Nederland telt relatief de meeste AI-specialisten van Europa, maar slaagt er nauwelijks in om grote, internationaal toonaangevende AI-bedrijven voort te brengen. Dat blijkt uit het jaarlijkse rapport
State of Dutch Tech van Techleap. De conclusie is scherp: de ambitie en het kapitaal ontbreken om AI-toepassingen van wereldformaat te bouwen.
Veel talent, weinig schaal
Met bijna 11 AI-professionals per 10.000 inwoners staat
Nederland bovenaan in Europa. Opleidingen aan onder meer de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam genieten wereldwijd aanzien.
Toch vertaalt dat kennisvoordeel zich nauwelijks in grote
AI-spelers.
Nederland telt krap duizend bedrijven die zich specifiek richten op AI-ontwikkeling en -toepassingen. Het merendeel zit in Amsterdam. Maar vergeleken met steden als Londen, Parijs en Berlijn blijft het aantal succesvolle scale-ups achter.
Volgens techanalist Thomas Mensink van Golden Egg Check is het gebrek aan grote investeringsrondes opvallend. In Frankrijk groeide
Mistral AI razendsnel uit tot een Europese AI-kampioen, terwijl Zweden met
Lovable een nieuwe speler voortbracht. “Wie past in dat rijtje in
Nederland? Ik kan geen Nederlandse AI-kampioen noemen,”
stelt Mensink tegenover het Parool.
Buitenlands kapitaal domineert
Een kwart van alle Nederlandse techinvesteringen gaat naar AI-bedrijven. In Europa ligt dat aandeel op een derde, in de Verenigde Staten zelfs op 60 procent. Opvallend is dat driekwart van de investeringen in Nederlandse AI-bedrijven afkomstig is uit het buitenland.
Dat wijst op terughoudendheid bij binnenlandse investeerders, die vaker kiezen voor minder risicovolle activiteiten. Grotere rondes blijven uit, terwijl juist die schaalfinanciering essentieel is om wereldwijd te concurreren.
Een voorbeeld is General Intuition, opgericht in Nijmegen maar inmiddels gevestigd in New York. Het bedrijf haalde vorig jaar 115 miljoen dollar op om AI-modellen te trainen met video’s van gamers. Het is illustratief voor een bredere trend: Nederlandse AI-bedrijven zoeken schaal en kapitaal over de grens.
Datacenterstop en afhankelijkheid van de VS
Naast kapitaal vormt infrastructuur een knelpunt. Volgens Techleap speelt de druk op de data-infrastructuur een belangrijke rol in het achterblijvende AI-klimaat. AI-toepassingen vragen om krachtige datacenters die grote hoeveelheden data kunnen verwerken.
In en rond Amsterdam geldt echter een verbod op nieuwe datacenters, ongeacht de toepassing. Dat besluit is ingegeven door druk op het stroomnet, watergebruik en leefomgeving. Tegelijkertijd wil de stad digitaal autonoom worden op het gebied van AI. Die spanning ondermijnt volgens Techleap de ontwikkeling van een eigen AI-infrastructuur.
Het gevolg: 9 op de 10 Nederlandse AI-bedrijven maken noodgedwongen gebruik van Amerikaanse infrastructuur en modellen van onder meer
OpenAI en
Anthropic. Europa beschikt momenteel over slechts 5 procent van de wereldwijde AI-data-infrastructuur; driekwart staat in de Verenigde Staten.
Minder start-ups, minder doorstroom
Hoewel de totale techinvesteringen in 2025 uitkwamen op 2,6 miljard euro, een stijging van 11 procent, daalde het aantal deals met 15 procent. Investeerders steken vaker geld in gevestigde bedrijven dan in jonge start-ups. Zo haalde online supermarkt Picnic 430 miljoen euro op.
Investeringsrondes onder de 15 miljoen euro, typisch voor start-ups, nemen juist af. In 2023 kwamen er bijna 200 nieuwe start-ups bij, vorig jaar nog slechts 117. Slechts 1 op de 5 Nederlandse start-ups groeit door naar de volgende fase. In Frankrijk en Duitsland ligt dat percentage boven de 45 procent, in de VS zelfs op 80 procent.
Ook het aantal nieuwe unicorns stagneert.
Nederland telt er inmiddels 37. Vorig jaar kwam er slechts één bij: websitebouwer Framer.
Wat moet er veranderen?
Volgens Mensink ligt er een duidelijke taak voor de overheid: verlaag financiële drempels, stimuleer aandelenbeloningen voor medewerkers en trek kennismigranten aan. Als werknemers fiscaal aantrekkelijk kunnen profiteren van aandelen, blijven zij eerder in
Nederland en investeren zij in nieuwe generaties start-ups.
Daarnaast pleit Techleap voor meer focus op AI-toepassingen in sectoren waarin
Nederland traditioneel sterk is, zoals logistiek, gezondheidszorg, halfgeleiders en agrifood. De overheid richt zich volgens de organisatie te veel op fysieke technologie, zoals chipmachines en halfgeleiders – denk aan steun voor
ASML, terwijl AI-software en data-infrastructuur onderbelicht blijven.
Conclusie
Nederland beschikt over uitzonderlijk veel AI-talent, maar weet dat talent onvoldoende te vertalen naar schaalbare, kapitaalintensieve AI-bedrijven. Zonder grotere investeringsrondes, betere infrastructuur en ambitieuzer beleid dreigt Nederland afhankelijk te blijven van Amerikaanse AI-technologie.
De cijfers uit State of Dutch Tech laten zien dat het fundament aanwezig is. De vraag is of overheid, investeerders en ondernemers bereid zijn om het risico te nemen dat nodig is om daadwerkelijk een Nederlandse AI-kampioen te bouwen.