Het voelt wrang dat een buitenlandse AI-engineer een groot belastingvoordeel kan krijgen, terwijl een Nederlandse collega over zijn volledige salaris belasting betaalt. Toch is afschaffing van de expatregeling geen gratis keuze.
Nederland concurreert wereldwijd om schaars technisch talent – en onze rijkdom, grote bedrijven en verzorgingsstaat zijn geen vanzelfsprekendheid.
Zet twee engineers naast elkaar bij hetzelfde Nederlandse technologiebedrijf. Ze doen vergelijkbaar werk, verdienen ongeveer hetzelfde brutoloon en bouwen samen aan dezelfde machine of hetzelfde AI-systeem.
De één is in Nederland opgegroeid en betaalt belasting over zijn volledige salaris. De ander is vanuit het buitenland geworven en kan via de expatregeling een aanzienlijk deel van zijn loon belastingvrij vergoed krijgen. Daardoor kan de buitenlandse collega netto veel meer overhouden.
Dat voelt oneerlijk. Omdat het dat op individueel niveau ook is.
Je hoeft geen tegenstander van migratie te zijn om daar moeite mee te hebben. Een Nederlandse werknemer betaalt mee aan onderwijs, woningbouw en publieke voorzieningen, maar ziet dat iemand die hier net komt werken tijdelijk fiscaal gunstiger wordt behandeld. In een land met hoge woonlasten, personeelstekorten en druk op publieke diensten is dat moeilijk uit te leggen.
Toch is de volgende stap: schaf de regeling dan maar af, veel minder logisch dan hij klinkt. Je zou ook kunnen pleiten voor sowieso minder belastingen, in plaats van meer voor expats. Maar dat is een andere discussie.
Wat is de expatregeling in 2026 precies?
De expatregeling, beter bekend als de 30%-regeling, is bedoeld voor werknemers die vanuit het buitenland naar Nederland worden gehaald en over specifieke deskundigheid beschikken. Hun werkgever mag onder voorwaarden maximaal 30 procent van het loon als onbelaste vergoeding aanwijzen voor de extra kosten van tijdelijk werken buiten het land van herkomst.
Het is dus niet zo dat iedere buitenlander automatisch 30 procent minder belasting betaalt. Werkgever en werknemer moeten de regeling samen aanvragen. De werknemer moet vóór de komst naar Nederland onder meer voldoende ver van de Nederlandse grens hebben gewoond en aan een inkomensnorm voldoen.
In 2026 ligt die inkomensnorm op meer dan €48.013 aan belastbaar jaarloon, exclusief de vrijgestelde vergoeding. Voor werknemers jonger dan 30 jaar met een masterdiploma geldt een lagere grens van €36.497. Wetenschappelijke onderzoekers en artsen in opleiding vormen een uitzondering. De regeling duurt maximaal vijf jaar en kan in 2026 worden toegepast over een salaris tot €262.000.
Vanaf 2027 daalt de maximale onbelaste vergoeding voor nieuwe gevallen naar 27 procent en gaat een hogere salarisgrens gelden. De aparte mogelijkheid om als gedeeltelijk buitenlands belastingplichtige buitenlands vermogen buiten box 2 en box 3 te houden, is sinds 2025 afgeschaft, afgezien van overgangsrecht.
De actuele voorwaarden staan bij de
Rijksoverheid en de
Belastingdienst.
De verkeerde vraag is of een expat dit voordeel 'verdient'
De politieke discussie blijft vaak steken bij de morele vraag: waarom zou iemand uit het buitenland een voordeel verdienen dat een Nederlander niet krijgt?
Mijn eerlijke antwoord is: dat verdient die persoon niet méér dan zijn Nederlandse collega. Maar dat is ook niet de economische reden voor de regeling. De expatregeling is geen lintje voor goed gedrag. Het is een instrument waarmee Nederland bedrijven probeert te helpen bij het aantrekken van mensen die internationaal uit meerdere landen en werkgevers kunnen kiezen.
