Techleap constateert in het
Dutch Spin-off Report 2026 dat de groei van de Nederlandse
wetenschap nauwelijks extra bedrijven oplevert. Universiteiten en universitair medische centra telden in 2023 28 procent meer onderzoekers dan in 2015, terwijl de jaarlijkse oprichting van academische spin-offs tussen 2015 en 2025 ongeveer gelijk bleef. Het rapport raakt daarmee ook de route van universitair AI-onderzoek naar commerciële toepassingen.
Meer onderzoekers leveren nauwelijks meer bedrijven op
Een academische spin-off is een bedrijf dat voortbouwt op wetenschappelijke resultaten uit een publieke onderzoeksinstelling en de ambitie heeft om te groeien. Het kan bijvoorbeeld ontstaan vanuit een universiteit, universitair medisch centrum of toegepast onderzoeksinstituut. Een student die een bedrijf begint, valt daarmee niet automatisch onder deze definitie.
Techleap volgt 1.033 Nederlandse spin-offs die sinds 2010 zijn opgericht. De onderzoekers gebruiken de Academic Venture Monitor, een dataset waarvoor kennisinstellingen bedrijfsgegevens aanleveren. Techleap vult die informatie aan met gegevens van de Kamer van Koophandel en bedrijfsdataplatform Dealroom. De analyse gebruikt de stand van juni 2026.
In de periode 2022 tot en met 2025 ontstonden gemiddeld ongeveer 65 spin-offs per jaar. Daarmee blijft de oprichting van nieuwe bedrijven achter bij de groei van het aantal onderzoekers. Techleap wijst erop dat de gegevens over 2025 mogelijk nog onvolledig zijn.
De telling richt zich op nieuwe ondernemingen uit
onderzoek. Kennisinstellingen kunnen hun technologie ook via licenties en samenwerking met bestaande bedrijven naar de praktijk brengen. Het aantal spin-offs vertelt daarom slechts een deel van het verhaal over de maatschappelijke opbrengst van wetenschap.
Groei van Nederlandse onderzoekers en oprichting van academische spin-offs sinds 2015
Wat betekent dit voor Nederlandse AI-bedrijven?
De verschillen tussen onderzoeksgebieden zijn groot. Volgens het rapport verdrievoudigde de oprichting van spin-offs uit de natuurwetenschappen sinds 2015. Onder die categorie vallen naast natuurkunde en scheikunde ook wiskunde en informatica. Het aantal spin-offs uit de gezondheidswetenschappen daalde in dezelfde vergelijking met 58 procent.
Deze cijfers geven geen afzonderlijke groeimeting voor AI-bedrijven. Een onderneming met kunstmatige intelligentie kan voortkomen uit informatica, maar ook uit medisch onderzoek of een technisch vakgebied. De sterke groei binnen de natuurwetenschappen bewijst dus niet dat het aantal academische AI-startups eveneens verdrievoudigde.
De Nederlandse AI-onderneming Quantib laat zien hoe zo’n route vanuit onderzoek eruit kan zien. Het bedrijf ontstond als spin-off van het Erasmus MC en ontwikkelde AI-software voor medische beeldanalyse. Investeerder
InnovationQuarter beschrijft hoe de technologie MRI- en CT-scans analyseert en het werk van artsen en onderzoekers ondersteunt.
Voor AI-onderzoekers zit de relevantie van het rapport daarmee vooral in de stap naar gebruik: een algoritme vraagt om verdere productontwikkeling, een team en toegang tot klanten voordat een onderneming erop kan bouwen. Techleap onderzoekt hoe kennisinstellingen die stap beter kunnen ondersteunen.
Spin-offs halen vaker geld op, maar blijven internationaal achter
Academische spin-offs bereiken vaker financieringsmijlpalen dan andere Nederlandse startups. Van de onderzochte bedrijven die sinds 2010 zijn opgericht, haalde 18 procent minstens 1 miljoen euro aan durfkapitaal op. Bij de overige Nederlandse startups was dat 9 procent. De grens van 10 miljoen euro bereikte 6 procent van de spin-offs, tegenover 2 procent van de andere startups.
Deeptechbedrijven springen eruit. Dat zijn ondernemingen die nieuwe producten bouwen op wetenschappelijke ontdekkingen of complexe technische innovaties. Binnen de groep academische deeptech-spin-offs haalde 45 procent minstens 1 miljoen euro op en bereikte 19 procent de grens van 10 miljoen euro. Die percentages gelden voor deze specifieke groep en zijn geen financieringskansen voor iedere AI-startup.
Internationaal blijft ruimte voor verbetering. In de vergelijking van negen landen heeft
Nederland binnen elk van de drie onderzochte technologiecategorieën het laagste aandeel spin-offs dat binnen vijf jaar 1 miljoen euro ophaalt. De internationale vergelijking gebruikt Dealroom-labels en bedrijven die tussen 2010 en 2021 zijn opgericht.
Ook de snelheid verbetert niet vanzelf. Bij succesvolle spin-offs uit de oprichtingsjaren 2015 tot en met 2019 duurde het mediaan 29 maanden om 1 miljoen euro op te halen. Voor de groep uit 2020 en 2021 was dat 35 maanden. Deze meting omvat alleen ondernemingen die de grens binnen vijf jaar daadwerkelijk bereikten. Subsidies, leningen en beursgangen tellen niet mee in de financieringscijfers.
Techleap wil de stap van onderzoek naar onderneming versnellen
Techleap adviseert kennisinstellingen om kansrijk onderzoek eerder te herkennen, wetenschappelijke oprichters beter te begeleiden en hen aan ervaren ondernemers te koppelen. Daarnaast moeten transparante, gestandaardiseerde processen de oprichting van bedrijven eenvoudiger maken.
Een deel van dat werk krijgt vorm binnen Techleaps
Spin-off Factory. Daar werken betrokkenen onder meer aan een netwerk van ervaren oprichters, een gids voor onderzoekers die een bedrijf willen starten en een vergelijking van afspraken tussen kennisinstellingen en startups. AIWereld schreef eerder over
de inzet van alumni en investeerders om universitaire techbedrijven te begeleiden.
Techleap ziet ruimte om de impact van Nederlandse spin-offs te verviervoudigen door meer bedrijven te creëren, hun kwaliteit te verbeteren en hun ontwikkeling te versnellen. Dat is een ambitie, geen voorspelde uitkomst. Vervolgonderzoek moet onder meer duidelijk maken welke invloed afspraken over intellectueel eigendom op de latere groei hebben.