IBM: 62 procent van CFO’s meldt grotere rol van AI en tech

Nieuws
Zilveren laptop naast een stapel witte documenten, een blauwe map en een pen op een licht kantoorbureau
IBM meldde op 30 september 2026 dat 62 procent van de ondervraagde financieel directeuren meer verantwoordelijkheid heeft gekregen voor technologie- of AI-strategie. Slechts 6 procent zegt dat AI op grote schaal is ingebed in financiële processen en besluiten. De studie laat daarmee een verschil zien tussen bestuurlijke ambities en dagelijkse uitvoering.

Waar krijgt de financieel directeur meer invloed?

De chief financial officer, afgekort CFO, krijgt volgens de bekendmaking van IBM bredere bevoegdheden. Dat raakt direct aan de verdeling van middelen tussen technologieprojecten en de manier waarop een onderneming zulke keuzes onderbouwt.
Een investeringsbesluit vraagt daarbij om meer dan een schatting van bespaarde uren. Een toepassing kan bijvoorbeeld sneller rapportages produceren, terwijl medewerkers extra tijd kwijt zijn aan controle. Voor een bruikbare vergelijking moeten die werkzaamheden in hetzelfde kostenbeeld terechtkomen. Anders vergelijkt een organisatie de volledige kosten van het oude proces met slechts een deel van de nieuwe werkwijze.
Dat meetprobleem sluit aan bij eerdere berichtgeving over bedrijven die hun AI-gebruik en kosten moeilijk kunnen volgen. Gebruikstarieven maken het bovendien relevant om na een proef ook te kijken naar de rekening bij grotere volumes. Een succesvol experiment geeft nog geen volledig beeld van de kosten bij dagelijks gebruik door honderden medewerkers.

Wie bepaalt wat AI zelfstandig mag doen?

Zelfstandige kapitaalbeslissingen blijven uitzonderlijk. Volgens de onderzoeksuitwerking van IBM laat 6 procent AI binnen vastgestelde grenzen zelfstandig voorstellen doen voor kapitaalherverdeling of zulke wijzigingen uitvoeren. Het gaat hier om een andere onderzoeksvraag dan de mate waarin AI in financiële werkprocessen is ingebed.
IBM maakt ook onderscheid tussen resultaten volgen en geld automatisch verplaatsen. Zo zegt 48 procent dat de financiële afdeling de waardecreatie door AI actief bijhoudt en op basis daarvan kapitaal herverdeelt. Daarvoor hoeft een AI-systeem zelf geen beslissingsbevoegdheid te hebben.
Een praktische scheidslijn is welke handeling een systeem mag uitvoeren. Een afwijking signaleren, een budgetwijziging voorstellen en die wijziging daadwerkelijk doorvoeren hebben verschillende gevolgen. Een onderneming kan bijvoorbeeld een systeem analyses laten voorbereiden, terwijl een aangewezen medewerker een verandering boven een vastgesteld bedrag goedkeurt. Dit is een voorbeeld van een mogelijke inrichting, geen gemeten werkwijze uit het onderzoek.
Bestuurlijke verantwoordelijkheid staat ook centraal in het AI Risk Management Framework van het Amerikaanse National Institute of Standards and Technology. Dat kader beschrijft duidelijke verantwoordelijkheden, menselijk toezicht en doorlopende controle van systemen. De leiding blijft verantwoordelijk voor beslissingen over AI-risico’s. NIST presenteert het raamwerk als vrijwillig hulpmiddel, geen certificaat dat aantoont dat een toepassing veilig is.

Hoe sterk is het bewijs voor betere prestaties?

De onderzoeksopzet vraagt om voorzichtigheid bij conclusies over rendement. IBM en Oxford Economics ondervroegen tussen februari en april 2026 in totaal 1.500 CFO’s en vergelijkbare financiële leiders, verspreid over 33 geografische markten en 26 sectoren. Een samengestelde prestatiemaatstaf gebruikt hun eigen beoordeling van de organisatie ten opzichte van concurrenten.
IBM onderscheidt daarnaast een groep die het bedrijf ‘AI-first CFO’s’ noemt, met vergevorderde vaardigheden rond onder meer strategie, AI-besturing en kapitaalverdeling. Hun organisaties hadden volgens de studie over 2022 tot en met 2024 een 23 procent hogere omzetgroei dan vergelijkingsorganisaties. Dat is een relatief verschil in het groeipercentage, geen verschil van 23 procentpunt.
Zo’n verband bewijst niet dat AI de hogere groei veroorzaakte. Succesvolle bedrijven kunnen bijvoorbeeld meer middelen hebben om technologie en medewerkers te ontwikkelen. Ook sector, omvang en bestaande digitalisering kunnen samenhangen met zowel prestaties als AI-gebruik. Zonder een onderzoeksopzet die zulke verklaringen uitsluit, blijft onduidelijk welk deel van het verschil aan AI is toe te schrijven.
De tijdsvolgorde verdient eveneens aandacht. De genoemde omzetgroei gaat vooraf aan de enquête uit 2026. Die combinatie is onvoldoende om vast te stellen wanneer een bepaalde AI-aanpak ontstond en hoe zij de eerdere bedrijfsresultaten beïnvloedde. Bovendien verkoopt IBM zelf AI-technologie en adviesdiensten: de uitgever heeft een commercieel belang bij verdere invoering.

Welke uitkomst telt bij een volgend AI-project?

Een bruikbare vervolgvraag is of een toepassing haar afgesproken doel onder echte werkomstandigheden haalt. NIST noemt daarbij het vastleggen van voordelen, kosten, beperkingen en menselijke controle. Het raamwerk vraagt ook aandacht voor haalbare alternatieven zonder AI en voor mogelijkheden om een systeem uit te schakelen wanneer de prestaties niet passen bij het beoogde gebruik.
Voor een financiële afdeling kan dat betekenen dat een proef vooraf een toetsbare opdracht krijgt: minder verwerkingstijd, bij een afgesproken foutniveau en met alle controlekosten meegerekend. De praktijkgids over AI in de boekhouding werkt het verschil tussen voorbereidend werk en menselijke beoordeling verder uit. Pas met zulke concrete uitkomsten kan een CFO onderbouwen welke toepassing meer budget verdient.
loading

Populair nieuws

Loading