gebruikt om zijn teksten mooier, vloeiender en overtuigender te maken, bestaat het risico dat we ook steeds meer dezelfde soort taal gaan horen.
Allemaal keurig geformuleerd. Allemaal goed opgebouwd. Allemaal precies zoals je verwacht dat een politicus klinkt. Misschien gaat er dan juist iets verloren wat we hard nodig hebben: een eigen stem.
Want vergeet niet: het merendeel van de AI-gegenereerde teksten komt uit de koker van een ander land. Namelijk uit de Verenigde Staten.
Tenzij de politici in kwestie zelf lokaal een mooi, zelf getraind Large Language Model runnen. Maar dat waag ik te betwijfelen.

De verantwoordelijkheid blijft menselijk

Ik zou het onzinnig vinden om iedere politicus te verplichten om bij elk verbeterd zinnetje te melden dat ChatGPT heeft meegekeken.
Dat is ook nauwelijks werkbaar. Waar begint AI-gebruik precies? Bij een spellingscontrole? Een samenvatting? Een compleet herschreven toespraak?
Maar bij persoonlijke verklaringen en parlementaire debatbijdragen mogen we best wat kritischer zijn.
Een Kamerlid vertegenwoordigt mensen. Die mensen hebben iemand gekozen vanwege zijn of haar ideeën, overtuigingen en beloften.
Dan lijkt het me redelijk om te verwachten dat die persoon ook kan uitleggen waarom bepaalde woorden zijn gebruikt, waar argumenten vandaan komen en wat hij of zij er zelf van vindt.
Dat hoeft niet te betekenen dat iedere zin eigenhandig is geschreven. Wel dat er een eigen gedachte achter zit.
AI maakt schrijven gemakkelijker. Dat vind ik een fantastische ontwikkeling. Het geeft mensen mogelijkheden die een paar jaar geleden nog ondenkbaar waren.
Maar gemak heeft ook een keerzijde. Wanneer een machine ons helpt om onze gedachten te verwoorden, wordt het verleidelijk om de machine steeds meer van het denkwerk te laten doen.
En juist dat denkwerk is waarvoor we volksvertegenwoordigers hebben.
Ik hoef geen politicus die perfect spreekt. Ik heb liever iemand die af en toe naar woorden zoekt, een ongelukkige zin formuleert of zijn mening na een discussie bijstelt.
Daar zit tenminste een mens achter.
Want als een politicus straks achter het spreekgestoelte staat en zegt: ‘Ik geloof dat we een andere richting moeten inslaan’, wil ik graag weten wie dat ‘ik’ eigenlijk is.
Van een chatbot kunnen we geen politieke verantwoording vragen.
Van een volksvertegenwoordiger wel.
loading

Populair nieuws

Loading