De relevante vraag is daarom niet alleen wat de regeling kost, maar ook wat er gebeurt als Nederland haar afschaft terwijl andere landen hun eigen voordelen blijven aanbieden.
Een AI-onderzoeker, chipontwerper of gespecialiseerde engineer kan vaak ook naar Frankrijk, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten of Singapore.
Verschillende Europese landen hebben bovendien hun eigen fiscale regelingen voor buitenlandse kenniswerkers. We concurreren dus niet met een denkbeeldige wereld waarin iedereen dezelfde belasting betaalt. We concurreren met landen die eveneens proberen schaars talent binnen te halen.
Dat kun je een onwenselijke fiscale wapenwedloop noemen. Daar zit wat in. Maar Nederland kan die wapenwedloop niet in zijn eentje beëindigen door als enige het eigen middel neer te leggen.
De regeling lijkt Nederland meer op te leveren dan het kost
De grootste recente evaluatie van de expatregeling werd in opdracht van het ministerie van Financiën uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek. De onderzoekers gebruikten onder meer CBS-data, gegevens van de Belastingdienst, enquêtes, interviews en een keuze-experiment onder gebruikers.
Hun conclusie was niet dat de regeling perfect is. Voor de meeste gebruikers is het belastingvoordeel groter dan de werkelijke extra kosten die zij maken. Het voordeel is dus meer dan alleen een administratief eenvoudige onkostenvergoeding: het is bewust een financiële prikkel om voor Nederland te kiezen.
Maar die prikkel werkt volgens de onderzoekers wel. SEO beoordeelde de regeling als doeltreffend en deels doelmatig. In 2022 waren er circa 110.000 gebruikers. Op basis van indicatieve berekeningen zou de regeling gemiddeld ongeveer €128,5 miljoen per jaar aan netto belastingopbrengsten genereren, doordat de extra werknemers die zij aantrekt gezamenlijk meer belasting afdragen dan het voordeel kost.
SEO schatte daarnaast dat de eerder geplande afbouw naar 30, 20 en 10 procent de instroom van kennismigranten met ongeveer 10 tot 15 procent zou verminderen. Bij volledige afschaffing zou de daling richting 40 procent kunnen gaan. De onderzoekers verwachtten ook negatieve gevolgen voor investeringsbeslissingen van internationaal opererende bedrijven.
Dat zijn schattingen, geen natuurwetten. Migratiebeslissingen hangen ook af van salarissen, huizen, scholen, taal, bereikbaarheid en de kwaliteit van leven. Toch is het te gemakkelijk om de regeling weg te zetten als een miljardencadeau waarvan Nederland niets terugziet. De beschikbare evaluatie wijst juist de andere kant op. Zelfs het effect op de totale woningmarkt is volgens SEO zeer bescheiden, al kan de druk in steden en rond Brainport lokaal natuurlijk wel degelijk voelbaar zijn.
Het
onderzoek van SEO en de latere
kabinetsreactie met de budgettaire berekening verdienen daarom een serieuzere plek in het debat.
Zonder internationaal talent bestaat het Nederlandse AI-sprookje niet
Voor AI Wereld is vooral de samenhang met de technologie- en chipsector belangrijk. Nederland heeft met
ASML een bedrijf in handen dat essentieel is voor de wereldwijde productie van geavanceerde chips. Maar ASML is niet alleen een verzameling patenten en extreem ingewikkelde machines. Het is ook een verzameling mensen. Én het is een machtig wapen in het geopolitieke spel.
ASML telde eind 2025 wereldwijd meer dan 44.000 voltijdsmedewerkers met 143 nationaliteiten. De
Nederlandse halfgeleiderstrategie waarschuwt ondertussen voor een groeiend tekort aan technisch talent op alle niveaus, van engineers tot specialisten in geavanceerde productie. De overheid noemt het aantrekken van internationaal talent expliciet als onderdeel van de oplossing.
