Het CBS-onderzoek naar AI op de arbeidsmarkt toont op 25 februari 2026 dat 41 procent van de werkenden denkt dat kunstmatige intelligentie hun baan deels kan overnemen. Nog eens 4 procent verwacht dat AI het werk volledig kan uitvoeren. Vooral hogeropgeleiden en jongeren zien hun functie als vatbaar voor automatisering. Bijna de helft van deze groep maakt zich zorgen over de gevolgen.
Dat blijkt uit het Perceptieonderzoek 2025 van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het onderzoek brengt in kaart hoe Nederlanders kunstmatige intelligentie ervaren in relatie tot werk, kennis en productiviteit.
43 procent gebruikt AI al op het werk
Steeds meer werknemers gebruiken AI actief tijdens hun werkzaamheden. In 2025 geeft 43 procent van de werkenden aan AI-toepassingen te gebruiken. Denk aan tekstgeneratie, data-analyse of geautomatiseerde planning.
Werknemers die AI gebruiken, zien ook vaker dat hun werk automatiseerbaar is:
- 56,2 procent van de AI-gebruikers denkt dat hun baan deels of volledig door AI kan worden gedaan
- Onder niet-gebruikers ligt dat aandeel op 37,1 procent
- Slechts 2,2 procent van de AI-gebruikers weet het niet
De cijfers laten een duidelijke samenhang zien tussen AI-gebruik en bewustzijn van automatiseringspotentieel. Wie AI inzet, ervaart direct hoe krachtig de technologie is.
Vrouwen maken zich vaker zorgen over AI en werkzekerheid
Van de werkenden die denken dat AI hun baan kan overnemen, maakt 47,7 procent zich zorgen. Dat aandeel bestaat uit:
- 8 procent die zeer bezorgd is
- 40 procent die enigszins bezorgd is
Mannen en vrouwen schatten de kans op AI-overname even hoog in. Toch verschillen zij in emotionele reactie.
- 42,9 procent van de mannen maakt zich zorgen
- 53,6 procent van de vrouwen uit bezorgdheid
Die kloof kan wijzen op verschillen in ervaren baanzekerheid of sectorale spreiding. Vrouwen werken relatief vaker in administratieve en ondersteunende functies waar AI-systemen snel terrein winnen.
Jongeren en hogeropgeleiden zien meeste impact
Jongeren tussen 18 en 24 jaar verwachten vaker dat AI hun werk deels of volledig kan uitvoeren dan oudere werknemers. Toch verschilt hun zorgniveau nauwelijks van andere leeftijdsgroepen.
Ook opleidingsniveau speelt een rol. Mensen met een hbo- of universitaire opleiding zien vaker dat AI hun taken kan overnemen dan mensen met een mbo- of vmbo-achtergrond. Opvallend is dat het zorgniveau tussen opleidingsgroepen nauwelijks verschilt.
Dat beeld onderstreept een belangrijk punt in het Nederlandse AI-debat: kenniswerk is niet automatisch beschermd tegen automatisering. Integendeel. AI-systemen zoals generatieve taalmodellen en geavanceerde analysetools richten zich juist op cognitieve taken.
Driekwart verwacht banenverlies door AI
De maatschappelijke impact van kunstmatige intelligentie reikt verder dan individuele functies.
- 75 procent van alle volwassenen verwacht dat AI banen zal laten verdwijnen
- 64 procent denkt dat kennis en vaardigheden achteruitgaan
- 48 procent vreest dat werk minder interessant wordt
Daartegenover staat een positiever beeld van productiviteit.
- 57 procent verwacht dat AI taken sneller laat uitvoeren
- 46 procent denkt dat AI personeelstekorten kan verminderen
- 41 procent verwacht dat AI gevaarlijk werk kan vervangen
De cijfers tonen een dubbel sentiment: efficiëntie en innovatie enerzijds, onzekerheid en verschraling anderzijds.
Wat betekenen deze cijfers voor Nederland?
De uitkomsten komen op een moment waarop de Nederlandse overheid inzet op versnelde AI-adoptie in bedrijfsleven en publieke sector. Tegelijkertijd groeit het maatschappelijke debat over her- en bijscholing, arbeidsmarkttransitie en sociale zekerheid.
Voor beleidsmakers ligt hier een duidelijke opdracht:
- Investeer in digitale vaardigheden en permanente educatie
- Bescherm kwetsbare beroepsgroepen
- Stimuleer verantwoorde AI-implementatie
- Ontwikkel duidelijke kaders voor mensgerichte automatisering
De cijfers laten zien dat acceptatie van AI samenhangt met ervaring, maar dat ervaring ook leidt tot grotere bewustwording van risico’s. De uitdaging voor
Nederland ligt daarom niet alleen in technologische innovatie, maar in sociaal-economische begeleiding.
AI verandert het werk. De vraag is niet of dat gebeurt, maar hoe snel en onder welke voorwaarden.