AI op de basisschool verbieden? Dit ligt er in de Kamer

Nieuws
AI op de basisschool verbieden Dit ligt er in de Kamer
Basisschoolleerlingen mogen mogelijk geen generatieve AI meer gebruiken. Tien Tweede Kamerleden willen dat het kabinet met een verbod komt om het zelfstandig denken en leren van kinderen te beschermen. De Tweede Kamer stemt dinsdag 3 november over het voorstel. Een verbod is voorlopig nog niet ingevoerd.
Het voorstel komt van Volt-Kamerlid Laurens Dassen en negen mede-indieners uit verschillende politieke partijen. In hun motie van 29 oktober vragen ze het kabinet om het onderwijs aan te passen aan de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI).
Daarbij willen ze in ieder geval een verbod op het gebruik van generatieve AI door leerlingen in het primair onderwijs. Het gaat om technologie zoals ChatGPT en Gemini, die zelfstandig teksten schrijven, vragen beantwoorden en opdrachten kunnen uitwerken.
De indieners maken zich zorgen over de ontwikkeling van jonge kinderen. Op de basisschool leren leerlingen onder meer zelfstandig nadenken, problemen oplossen en creatief werken. Generatieve AI kan volgens de Kamerleden een risico vormen voor die ontwikkeling.
Het kabinet is voorlopig tegen het voorstel. Staatssecretaris Judith Tielen van Onderwijs vindt dat er eerst meer duidelijkheid moet komen over hoe scholen verantwoord met AI kunnen omgaan.

Wat willen de Kamerleden verbieden?

De motie vraagt om meer dan alleen nieuwe afspraken over chatbots. Het kabinet moet in het Regieplan Digitalisering onderzoeken hoe het complete onderwijssysteem kan worden aangepast aan AI.
Een verbod op generatieve AI door basisschoolleerlingen moet daar volgens de indieners minimaal onderdeel van zijn.
De gedachte daarachter is dat kinderen eerst zelf bepaalde vaardigheden moeten ontwikkelen voordat ze technologie gebruiken die een deel van het denkwerk overneemt.
Neem een leerling uit groep 7 die een werkstuk moet maken over de Tweede Wereldoorlog. Met een chatbot kan die binnen enkele seconden een complete tekst laten schrijven. De leerling heeft dan misschien een werkstuk, maar heeft niet noodzakelijk zelf informatie verzameld, verbanden gelegd of geleerd hoe je een verhaal opbouwt.
Dat is het soort gebruik waarover de indieners zich zorgen maken.
De motie legt alleen nog niet vast welke specifieke toepassingen straks wel of niet toegestaan zouden zijn. Ook beschrijft het voorstel niet hoe scholen een verbod moeten handhaven.
Er is bovendien een belangrijk verschil tussen AI gebruiken om schoolwerk te laten maken en AI gebruiken om iets te leren.

Niet alle AI in de klas doet hetzelfde

Een verbod op generatieve AI kan in de praktijk verschillende vragen oproepen. Kunstmatige intelligentie wordt namelijk voor uiteenlopende doeleinden gebruikt.
Een leerling die ChatGPT vraagt om een opstel te schrijven, besteedt het eigen schrijfwerk uit. Dat verschilt van een les waarin de docent uitlegt hoe een chatbot werkt en waarom AI soms verkeerde antwoorden geeft.
In die tweede situatie draait de les juist om het kritisch beoordelen van technologie. Kinderen leren bijvoorbeeld dat een overtuigend geformuleerd antwoord niet automatisch juist is.
Daarnaast kunnen docenten zelf AI inzetten. Een leerkracht kan een chatbot gebruiken om ideeën te verzamelen voor een geschiedenisles, teksten op verschillende leesniveaus voor te bereiden of oefenvragen te bedenken.
Dassen maakte tijdens het Kamerdebat over de onderwijsbegroting duidelijk dat hij ruimte ziet voor AI bij de lesvoorbereiding. Zijn voorstel richt zich op het gebruik door leerlingen.
Dan zijn er nog digitale leermiddelen die zich aanpassen aan het niveau van een kind. Zulke adaptieve programma's kunnen bijvoorbeeld moeilijkere rekensommen aanbieden wanneer een leerling eerdere opdrachten goed heeft gemaakt.
Sommige van deze systemen gebruiken AI, maar niet iedere vorm van adaptieve software is generatieve AI. Ook hoeft een leerling bij dergelijke software niet rechtstreeks met een chatbot te communiceren.
De motie maakt geen volledige indeling van deze toepassingen. Het is daarom nog niet duidelijk hoe een eventueel verbod precies wordt afgebakend en welke uitzonderingen of voorwaarden zouden gelden.

