De Internet Watch Foundation (IWF) heeft in de eerste helft van 2026 maar liefst 6.310 AI-gegenereerde afbeeldingen van seksueel kindermisbruik aangetroffen. Dat zijn er 40 procent meer dan in heel 2025. De Britse organisatie waarschuwt dat kunstmatige intelligentie de verspreiding van dit illegale materiaal steeds moeilijker te bestrijden maakt en roept de Europese Unie op snel nieuwe wetgeving af te ronden.
De
Internet Watch Foundation publiceerde de cijfers op 5 oktober 2026. De organisatie onderzoekt online materiaal van seksueel kindermisbruik en werkt samen met technologiebedrijven en opsporingsdiensten om de verspreiding ervan tegen te gaan.
AI-kindermisbruikbeelden nemen snel toe
Tussen 1 januari en 30 juni 2026 identificeerden analisten van de IWF 6.310 met AI gemaakte afbeeldingen die volgens de organisatie onder de wettelijke definitie van seksueel kindermisbruik vallen. In heel 2025 ging het om 4.512 afbeeldingen.
Vooral meisjes komen voor in het aangetroffen materiaal. Van de 6.221 beelden waarbij de onderzoekers zowel de leeftijd als het geslacht konden vaststellen, toont 98 procent meisjes. Het aantal unieke afbeeldingen met meisjes steeg van 4.259 in heel 2025 naar 6.094 in de eerste zes maanden van 2026.
Ook de leeftijden van de afgebeelde kinderen vallen op. De onderzoekers registreerden in het eerste halfjaar:
- 2.534 afbeeldingen van kinderen tussen 7 en 10 jaar.
- 2.369 afbeeldingen van kinderen tussen 11 en 13 jaar.
- 1.004 afbeeldingen van kinderen tussen 3 en 6 jaar.
- 190 afbeeldingen van baby's en peuters jonger dan 2 jaar.
De categorie van 7 tot en met 13 jaar vertegenwoordigt volgens de IWF inmiddels 79 procent van het onderzochte materiaal waarbij de relevante leeftijdsinformatie beschikbaar was. In 2025 was dat nog 70 procent.
De organisatie registreerde bovendien 5.557 afbeeldingen in de Britse categorie C, waaronder bepaalde vormen van geseksualiseerde afbeeldingen vallen. Deze categorie vertegenwoordigde 88 procent van alle aangetroffen AI-beelden, tegenover 62 procent in 2025. Daarnaast troffen de analisten 753 afbeeldingen aan in de zwaardere categorieën A en B.
De cijfers laten zien hoe sterk het aantal door de IWF geïdentificeerde beelden groeit. Ze geven echter geen volledig beeld van de wereldwijde productie of verspreiding. Het werkelijke aantal circulerende afbeeldingen is niet bekend.
Ook kunstmatige beelden kunnen echte slachtoffers maken
Een belangrijk probleem is dat daders niet altijd volledig nieuwe personen laten genereren. Ze kunnen ook bestaande foto's van echte kinderen gebruiken en die met AI veranderen in seksueel expliciet materiaal.
Daarvoor hoeft een slachtoffer nooit zelf een intieme foto te hebben gemaakt. Een gewone afbeelding kan voldoende zijn om een schadelijke deepfake te produceren.
Voor slachtoffers kunnen de gevolgen ingrijpend zijn. De nieuwe beelden kunnen zich verspreiden zonder hun medeweten en opnieuw opduiken nadat iemand ze heeft laten verwijderen.
Ook kinderrechtenorganisatie UNICEF waarschuwde eerder dit jaar voor deze ontwikkeling. Zoals
AI Wereld.nl in februari berichtte, riep UNICEF overheden op om AI-gegenereerd materiaal van seksueel kindermisbruik expliciet strafbaar te stellen.
Een onderzoek van UNICEF, INTERPOL en ECPAT onder kinderen in elf landen liet zien dat minstens 1,2 miljoen kinderen aangaven slachtoffer te zijn geworden van seksueel expliciete
deepfakes.
Waarom bestaande detectietechnologie tekortschiet
De opkomst van generatieve AI stelt technologiebedrijven voor een nieuw probleem. Veel bestaande systemen herkennen illegaal beeldmateriaal aan de hand van digitale vingerafdrukken, ook wel hashes genoemd.
Wanneer onderzoekers een afbeelding van seksueel kindermisbruik identificeren, kunnen ze daar een unieke digitale herkenningscode aan koppelen. Platforms kunnen die code vervolgens gebruiken om dezelfde of overeenkomende afbeeldingen automatisch te herkennen en te blokkeren.
Deze methode helpt bij het tegenhouden van bekend materiaal, maar heeft een belangrijke beperking: volledig nieuwe afbeeldingen hebben nog geen geregistreerde vingerafdruk.
Een AI-systeem kan nieuwe varianten produceren die niet overeenkomen met eerder geïdentificeerd materiaal. Daardoor kunnen de bestaande databanken achterlopen op wat online verschijnt.
De IWF vindt daarom dat technologiebedrijven ook mogelijkheden moeten krijgen om nog onbekend misbruikmateriaal op te sporen. Alleen reageren op eerder geregistreerde afbeeldingen is volgens de organisatie onvoldoende.
Dat stelt bedrijven voor technische en juridische uitdagingen. Systemen die nieuw materiaal proberen te herkennen, moeten niet alleen effectief zijn, maar ook voldoende nauwkeurig om te voorkomen dat onschuldige inhoud ten onrechte als illegaal wordt aangemerkt.
Europese Unie zoekt naar nieuwe regels
De bevindingen komen op een belangrijk moment voor Europese wetgeving.
De EU onderhandelt al sinds 2022 over de Child Sexual Abuse Regulation, een verordening die online seksueel kindermisbruik moet tegengaan.
De IWF wil dat deze wet technologiebedrijven langdurige juridische duidelijkheid geeft over het herkennen, melden en verwijderen van illegaal materiaal. De organisatie benadrukt dat de wet ook rekening moet houden met afbeeldingen die nog nooit eerder zijn aangetroffen.
Volgens IWF-directeur Kerry Smith ontwikkelt AI zich zo snel dat
Europa niet langer kan wachten met een structurele aanpak.
Tegelijkertijd speelt er een ingewikkelde discussie over privacy. Het automatisch onderzoeken van online berichten kan botsen met de vertrouwelijkheid van communicatie en het recht op gegevensbescherming.
In juli 2026
stemde de Raad van de Europese Unie in met tijdelijke regels die aanbieders opnieuw toestaan om onder voorwaarden vrijwillig seksueel kindermisbruikmateriaal op te sporen en te verwijderen. Deze regeling geldt tot 3 april 2028 en sluit communicatie met end-to-end-encryptie uit van de betreffende detectiemaatregelen.
Over de permanente wetgeving onderhandelen de Europese instellingen nog. Daarbij moeten ze bepalen hoe ver detectiemaatregelen mogen gaan, welke garanties voor gebruikers nodig zijn en hoe ze de rechten van slachtoffers beschermen.
De nieuwe cijfers van de IWF vergroten de druk op die onderhandelingen. Waar opsporingssystemen vroeger vooral bestaande afbeeldingen moesten herkennen, kunnen daders met AI steeds opnieuw materiaal maken dat nog nergens geregistreerd staat.
Dat maakt de centrale vraag voor Europese wetgevers ingewikkelder: hoe kunnen platforms ook nieuw illegaal materiaal herkennen, zonder de privacy en veiligheid van alle andere gebruikers onnodig aan te tasten?