ASML-sector stuwt Nederlandse industrie naar stevige groei

Nieuws
zaterdag, 22 augustus 2026 om 7:00
Precisieapparatuur voor de productie van halfgeleiders in een lichte, hightech industriële productiefaciliteit in Nederland.
De Nederlandse industrie produceerde in juni 2026 4,6 procent meer dan een jaar eerder, waarbij vooral de machine-industrie de groei aanjoeg. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de productie van machines met 26,2 procent steeg ten opzichte van juni 2025. Tegelijkertijd daalde de totale industriële productie met 1,3 procent ten opzichte van mei, waardoor het herstel niet in alle cijfers even sterk zichtbaar is.
De jaar-op-jaargroei van 4,6 procent volgt op een nog sterkere stijging in mei. Toen produceerde de Nederlandse industrie 6,8 procent meer dan een jaar eerder. De cijfers wijzen daarmee op een duidelijk hogere productie dan in 2025, maar ook op aanzienlijke verschillen tussen bedrijfstakken.

Welke sector zorgt voor de groei van de Nederlandse industrie?

De machine-industrie is met afstand de belangrijkste groeimotor. De productie in deze bedrijfstak lag in juni 26,2 procent hoger dan een jaar eerder, blijkt uit de CBS-cijfers.
Dat percentage steekt scherp af tegen de ontwikkelingen in andere grote industriële sectoren. Bijna de helft van alle door het CBS gevolgde bedrijfsklassen produceerde meer dan in juni 2025, maar verschillende grote branches krompen juist.
De productie van metaalproducten daalde met 0,7 procent en die van transportmiddelen met 2,3 procent. Bij rubber en kunststof bedroeg de afname 3,5 procent, terwijl voedingsmiddelen 3,8 procent minder productie noteerden.
Ook de chemische industrie had het moeilijk. Daar lag de productie 4,5 procent lager dan een jaar eerder. De productie van elektrische en elektronische apparaten daalde met 5,3 procent.
De grootste terugval vond plaats bij reparatie en installatie van machines. Die bedrijfstak produceerde 15,9 procent minder dan in juni vorig jaar.

Waarom zijn de maandcijfers minder positief?

De Nederlandse industrie produceerde in juni 1,3 procent minder dan in mei wanneer wordt gecorrigeerd voor seizoen- en kalendereffecten. Dat cijfer geeft volgens het CBS een beter beeld van de ontwikkeling op korte termijn dan een vergelijking met dezelfde maand een jaar eerder.
De gecorrigeerde productie-index kwam in juni uit op 108,1, waarbij 2021 gelijkstaat aan 100. In mei stond de index nog op 109,5.
Die maandelijkse daling verandert het bredere beeld niet volledig. Het CBS ziet ondanks de terugval aanwijzingen voor een stijgende trend in 2026. In januari stond de productie-index nog op 104,5. Na een daling in februari volgden stevige stijgingen in maart, april en mei.
De ontwikkeling is opvallend na meerdere zwakkere jaren. Vanaf 2023 kwam de Nederlandse industrie onder druk te staan en in 2024 was de productie iedere maand lager dan een jaar eerder. Sinds het begin van 2026 zijn de cijfers wisselvallig, maar de positieve maanden zijn duidelijk sterker geworden.

Producenten krijgen meer vertrouwen

Nederlandse industriële producenten zijn ondertussen optimistischer geworden. Het producentenvertrouwen steeg volgens het CBS van 1,3 in juni naar 2,4 in juli. Dat is het hoogste niveau in vier jaar.
Een positieve score betekent dat optimistische ondernemers in de betreffende indicator de overhand hebben. Het vertrouwen ligt inmiddels ook ruim boven het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar, dat op -1,4 staat.
Producenten waren in juli vooral minder negatief over hun orderportefeuille. Opvallend is tegelijkertijd dat het vertrouwen in iets meer dan de helft van de afzonderlijke branches juist afnam.
De elektrotechnische industrie en machine-industrie vormden een belangrijke uitzondering. Producenten in deze sectoren waren met een vertrouwensindicator van 15,6 het meest positief.

Wat zeggen de cijfers over automatisering en AI?

De sterke groei van de machine-industrie maakt investeringen in productietechnologie economisch relevanter, maar de CBS-cijfers tonen niet aan dat kunstmatige intelligentie de oorzaak van de productiestijging is. Een rechtstreeks verband tussen de groei van 26,2 procent en investeringen in AI, robotica of automatisering kan op basis van deze cijfers daarom niet worden vastgesteld.
De ontwikkeling is voor de technologiesector wel relevant. Machinebouw, industriële automatisering, sensoren, software en robotica raken steeds sterker met elkaar verweven. AI kan daarbij worden ingezet voor bijvoorbeeld kwaliteitscontrole, voorspellend onderhoud, productieplanning en het analyseren van gegevens uit machines.
Een groeiende machine-industrie kan daardoor een belangrijke afzetmarkt vormen voor leveranciers van industriële AI-technologie. De huidige CBS-publicatie meet echter productievolume en producentenvertrouwen en geeft geen uitsplitsing naar het gebruik van kunstmatige intelligentie.

Industrieel herstel blijft ongelijk verdeeld

Het Nederlandse industriële herstel wordt voorlopig sterk gedragen door een beperkt aantal sectoren. De totale productie ligt aanzienlijk hoger dan een jaar geleden, terwijl zes van de acht grote branches die het CBS afzonderlijk uitlicht juist een productiedaling laten zien.
Dat verschil maakt de groei van de machine-industrie extra belangrijk. Zonder de sterke ontwikkeling binnen deze bedrijfstak zou het totaalbeeld van de Nederlandse industrie aanzienlijk zwakker zijn.
De combinatie van hogere productie op jaarbasis, een lichte terugval op maandbasis en verbeterend producentenvertrouwen geeft daardoor een gemengd maar overwegend positiever beeld. De komende maanden moeten duidelijk maken of de bredere industrie aansluiting vindt bij de sterke groei van de machinebouw.
loading

Loading