Dat is geen theoretisch probleem. In Eindhoven is groen licht gegeven voor een
nieuwe ASML-campus waar uiteindelijk 20.000 mensen kunnen werken. Rond zo'n campus ontstaan bovendien banen bij toeleveranciers, bouwbedrijven, onderzoeksinstellingen, winkels en dienstverleners.
Tegelijk bereikt de
Nederlandse vraag naar technische AI-specialisten in 2026 recordniveau. Nederland heeft talent, maar weet dat nog onvoldoende om te zetten in grote, zelfstandige AI-bedrijven. Zoals AI Wereld eerder schreef:
Nederland heeft veel AI-talent, maar mist AI-kampioenen.
Juist in AI is talent buitengewoon mobiel. Een staalfabriek verplaats je niet in een weekend. Een onderzoeksteam, softwarebedrijf of
startup is veel minder plaatsgebonden. Als de mensen vertrekken, verhuist een groot deel van de waarde met hen mee.
Europa probeert daarom zelf nieuwe routes te openen, zoals de
Legal Gateway in India voor ICT-talent. Dat laat zien hoe dubbel het zou zijn als Nederland aan de ene kant meer internationale specialisten probeert te vinden en aan de andere kant een van de belangrijkste instrumenten om hen binnen te halen afschaft.
Nederland werd eerder groot door mensen die er niet vandaan kwamen
De term ‘expat’ op de zeventiende eeuw plakken is natuurlijk een beetje te makkelijk. Maar we gaan het toch even doen. De moderne Nederlandse staat, arbeidsmarkt en inkomstenbelasting bestonden nog niet. Toch is de historische parallel te interessant om te negeren.
Neem Willem van Oranje. Zou hij onder de huidige wet letterlijk een expat zijn geweest? Nee. Maar onze ‘Vader des Vaderlands’ werd wel geboren in Dillenburg, in het huidige Duitsland. Dat maakt hem op zijn minst een grappige herinnering aan hoe snel we buitenlandse herkomst vergeten zodra iemand onderdeel wordt van het nationale verhaal.
De Franse filosoof René Descartes woonde en werkte ruim twintig jaar in de Nederlandse Republiek. Hij koos voor het relatief vrije intellectuele klimaat en publiceerde hier belangrijk werk. Spinoza werd weliswaar in Amsterdam geboren, maar was een product van de Portugees-Joodse migrantengemeenschap. Ook drukkers, kooplieden, ambachtslieden en geleerden uit de Zuidelijke Nederlanden en andere delen van Europa brachten kennis, netwerken en kapitaal mee.
De Republiek was geen tolerant paradijs en deze mensen kwamen niet dankzij een moderne expatregeling. Maar de economische logica is herkenbaar: wie talent, ideeën en ondernemerschap aantrekt, vergroot zijn eigen mogelijkheden. Universiteiten, handelssteden en uitgevers werden sterker doordat mensen van buiten zich er vestigden. De Universiteit Leiden beschrijft hoe studenten uit heel Europa kwamen en de universiteit door economische groei, vrijheid van woord en wetenschappelijke ontwikkeling uitgroeide tot het ‘wonder van Europa’.
Descartes woonde hier ruim twintig jaar.
Nederland werd niet groot door alles zelf te kunnen. Nederland werd groot door een knooppunt te worden waar mensen, geld en kennis samenkwamen.
Het bezwaar van Nederlandse werknemers blijft terecht
Dat economische argument mag niet worden gebruikt om ieder nadeel weg te wuiven. De regeling creëert een zichtbaar verschil tussen collega's. Zij kan lokaal bijdragen aan hogere biedingen op de woningmarkt. Internationale groei legt druk op wegen, scholen en voorzieningen. En bedrijven profiteren mee van een fiscaal voordeel dat door de samenleving wordt mogelijk gemaakt.
Wie de expatregeling wil behouden, moet daarom ook bereid zijn haar eerlijker en beter uitlegbaar te maken. Het is lastig te verkopen in het huidige politieke klimaat. Mede daarom moet het verhaal kloppen, als je niet nog meer scheve gezichten wil.
