De
Verenigde Staten dringen er bij grote technologiebedrijven op aan om zich te verbinden aan een nieuwe overeenkomst over artificiële intelligentie-datacenters. Volgens een rapport van Politico dat is gebaseerd op uitspraken van twee Amerikaanse functionarissen wil de regering dat deze bedrijven toezeggen dat hun datacenters geen stijgende elektriciteitsprijzen voor huishoudens, geen drukte op lokale watervoorraden en geen instabiliteit van het energienet veroorzaken. Het voorstel, dat nog in conceptvorm is en aan verandering onderhevig kan zijn, bevat ook de verwachting dat de bedrijven verantwoordelijk zijn voor de kosten van nieuwe infrastructuur die nodig is om de groei van datacenters te ondersteunen, volgens berichten van
Reuters.
Wat de voorgestelde overeenkomst inhoudt
De overeenkomst waar de Amerikaanse regering bedrijven voor wil laten tekenen richt zich op de impact van enorme datacenters op de energienetwerken en lokale hulpbronnen. AI-datacenters zijn grote gebouwen vol krachtige servers en chips die enorme hoeveelheden stroom nodig hebben om kunstmatige intelligentie-modellen te trainen en te laten draaien. Die vraag naar energie kan volgens beleidsmakers grote gevolgen hebben voor de gemeenschappen rond die centra. De gedachte achter het compact is dat de bedrijven die deze datacenters bouwen en exploiteren hun verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen op hun omgeving, zowel financieel als op het gebied van hulpbronnen.
Naast energie- en waterkwesties gaat het ook om de betrouwbaarheid van het energienetwerk. In sommige regio’s worden datafaciliteiten gezien als extra belasting voor het lokale vermogen, wat spanningen kan veroorzaken tussen de belangen van huishoudens en industriële gebruikers. Door bedrijven te vragen om bij te dragen aan de kosten van extra infrastructuur, zoals netuitbreidingen of extra stroomleveringscapaciteit, hoopt de regering deze spanningen te verminderen.
Waarom dit nu op de agenda staat
AI-datacenters zijn de afgelopen jaren snel uitgebreid omdat bedrijven als Microsoft, Google, Amazon en OpenAI steeds meer rekenkracht nodig hebben voor geavanceerde AI-modellen. Deze facilities zitten vol met gespecialiseerde chips en servers die enorme hoeveelheden energie verbruiken, vooral wanneer grote modellen getraind worden of wanneer intensieve AI-taken draaien. Dat heeft geleid tot publieke bezorgdheid over stijgende elektriciteitsprijzen en andere klimaat- en energieproblemen.
Het onderwerp staat ook op de politieke agenda omdat energie en nutsvoorzieningen gevoelige onderwerpen zijn in de VS, waar consumenten en beleidsmakers zich zorgen maken over prijsstijgingen en de betrouwbaarheid van diensten. Een compact waarin bedrijven expliciet bijdragen aan de infrastructuuruitbreiding kan gezien worden als een manier om druk van huishoudens weg te nemen en tegelijkertijd de groei van technologische capaciteit te blijven ondersteunen.
Hoe bedrijven erop reageren
Tot op dit moment is het niet duidelijk welke technologiebedrijven al hebben toegezegd of hoe zij zouden reageren op een dergelijk compact. In de praktijk kunnen sommige bedrijven al in gesprek zijn met overheidsinstanties over regionale energieplanning en infrastructuurversterking. De compacttekst is nog conceptueel en kan aangepast worden voor het definitief wordt aangeboden aan bedrijven. De bedrijven zelf hebben doorgaans belangen bij een betrouwbare energievoorziening en toegang tot water, omdat beide essentieel zijn voor de bedrijfsvoering van datacenters.
Mogelijke gevolgen voor de techsector
Als techbedrijven zich officieel verbinden aan een dergelijke overeenkomst, kan dat duur van bouw en exploitatie van datacenters beïnvloeden. Het kan onder meer betekenen dat bedrijven extra investeringen moeten doen in energie-efficiëntie, waterbeheer en netinfrastructuur. Dit kan van invloed zijn op hun planningen en kostenplaatjes, maar het kan ook leiden tot een meer gestructureerde relatie tussen de technologische expansie en de gemeenschappen waarin deze infrastructuur groeit. Het voorstel voor het compact laat zien hoe de overheid en de private sector proberen om praktische problemen rond de snelle groei van AI-infrastructuur aan te pakken zonder direct wetgeving op te leggen.