Sinds 2 februari 2025 geldt Artikel 4 van de Europese
AI Act. Dit artikel verplicht organisaties die kunstmatige intelligentie ontwikkelen of gebruiken om ervoor te zorgen dat medewerkers voldoende kennis hebben om AI verantwoord in te zetten. De verplichting geldt veel breder dan veel bedrijven denken en raakt niet alleen ontwikkelaars van AI, maar ook organisaties die dagelijks tools zoals ChatGPT, Microsoft Copilot of Google Gemini gebruiken. Volgens de Europese Commissie is AI-geletterdheid een essentieel onderdeel van verantwoord AI-gebruik en een belangrijke voorwaarde voor veilige toepassing van AI binnen organisaties.
Wat is Artikel 4 van de AI Act?
Artikel 4 draait volledig om AI-geletterdheid, ook wel AI literacy genoemd. In de praktijk betekent dit dat organisaties ervoor moeten zorgen dat medewerkers begrijpen hoe AI werkt, welke risico's eraan verbonden zijn en hoe AI veilig en verantwoord wordt gebruikt.
De wet verplicht zowel providers (organisaties die AI-systemen ontwikkelen of op de markt brengen) als deployers (organisaties die AI-systemen gebruiken) om passende maatregelen te nemen. Die maatregelen moeten aansluiten bij de werkzaamheden van medewerkers en de risico's van de gebruikte AI-systemen.
Wat staat er precies in Artikel 4?
De officiële tekst van Artikel 4 is bewust kort, maar heeft een brede reikwijdte. De Europese wetgever schrijft voor dat organisaties, voor zover redelijkerwijs mogelijk, maatregelen moeten nemen om een passend niveau van AI-geletterdheid te waarborgen.
Daarbij moet rekening worden gehouden met:
- de functie van de medewerker;
- de technische kennis en ervaring;
- gevolgde opleidingen of trainingen;
- de context waarin AI wordt gebruikt;
- de mogelijke impact van AI op personen of groepen waarop het systeem betrekking heeft.
Dat betekent dat een softwareontwikkelaar andere kennis nodig heeft dan een HR-medewerker, marketeer of klantenservicemedewerker. De AI Act schrijft daarom geen universeel kennisniveau voor. Organisaties moeten juist beoordelen welke kennis per functie noodzakelijk is.
Betekent dit dat iedereen verplicht een AI-cursus moet volgen?
Nee.
Een veelgehoord misverstand is dat de AI Act een verplichte AI-certificering of standaardopleiding voorschrijft. Dat is niet het geval.
De wet schrijft geen verplichte cursus, examen of certificaat voor. Wel verwacht de Europese wetgever dat organisaties aantoonbaar nadenken over verantwoord AI-gebruik en passende maatregelen nemen om medewerkers hiervoor op te leiden. Volgens de recente toelichting van de Europese Commissie bestaat er bovendien geen wettelijk vastgesteld "voldoende niveau" van AI-geletterdheid. Dat hangt af van de organisatie, de gebruikte AI-systemen en de risico's die daarbij horen.
In de praktijk betekent dit dat organisaties antwoord moeten kunnen geven op vragen zoals:
- Welke AI-tools gebruiken wij?
- Welke risico's brengen deze systemen met zich mee?
- Weten medewerkers welke gegevens zij wel en niet mogen invoeren?
- Begrijpen zij dat AI fouten of zogenoemde hallucinaties kan produceren?
- Weten zij wanneer menselijke controle noodzakelijk blijft?
- Zijn privacy, auteursrecht en vertrouwelijke bedrijfsinformatie voldoende geborgd?
Hoe kun je als organisatie voldoen aan Artikel 4?
De AI Act laat organisaties veel vrijheid in de manier waarop zij aan de verplichting voldoen.
Mogelijke maatregelen zijn onder meer:
- interne AI-trainingen;
- workshops;
- e-learning;
- praktische oefeningen;
- gebruiksrichtlijnen;
- AI-beleid;
- periodieke bewustwordingssessies;
- documentatie over verantwoord AI-gebruik.
Belangrijk is vooral dat de gekozen aanpak past bij de werkzaamheden van medewerkers en aantoonbaar onderdeel is van het dagelijkse gebruik van AI.
Praktisch voorbeeld
Een marketingteam gebruikt dagelijks ChatGPT voor blogs, socialmediaposts en e-mails.
In dat geval mag een toezichthouder verwachten dat medewerkers onder andere weten:
- welke bedrijfsgegevens of persoonsgegevens niet mogen worden ingevoerd;
- dat AI onjuiste informatie kan genereren;
- hoe AI-uitvoer gecontroleerd moet worden voordat deze wordt gepubliceerd;
- welke regels gelden rondom auteursrecht;
- wanneer menselijke beoordeling noodzakelijk blijft.
Voor een HR-afdeling kunnen de aandachtspunten juist liggen bij sollicitatieprocedures, privacy en discriminatierisico's. Juridische teams zullen zich weer meer moeten richten op betrouwbaarheid van juridische analyses en vertrouwelijkheid van documenten.
Sinds wanneer geldt Artikel 4?
Artikel 4 trad officieel in werking op 2 februari 2025. Vanaf dat moment geldt de verplichting voor organisaties die AI ontwikkelen of gebruiken.
Sinds 3 augustus 2026 kunnen nationale toezichthouders de naleving ook daadwerkelijk handhaven. De Europese Commissie heeft in 2026 bovendien extra toelichting gepubliceerd waarin wordt benadrukt dat de verplichting onverminderd blijft gelden, maar dat organisaties zelf mogen bepalen hoe zij passend invulling geven aan AI-geletterdheid.
Waarom is Artikel 4 zo belangrijk?
Artikel 4 behoort waarschijnlijk tot de meest verstrekkende bepalingen van de volledige AI Act. Waar veel andere onderdelen alleen gelden voor aanbieders van hoog-risico-AI, raakt deze verplichting vrijwel iedere organisatie die AI inzet.
Steeds meer bedrijven gebruiken generatieve AI voor marketing, klantenservice, HR, softwareontwikkeling of administratieve processen. Alleen al het gebruik van dergelijke systemen kan voldoende zijn om onder de AI-geletterdheidsverplichting te vallen.
Daarmee verschuift de aandacht van uitsluitend technische compliance naar de kennis en vaardigheden van medewerkers. Organisaties die investeren in AI-geletterdheid verkleinen niet alleen juridische risico's, maar verminderen ook de kans op datalekken, verkeerde besluitvorming en onbetrouwbare AI-uitvoer.
Officiële Europese bron
De volledige tekst van Artikel 4 (AI literacy) is opgenomen in de officiële AI Act (Verordening (EU) 2024/1689) op EUR-Lex:
Daarnaast heeft de Europese Commissie een uitgebreide toelichting met veelgestelde vragen gepubliceerd over de praktische toepassing van Artikel 4: