Een nieuw internationaal
onderzoek laat zien dat vooral jonge
werknemers zich zorgen maken over de impact van kunstmatige intelligentie op hun werk. Volgens de enquête van Randstad maken mensen onder de 30 zich vaker druk over baanverlies of een veranderende arbeidsmarkt door AI-technologie dan oudere werknemers. Terwijl AI-systemen steeds meer taken kunnen overnemen of ondersteunen, voelen jongeren zich kwetsbaar en onzeker over hoe hun loopbaan eruit zal zien in de toekomst, volgens
Reuters.
Jongeren zien AI als bedreiging
Uit het
onderzoek blijkt dat jonge werknemers vaker dan oudere collega’s zeggen dat zij vrezen voor het voortbestaan van hun baan als gevolg van AI-ontwikkelingen. Zij noemen technologie die snel kan leren, schrijven, programmeren of advies geven als voorbeelden van systemen die taken kunnen overnemen die traditioneel door mensen werden gedaan. De angst leeft dat dit vooral voor instap- en middenniveau functies gevolgen kan hebben, omdat deze vaak routinematige of repeterende taken bevatten.
Velen onder de jongeren geven aan dat zij niet precies weten wat er gaat gebeuren en hoe zij zich moeten voorbereiden op veranderingen in hun vakgebied. Deze onzekerheid zorgt voor spanning en kan invloed hebben op keuzes rond opleiding, carrièredoelen en bereidheid om in bepaalde sectoren te blijven werken.
Oudere werknemers voelen andere druk
Oudere werknemers lijken minder bezorgd over baanverlies door AI, maar dat betekent niet dat zij geen zorgen hebben. Zij geven vaker aan dat zij denken dat AI zal veranderen hoe hun werk eruitziet of dat zij extra vaardigheden moeten leren om bij te blijven. Voor deze groep heeft angst eerder te maken met aanpassing aan nieuwe technologie dan met het verdwijnen van hun functie zelf.
Het verschil tussen de generaties kan deels worden verklaard door ervaring. Oudere werknemers hebben vaak langer meegedraaid in hun sector en hebben veranderingen eerder zien komen en gaan, zoals automatisering in de jaren daarvoor. Jonge werknemers daarentegen staan nog aan het begin van hun loopbaan en worstelen met het vooruitzicht van een arbeidsmarkt die mogelijk veel anders is dan die waarin zij zijn begonnen.
AI en werkgelegenheid
Kunstmatige intelligentie heeft de potentie om veel voordelen te bieden op de werkvloer. Systemen kunnen data sneller analyseren, repetitieve taken automatiseren en helpen bij besluitvorming of klantenservice. Sommige bedrijven gebruiken AI om administratieve processen te versnellen, terwijl andere AI inzetten voor productontwikkeling of creatieve toepassingen.
Toch roept dit gemengde gevoelens op bij werknemers. Voor sommigen biedt AI juist kansen om hun rol te verdiepen of om nieuwe vaardigheden te leren die hen waardevoller maken voor werkgevers. Voor anderen voelt de integratie van AI als een bedreiging die hen uit balans brengt.
Opleiding en omscholing
Een veelgehoord antwoord van werknemers in het
onderzoek is dat zij meer vaardigheden willen leren om relevant te blijven. Opleiding en omscholing worden gezien als noodzakelijk om goed te kunnen samenwerken met AI-systemen of om taken uit te voeren die AI niet kan overnemen. Bedrijven worden daarom aangespoord om meer te investeren in trainingen en bijscholing van hun personeel, zodat medewerkers zich gesteund voelen in een veranderende werkwereld.
Werkgevers zelf zijn soms verdeeld over hoe groot de impact van AI zal zijn op hun personeelsbestand. Sommige sectoren verwachten dat AI vooral ondersteunend zal zijn, terwijl andere sectoren juist grote veranderingen voorzien in de manier waarop werk wordt georganiseerd. Dit maakt het voor werknemers lastig om precies te weten wat zij kunnen verwachten in de komende jaren.