China wil niet langer alleen concurreren met de
Verenigde Staten op het gebied van kunstmatige intelligentie. President Xi Jinping presenteerde vrijdag tijdens de World Artificial Intelligence Conference (WAIC) in Shanghai een veel bredere ambitie: een alternatief bouwen voor de door Washington gedomineerde AI-orde. Daarbij draait het niet alleen om betere AI-modellen, maar ook om technische standaarden, digitale infrastructuur, opleidingen en geopolitieke invloed. Volgens
Reuters positioneert Beijing zich nadrukkelijk als partner voor ontwikkelingslanden die willen profiteren van AI, zonder afhankelijk te zijn van Amerikaanse technologiebedrijven of politieke voorwaarden.
Waar de AI-race jarenlang werd gezien als een strijd tussen bedrijven als OpenAI, Google, Anthropic en Chinese spelers zoals DeepSeek en Alibaba, verschuift de concurrentie inmiddels naar een veel fundamenteler niveau. De vraag is niet alleen wie de slimste AI bouwt, maar ook wie de regels, infrastructuur en economische spelregels van de wereldwijde AI-economie bepaalt.
China kiest voor AI-diplomatie
Tijdens zijn toespraak presenteerde Xi Jinping AI als een mondiale publieke voorziening die toegankelijk moet zijn voor alle landen. Hij waarschuwde dat ongelijke toegang tot AI kan leiden tot "nieuwe historische ongelijkheden" en riep op tot meer internationale samenwerking rond open-source AI, kennisdeling en gezamenlijke ontwikkeling. Tegelijk kondigde hij aan dat China de komende vijf jaar 5.000 trainingsplaatsen beschikbaar stelt voor ontwikkelingslanden en nieuwe internationale AI-samenwerkingscentra opent in samenwerking met onder meer ASEAN, de Afrikaanse Unie, de Arabische Liga, BRICS en verschillende Latijns-Amerikaanse landen.
Daarnaast presenteerde China de oprichting van de World Artificial Intelligence Cooperation Organization (WAICO), een nieuwe internationale organisatie die moet bijdragen aan mondiale AI-governance. Daarmee probeert Beijing een eigen multilateraal platform op te bouwen naast bestaande westerse samenwerkingsverbanden.
Die strategie sluit aan bij China's eerdere Digital Silk Road, waarmee het land de afgelopen jaren wereldwijd telecomnetwerken, cloudinfrastructuur en digitale diensten heeft helpen uitrollen. AI lijkt nu de volgende fase van die geopolitieke strategie te worden.
Veel meer dan een strijd tussen chatbots
Voor veel consumenten lijkt de AI-wedloop vooral te draaien om chatbots zoals ChatGPT, Claude of Gemini. Achter de schermen speelt echter een veel grotere machtsstrijd.
Landen investeren massaal in:
-
AI-datacenters
-
halfgeleiders en chipproductie
-
energievoorziening voor AI
-
technische standaarden
-
AI-onderwijs
-
digitale infrastructuur
-
internationale regelgeving
-
toegang tot kritieke grondstoffen
Wie deze bouwstenen controleert, bepaalt voor een belangrijk deel hoe toekomstige AI-systemen wereldwijd worden ontwikkeld en gebruikt.
Dat verklaart ook waarom AI steeds vaker onderdeel wordt van buitenlands beleid, handelsovereenkomsten en veiligheidsstrategieën.
Antwoord op de Amerikaanse AI-strategie
Xi's toespraak moet worden gezien als direct antwoord op de steeds strengere Amerikaanse technologiepolitiek.
De Verenigde Staten hebben de afgelopen jaren de export van geavanceerde AI-chips naar China fors beperkt. Ook proberen Washington en bondgenoten hun controle over halfgeleiders, cloudcapaciteit en kritieke mineralen te versterken. Tegelijk werken de VS samen met partners als Japan, Zuid-Korea, Taiwan en Europese landen aan veilige AI-ketens en gezamenlijke standaarden voor geavanceerde AI-systemen.
