Naar inhoud springen

DNB: AI kan helft van taken versnellen, maar zorgt niet altijd voor economische winst

Nieuws
DNB AI kan helft van taken versnellen bij kwart werkenden
Ongeveer een kwart van de Nederlandse werkenden heeft een beroep waarin AI minstens de helft van de taken sneller kan laten verlopen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van De Nederlandsche Bank. Het gaat om de technische mogelijkheden van AI, niet om een voorspelling dat deze werknemers hun baan verliezen.
De centrale bank publiceerde op 2 november haar analyse van de economische impact van AI. Daarin combineert DNB een maatstaf voor de invloed van AI op werktaken met Nederlandse werkgelegenheidscijfers uit het tweede kwartaal van 2026.

Vooral werk met veel informatie kan veranderen

Softwareontwikkelaars, accountants en beleidsadviseurs behoren tot de beroepen waarin AI relatief veel taken kan ondersteunen of versnellen. Bij schoonmakers en verzorgenden ligt dat aandeel veel lager.
De gekozen grens maakt verschil. Kijkt DNB naar beroepen waarin AI minstens 40 procent van de taken kan versnellen, dan valt ongeveer de helft van de werkenden binnen die groep.
Deze cijfers laten zien waar verandering mogelijk is. Ze meten niet hoeveel tijd werknemers nu besparen. Evenmin staat vast hoeveel organisaties de betreffende mogelijkheden daadwerkelijk gaan gebruiken.

Bedrijven moeten de vrijgekomen tijd goed benutten

Volgens de toelichting van DNB ontstaat economische winst pas wanneer bedrijven AI goed in hun dagelijkse werkzaamheden verwerken. Alleen toegang geven tot een chatbot is onvoldoende.
Werkprocessen moeten veranderen en medewerkers hebben nieuwe vaardigheden nodig. Bedrijven moeten bovendien bepalen wat ze doen met eventuele tijdwinst: meer produceren, hun dienstverlening verbeteren of nieuwe producten ontwikkelen.
Dat vraagt ook om afspraken over de uitvoering. Wie laat een systeem een document voorbereiden, wie controleert het resultaat en wie beslist wat ermee gebeurt? Zulke verantwoordelijkheden zijn onderdeel van AI-geletterdheid op het werk, waarover AI Wereld eerder een praktische uitleg publiceerde.

Scholing begint voordat een functie verdwijnt

DNB wil dat werkgevers medewerkers vroeg betrekken bij keuzes over AI. Afspraken over veranderende functies en scholing kunnen volgens de bank een plek krijgen in cao’s. Blijkt een overstap naar ander werk nodig, dan moet begeleiding beginnen voordat iemand werkloos raakt.
Die aanpak sluit aan bij het eerdere advies van de Sociaal-Economische Raad over AI en werk. De SER vraagt werkgevers om werknemers te laten meedenken over de invoering. Naast productiviteit tellen ook zeggenschap, werkdruk en de kwaliteit van het werk mee.
De raad legt de verantwoordelijkheid voor leren niet uitsluitend bij werknemers. Werkgevers moeten passende scholing aanbieden; overheid en onderwijs moeten helpen om mensen op veranderingen voor te bereiden. Menselijk toezicht vraagt daarbij om medewerkers die voldoende kennis en ruimte hebben om daadwerkelijk in te grijpen.

Kleine bedrijven hebben minder tijd voor de overstap

Kleinere ondernemingen lopen volgens DNB achter bij het gebruik van AI. Juist zij kunnen via software specialistische kennis binnenhalen die eerder te duur was. Tijdgebrek en beperkte kennis bemoeilijken de invoering. Brancheorganisaties en kennisnetwerken kunnen ervaringen en praktische ondersteuning delen.
Ook aanbieders richten zich op die groep. OpenAI kondigde in januari AI-training voor 20.000 Europese kleine bedrijven aan. Nederland stond niet bij de zes landen van de aangekondigde eerste opzet.
DNB noemt daarnaast een voorwaarde die verder gaat dan scholing: bedrijven moeten betaalbare toegang houden tot AI en eenvoudig van leverancier kunnen wisselen. Een onderneming die haar processen afhankelijk maakt van één moeilijk vervangbare aanbieder, houdt minder keuzevrijheid over.
loading

Populair nieuws

Loading