Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft zijn nieuwste prognoses gepubliceerd en verwacht dat de wereldeconomie in 2026 een stabiele groei zal doormaken. Volgens de voorspellingen helpt de economische activiteit rond kunstmatige intelligentie om een deel van de tegenwind door handelsspanningen, hogere rentetarieven en geopolitieke onzekerheden te compenseren. Die activiteiten omvatten investeringen in nieuwe technologie, AI-toepassingen in bedrijven en de vraag naar digitale diensten, die samen de mondiale groei ondersteunen. Meer over deze prognose staat in het
verslag van Reuters.
Groei ondanks handelsspanningen
Het IMF merkt op dat de wereldhandel onder druk blijft staan door conflicten tussen grote economieën, hogere kosten van goederen en beperkingen op import en export. Zulke omstandigheden kunnen bedrijven en landen terughoudender maken in hun investeringen of hun productieplannen. Toch blijkt uit de prognoses dat de totale economische groei niet dramatisch vertraagt. De stabiliserende factor is deels de vraag naar technologie en digitale diensten, waaronder toepassingen die gebruikmaken van kunstmatige intelligentie.
In een tijd van onzekerheid op de internationale markten kan technologie helpen om nieuwe inkomstenbronnen aan te boren. Daardoor kunnen landen en bedrijven die investeren in AI-gerelateerde projecten hun economische activiteit op peil houden. Het IMF ziet dit als een van de factoren die de mondiale
economie steun geeft, ook als traditionele sectoren onder druk staan.
AI als motor van productiviteit
In het rapport staat dat AI niet alleen zorgt voor nieuwe diensten en producten, maar ook de productiviteit in bestaande sectoren kan verhogen. Bedrijven gebruiken AI-hulpmiddelen om processen te verbeteren, data-analyses sneller uit te voeren of klantinteracties te automatiseren. Deze verbeteringen kunnen de efficiëntie verhogen en kosten verlagen, wat op zijn beurt de
economie kan ondersteunen.
Het effect van AI op productiviteit is echter niet gelijk verdeeld over alle landen. Geavanceerde economieën met ruime toegang tot kapitaal, geschoolde werknemers en digitale infrastructuur kunnen sneller profiteren van deze technologieën. Lagere inkomenslanden lopen hier vaak achter, deels omdat zij minder middelen hebben om te investeren in training en technologie. Daardoor kan de impact van AI op groei regionaal verschillen binnen de wereldmarkt.
Regionale verschillen in groei
Volgens de IMF-raming blijven sommige regio’s robuuster dan andere. De Verenigde Staten en delen van Azië worden genoemd als regio’s waar technologische investeringen, waaronder in AI-ontwikkeling, een relatief groot aandeel hebben in de economische activiteit. In Europa blijft de groei gemengd, mede door uiteenlopende economische ervaringen tussen verschillende lidstaten en sectoren.
Latijns-Amerikaanse economieën en sommige Afrikaanse landen kampen met andere uitdagingen waar technologische investeringen minder snel groeien. In die gebieden kan de steun die AI biedt minder onmiddellijk voelbaar zijn. Dit benadrukt opnieuw dat technologische vooruitgang niet automatisch gelijk opgaat met economische vooruitgang voor iedereen.
Inflatie en rente als zorgen
Naast handelsspanningen zijn er zorgen over inflatie en rentetarieven. Centrale banken wereldwijd hebben de afgelopen tijd de rente verhoogd om de inflatie onder controle te krijgen. Hogere rentetarieven kunnen lenen duurder maken voor bedrijven en consumenten, wat de binnenlandse vraag kan temperen.
Het IMF zegt dat als
inflatie aanhoudt of als rente te lang hoog blijft, dat de bestedingen van huishoudens en bedrijven kan verminderen. Daardoor zou de groei onder druk kunnen komen te staan, vooral in sectoren die al kwetsbaar zijn. De organisatie benadrukt dat dit een gebied is waar beleidsmakers waakzaam moeten blijven.