D66 heeft bevestigd dat kunstmatige intelligentie is gebruikt bij het schrijven van berichten voor de sociale media van premier Rob Jetten en de partij. Volgens onderzoek van
de Volkskrant, gaat het mogelijk ook om persoonlijke boodschappen over gevoelige onderwerpen zoals Oekraïne, de herdenking van de MH17-ramp en excuses aan de Molukse gemeenschap.
Het onderzoek zet een bredere politieke vraag op scherp: wanneer een politicus in de ik-vorm communiceert, moeten burgers dan weten dat AI heeft meegeschreven?
Volkskrant onderzocht 1.812 berichten
De Volkskrant analyseerde 1.812 unieke berichten die sinds 2021 verschenen op de accounts van Jetten en D66 op X, Instagram, Facebook en LinkedIn. De krant gebruikte daarvoor onder meer Pangram, software die probeert te herkennen of tekst door een AI-model is gegenereerd. Drie deskundigen werden volgens NL Times betrokken bij de beoordeling van de onderzoeksmethode.
Pangram classificeerde 232 berichten als AI-gegenereerd. Daarvan kwamen 68 berichten van de accounts van Jetten en 164 van D66.
Dat cijfer vraagt om een belangrijke nuance. D66 bevestigt dat AI wordt gebruikt bij het maken van berichten, maar daarmee heeft de partij niet bevestigd dat alle 232 door Pangram aangewezen teksten daadwerkelijk door AI zijn geschreven. Een AI-detector geeft een technische inschatting en is geen rechtstreeks bewijs van de totstandkoming van ieder afzonderlijk bericht.
Volgens het onderzoek nam het gebruik bovendien sterk toe vanaf 4 juni 2025, een dag na de val van het kabinet-Schoof. Vanaf dat moment zou ongeveer 30 procent van de onderzochte berichten van Jetten en D66 met behulp van AI zijn geschreven. De krant meldt daarnaast aanwijzingen voor AI-gebruik in Jettens boek Hoe het wél kan en in teksten voor drie campagnevideo's.
D66: medewerkers en Jetten houden controle
D66 erkent tegenover de Volkskrant dat AI onderdeel is van het schrijfproces, maar benadrukt dat medewerkers verantwoordelijk blijven voor de uiteindelijke inhoud. De partij omschrijft kunstmatige intelligentie als een hulpmiddel en stelt dat berichten altijd onder toezicht van medewerkers worden gemaakt en aangepast.
Voor de persoonlijke accounts van Jetten geldt volgens D66 bovendien dat teksten worden gemaakt op basis van zijn eigen input. Jetten zou de uiteindelijke berichten zelf aanpassen en goedkeuren.
Dat onderscheid is relevant. Het onderzoek gaat daardoor niet simpelweg over een chatbot die zelfstandig namens een politicus publiceert. Het gaat over AI die wordt ingezet binnen een menselijke redactionele workflow, terwijl de uiteindelijke tekst naar buiten toe wel als persoonlijke communicatie van Jetten verschijnt.
Gevoelige berichten maken AI-gebruik politiek relevanter
Juist bij persoonlijke en emotioneel beladen boodschappen wordt dat verschil belangrijk. Volgens het onderzoek werd AI mogelijk ingezet bij teksten over de oorlog in Oekraïne, de herdenking van de MH17-ramp en excuses van de Nederlandse regering aan de Molukse gemeenschap.
Bij zulke berichten draait communicatie niet alleen om feitelijke juistheid. Woordkeuze, emotie en persoonlijke betrokkenheid zijn onderdeel van de boodschap. Een tekst die namens een politicus spreekt over slachtoffers, oorlog of historisch onrecht kan daarom anders worden beoordeeld wanneer een taalmodel heeft geholpen bij het formuleren ervan.
Claes de Vreese, hoogleraar AI en samenleving aan de Universiteit van Amsterdam, waarschuwt in de berichtgeving dat dit gevolgen kan hebben voor Jettens geloofwaardigheid. Taalmodellen kunnen volgens hem emoties formuleren die passend klinken zonder dat die noodzakelijk overeenkomen met wat iemand zelf voelt. Daardoor kan bij burgers twijfel ontstaan over welke woorden daadwerkelijk van de politicus afkomstig zijn.
AI verandert de betekenis van persoonlijke politieke communicatie
De kwestie rond Jetten raakt daarmee aan een probleem dat groter is dan D66. Generatieve AI maakt het voor politieke partijen steeds eenvoudiger om toespraken, campagnes, reacties en sociale berichten sneller te produceren. De technologie kan teksten herschrijven, inkorten en aanpassen aan verschillende platforms of doelgroepen.
In Amerika zien we dat al heel veel, onder andere Donald Trump. Hij had eerder dit jaar
ruzie met de paus, na gebruik van AI.
Maar naarmate AI verder opschuift van technisch hulpmiddel naar daadwerkelijke medeauteur, wordt transparantie belangrijker. Een zakelijke aankondiging die met AI is aangescherpt, roept andere vragen op dan een persoonlijke boodschap waarin een politicus medeleven, verdriet of morele overtuiging uitspreekt.
Ook menselijke controle lost die spanning niet volledig op. Goedkeuring door Jetten betekent dat hij verantwoordelijkheid neemt voor de uiteindelijke tekst, maar zegt niet automatisch hoeveel van de formulering oorspronkelijk van hemzelf afkomstig is.
Daarmee verschuift de discussie van de vraag óf politici AI mogen gebruiken naar de vraag wanneer zij dat gebruik zichtbaar moeten maken.
Transparantie kan de volgende politieke AI-discussie worden
Voor politieke communicatie bestaat daardoor een nieuwe grens die nog niet duidelijk is vastgelegd. Burgers zijn gewend dat politici hulp krijgen van woordvoerders, speechschrijvers en communicatieteams. Generatieve AI voegt daar echter een niet-menselijke auteur aan toe die op grote schaal persoonlijke taal kan produceren.
Het onderzoek rond Jetten maakt vooral zichtbaar hoe lastig die grens wordt wanneer AI wordt gebruikt voor communicatie die nadrukkelijk als persoonlijk wordt gepresenteerd.
Ethiek en AI zijn vaker dan ooit onderwerp van gesprek.
De belangrijkste vraag is daarom niet of een politicus ieder gebruik van een taalmodel moet vermelden. De relevantere grens ligt mogelijk bij boodschappen waarin persoonlijke emoties, ervaringen of overtuigingen centraal staan. Juist daar kan transparantie over AI-gebruik bepalen of burgers een tekst ervaren als ondersteuning van een politicus, of als een kunstmatig geproduceerde versie van zijn stem.