Google heeft zijn
kunstmatige intelligentie (AI) beleid flink veranderd. In
een recente blogpost liet de techgigant weten dat het zijn eerdere beloften niet langer nakomt. Zo sluit het bedrijf
AI gebruik in het leger niet meer uit.
Google wilde
AI vroeger niet gebruiken voor surveillance of militaire doeleinden. Dat is nu veranderd. Met deze nieuwe koers stelt het techbedrijf zijn AI open voor bredere toepassingen.
De aanpassingen zijn een opvallende wending, aangezien
Google in 2018 nog een
AI contract met het Amerikaanse Pentagon opzegde na interne protesten van medewerkers. Destijds vreesden duizenden Google-medewerkers dat Project Maven de eerste stap zou zijn naar de inzet van AI voor dodelijke doeleinden.
Samen verantwoordelijk
Google topmannen James Manyika en Demis Hassabis maakten de wijziging bekend. Zij vinden dat bedrijven en overheden gezamenlijk de verantwoordelijkheid moeten dragen.
Volgens hen is
AI geen experiment meer. Het is nu “een onmisbare technologie,” net als het internet en smartphones.
De timing van de aankondiging is opvallend. Het moederbedrijf van
Google,
Alphabet, publiceerde net zijn kwartaalcijfers. Daaruit is te zien dat het fors inzet op
AI, met een investering van maar liefst $75 miljard, een bedrag dat hoger ligt dan analisten hadden verwacht.
Geopolitieke spanningen
De overstap van
Google roept echter vragen op, vooral over de ethische grenzen. Aan de andere kant is er een echte
AI race gaande. Dit is niet verrassend, want landen die in AI domineren, krijgen ook meer macht op het wereldtoneel.
AI kan namelijk enorme veranderingen teweegbrengen. Het kan landen een economische voorsprong geven, maar ook militaire kracht vergroten.
Met de lancering van het Chinese DeepSeek zijn nieuwste model, voelt Silicon Valley het zweet onder zijn voeten. Waar ze dachten een enorme voorsprong te hebben, lijkt dit nu een ander verhaal.
Financiële belangen en
AI-investeringen
een stijging van 10% in advertentie-inkomsten, vielen de financiële resultaten tegen.