Dat begint met gelijke brutobeloning voor gelijkwaardig werk. Het fiscale voordeel mag geen excuus worden om buitenlandse werknemers structureel een lager salaris te bieden of om werkgevers het voordeel zelf te laten opstrijken. Daarnaast mogen grote werkgevers die sterk profiteren van internationaal talent ook zichtbaar meebetalen aan woningen, openbaar vervoer, technisch onderwijs en de leefbaarheid van hun regio.
In Brainport gebeurt dat deels al. ASML, NXP en Philips droegen samen €219 miljoen bij aan de ontwikkeling van de regio. Zulke afspraken maken duidelijk dat de winst niet alleen bij het bedrijf en de werknemer belandt, terwijl de omgeving alle kosten draagt.
Verder moet de overheid veel transparanter laten zien wie de regeling gebruikt, in welke sectoren, voor welke salarissen, hoe lang werknemers blijven en wat het aantoonbare effect op de schatkist is. Als de regeling wordt verdedigd als investering, moet zij ook als investering worden gemeten.
Buitenlands talent is geen vervanging voor Nederlands talent
De expatregeling behouden betekent niet dat Nederland zijn eigen mensen dan maar niet hoeft op te leiden. Integendeel. Een land dat structureel iedere technische vacature uit het buitenland probeert te vullen, voert geen talentbeleid maar uitstelbeleid.
Nederland moet meer investeren in bètaonderwijs, praktisch technisch onderwijs, omscholing en een arbeidsmarkt waarin mensen tijdens hun loopbaan nieuwe vaardigheden kunnen leren. In het
welvaartrapport van oud-ASML-topman Peter Wennink staan excellent onderwijs, reskilling én het aantrekken van buitenlands talent naast elkaar. Dat is de juiste combinatie.
Internationaal talent moet een aanvulling en versneller zijn. Geen excuus om Nederlandse werknemers af te schrijven.
Welvaart is geen natuurverschijnsel
Dit is uiteindelijk waarom ik, ondanks mijn ongemak, niet voor afschaffing ben.
Het voelt wrang om mensen die hier net komen wonen een fiscaal voordeel te geven. Maar het alternatief speelt zich niet af in een wereld waarin ieder land principieel dezelfde regels gebruikt en talent keurig over de wereld wordt verdeeld. Nederland probeert te concurreren met landen die eveneens jagen op onderzoekers, ondernemers, AI-specialisten en engineers.
Ondertussen
dreigt Europa op AI verder achterop te raken bij de Verenigde Staten en China. Nederland heeft nog uitzonderlijk sterke kaarten: ASML, Brainport, universiteiten, digitale infrastructuur en een betrouwbare rechtsstaat. Maar sterke kaarten zijn geen garantie dat we het spel ook winnen.
Rijkdom is geen vanzelfsprekendheid. Grote bedrijven zijn geen natuurverschijnsel. En onze verzorgingsstaat kan alleen bestaan zolang er voldoende productiviteit, bedrijvigheid en belastinginkomsten zijn om haar te betalen. Dat alles kan uit onze handen glippen als we aannemen dat bedrijven en talent toch wel blijven.
De expatregeling moet daarom gericht, tijdelijk, begrensd en transparant blijven. Nederland moet tegelijk veel meer eigen talent opleiden, werkgevers laten bijdragen aan regionale kosten en in Europa pleiten voor afspraken die een fiscale wedloop beperken.
Maar de regeling eenzijdig afschaffen omdat het voordeel zichtbaar oneerlijk voelt, is geen sociaal beleid. Het kan betekenen dat we een zichtbaar verschil op de loonstrook inruilen voor minder investeringen, minder innovatie en uiteindelijk minder geld voor iedereen.
Een belastingvoordeel kun je aanwijzen. De bedrijven, banen en belastinginkomsten die nooit naar Nederland kwamen, blijven onzichtbaar. Dat maakt ze niet minder werkelijk.