Kinderen moeten volgens nieuwe kerndoelen juist AI leren begrijpen

Het voorstel raakt aan een andere ontwikkeling binnen het Nederlandse onderwijs.
In de nieuwe conceptkerndoelen voor digitale geletterdheid staat dat basisschoolleerlingen AI moeten leren herkennen en begrijpen.
Onderwijsorganisatie SLO beschrijft onder meer dat kinderen moeten ontdekken hoe AI-systemen werken, welke toepassingen zij in hun omgeving tegenkomen en hoe zij er verantwoord mee kunnen omgaan.
Ook het herkennen van overeenkomsten tussen menselijk gedrag en het gedrag van AI-systemen maakt onderdeel uit van de leerdoelen.
Deze conceptkerndoelen zijn nog niet wettelijk van kracht. Ze geven wel richting aan wat kinderen in de toekomst op school moeten leren.
Daarmee ontstaat een belangrijke vraag: hoe leren kinderen verantwoord omgaan met AI wanneer ze die technologie zelf niet of slechts beperkt mogen gebruiken?
Dat hoeft geen onoplosbare tegenstelling te zijn. Een docent kan bijvoorbeeld uitleggen hoe een chatbot antwoorden genereert zonder leerlingen zelfstandig opdrachten met die chatbot te laten maken.
Maar de precieze grens tussen leren over AI en AI daadwerkelijk gebruiken, moet bij een eventueel verbod nog worden uitgewerkt.
Ook verschilt de situatie per leeftijd en schoolvak. Wat passend is bij een leerling uit groep 3, hoeft niet hetzelfde te zijn als bij een leerling uit groep 8.
De motie bevat daarvoor nog geen afzonderlijke regels.

Kabinet wil eerst breder plan voor AI in het onderwijs

Staatssecretaris Judith Tielen heeft de motie ontraden. Dat betekent dat het kabinet de Tweede Kamer adviseert om tegen te stemmen.
Tijdens het debat op 29 oktober verwees Tielen naar het Regieplan Digitalisering. Daarin wil het kabinet duidelijker vastleggen hoe scholen verantwoord met digitale technologie en AI kunnen omgaan.
Volgens de staatssecretaris moet AI het leren ondersteunen en niet het leerproces vervangen. Zij wees daarbij op het onderscheid tussen generatieve AI en AI die speciaal voor het onderwijs is ontwikkeld.
Tielen vroeg Dassen om zijn motie aan te houden totdat het kabinet in december meer duidelijkheid kan geven over het regieplan.
Dassen wilde daar niet op wachten. Volgens hem moet de overheid nu richting geven aan het gebruik van AI door jonge leerlingen.
Opvallend is dat Dassen tijdens hetzelfde debat ook een afzonderlijke motie indiende over AI-bijscholing voor docenten. Daarin vraagt hij aandacht voor kwalitatief goede en gecertificeerde scholing, zodat leraren beter begrijpen hoe de technologie werkt.
Die tweede motie kreeg van het kabinet wel een positiever oordeel: oordeel Kamer.
De discussie gaat daarmee niet uitsluitend over de vraag of kunstmatige intelligentie op school thuishoort. De politiek probeert ook te bepalen wie AI mag gebruiken, voor welke taken en onder welke voorwaarden.

Wanneer wordt duidelijk of AI verboden wordt?

De Tweede Kamer stemt op dinsdag 3 november 2026, tijdens de stemmingen die volgens de officiële agenda gepland staan van 15.00 tot 15.45 uur Nederlandse tijd.
De motie telt tien indieners. Dat betekent op zichzelf nog niet dat het voorstel een meerderheid krijgt. De daadwerkelijke stemverhoudingen moeten dinsdag blijken.
Als de motie wordt aangenomen, betekent dat bovendien niet dat generatieve AI onmiddellijk verboden is op Nederlandse basisscholen.
Een aangenomen motie is een verzoek aan het kabinet. De regering moet vervolgens bepalen hoe zij ermee omgaat en welke maatregelen nodig zijn.
Pas bij die verdere uitwerking kan duidelijk worden hoe een eventueel verbod eruitziet, welke toepassingen eronder vallen en welke gevolgen dat heeft voor leerlingen en docenten.
Voorlopig verandert er door de ingediende motie dus niets aan de landelijke regels voor AI-gebruik op basisscholen. De stemming van 3 november bepaalt wel of de Tweede Kamer het kabinet formeel oproept om met een verbod te kom
loading

Populair nieuws

Loading