De Europese Commissie heeft samen met de EuroHPC Joint Undertaking de
Frontier AI Grand Challenge gelanceerd. Met deze competitie wil de EU één grootschalig, zogeheten ‘frontier’ AI-model laten trainen dat kan concurreren met de meest geavanceerde systemen uit de Verenigde Staten en China. De ambitie is fors: het model moet een rekenkracht hebben die overeenkomt met minimaal 400 miljard parameters.
EU opent Frontier AI Grand Challenge
Het geselecteerde project krijgt maximaal 2,5% van de totale EuroHPC-computecapaciteit toegewezen voor een periode van één jaar. Daarmee zet
Europa zijn supercomputerinfrastructuur nadrukkelijk in als strategisch wapen in de mondiale AI-wedloop. De competitie valt onder het bredere Apply AI-beleid en sluit aan bij de ambitie om van Europa een AI-continent te maken.
Opvallend is dat de EU inzet op efficiënte architecturen, zoals Mixture-of-Experts (MoE), om prestaties te combineren met lagere operationele kosten. Dat wijst erop dat Europa niet alleen schaal wil nastreven, maar ook efficiëntie en toepasbaarheid in publieke en industriële contexten.
Het uiteindelijke model moet open beschikbaar worden gesteld aan overheden, wetenschappelijke instellingen en bedrijven in Europa. Daarmee kiest de Commissie nadrukkelijk voor een model dat innovatie in sectoren als zorg, industrie en autonome systemen moet stimuleren. De inzet op open modellen kan bovendien bijdragen aan transparantie en controleerbaarheid — een belangrijk punt binnen het Europese AI-beleid.
Concurrentie met Amerika
De timing van de aankondiging is geen toeval. Terwijl Amerikaanse spelers als
OpenAI en
Google DeepMind hun modellen steeds groter en krachtiger maken, groeit in Europa de zorg over digitale afhankelijkheid. Volgens recente cijfers domineren Amerikaanse bedrijven de Europese cloudmarkt. De Frontier AI Grand Challenge moet helpen om die afhankelijkheid te verkleinen en Europese AI-capaciteit op strategisch niveau te versterken.
Of Europa daadwerkelijk een model kan bouwen dat wereldwijd meedoet in de absolute top, zal afhangen van talent, data-toegang en efficiënt gebruik van compute. Maar met deze competitie zet Brussel een duidelijke stap: AI-soevereiniteit is geen abstract beleidsdoel meer, maar een concreet investeringsprogramma.