Volgens Xi dreigt hierdoor een situatie waarin enkele landen bepalen wie toegang krijgt tot de nieuwste AI-technologie. Zonder de Verenigde Staten expliciet te noemen waarschuwde hij tegen het "overrekken van nationale veiligheidsargumenten", een duidelijke verwijzing naar de Amerikaanse exportbeperkingen.
Open source als strategisch wapen
Opvallend is dat China open-source AI steeds nadrukkelijker inzet als geopolitiek instrument.
Waar Amerikaanse bedrijven hun kracht grotendeels halen uit gesloten commerciële modellen, profileert China zich steeds vaker als voorstander van open AI-systemen die door andere landen relatief eenvoudig kunnen worden aangepast en ingezet.
Voor veel landen in Afrika, Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika kan dat aantrekkelijk zijn. Zij beschikken vaak niet over de financiële middelen om dure commerciële AI-oplossingen uit de Verenigde Staten af te nemen, terwijl open modellen lagere instapkosten kennen en lokaal kunnen worden aangepast.
Volgens de Financial Times probeert Beijing hiermee een AI-ecosysteem op te bouwen waarin Chinese software, cloudplatformen en standaarden wereldwijd worden gebruikt. Dat vergroot niet alleen de technologische invloed van China, maar creëert ook langdurige economische en politieke afhankelijkheden.
De strijd gaat ook over standaarden
Een vaak onderschat onderdeel van de AI-race zijn internationale standaarden.
Technische standaarden bepalen onder meer:
-
hoe AI-systemen gegevens uitwisselen;
-
welke veiligheidsnormen gelden;
-
hoe modellen worden getest;
-
welke certificeringen nodig zijn;
-
welke infrastructuur compatibel is.
Wie die standaarden bepaalt, krijgt vaak jarenlang invloed op complete markten.
Dat gebeurde eerder ook bij internetprotocollen, telecomnetwerken en mobiele technologie. China probeert nu dezelfde positie op te bouwen binnen kunstmatige intelligentie.
Toch blijft China afhankelijk van chips
Ondanks de ambitieuze plannen kent de Chinese strategie ook duidelijke beperkingen.
China loopt nog altijd achter op de Verenigde Staten bij de productie van de meest geavanceerde AI-chips. Amerikaanse exportbeperkingen maken het voor Chinese bedrijven moeilijk om de nieuwste hardware van Nvidia te verkrijgen. Daardoor investeert Beijing miljarden in een eigen chipindustrie onder leiding van onder meer Huawei en andere nationale kampioenen.
Juist daarom probeert China zijn internationale aantrekkingskracht niet uitsluitend te baseren op hardware, maar ook op software, open-source modellen, opleidingen en diplomatie.
Die combinatie kan voor veel landen aantrekkelijk zijn, zelfs als China technologisch nog niet op alle fronten de absolute koppositie heeft.
Waarom dit belangrijk is
De AI-race verandert steeds meer in een strijd om mondiale invloed.
Waar eerdere technologische revoluties vooral draaiden om producten, draait AI ook om ecosystemen. Landen die vandaag kiezen voor een bepaalde AI-infrastructuur, cloudomgeving, standaard of ontwikkelplatform bouwen daar vaak jarenlang op voort.
Dat maakt de keuzes die nu worden gemaakt strategisch belangrijk. Niet alleen voor overheden, maar ook voor bedrijven, universiteiten en ontwikkelaars die afhankelijk worden van bepaalde technologieën en leveranciers.
Voor veel landen ontstaat daardoor een nieuwe geopolitieke keuze: aansluiten bij de Amerikaanse AI-architectuur of kiezen voor het Chinese alternatief. Voor sommige staten zal juist een combinatie van beide systemen aantrekkelijk zijn.
De uitkomst van die strijd bepaalt waarschijnlijk niet alleen welke AI-modellen de komende tien jaar dominant worden, maar ook welke landen de economische, technologische en politieke spelregels van het AI-tijdperk mogen schrijven.