Wie de afgelopen jaren technologiebeurzen bezocht, hoorde naast enthousiasme ook vaak twijfel. Is dit wel houdbaar? Is dit niet te veel van het goede? Op CES 2026 in Las Vegas hing echter een
opvallend andere sfeer. Tussen de robots, chips en slimme gadgets leek één vraag nauwelijks gesteld te worden. Niet of
AI te ver gaat, maar hoe snel het ons dagelijks leven binnendringt.
Vertrouwen in de toekomst van AI
CES draaide dit jaar zichtbaar om
AI en robots. Niet als futuristische belofte, maar als iets wat al volop in ontwikkeling is. Overal op de beursvloer liepen humanoïde robots rond, bedoeld voor fabrieken, winkels en op termijn zelfs voor thuisgebruik. Ze speelden schaak, hielpen bij assemblage of demonstreerden medische toepassingen.
Grote technologiebedrijven als
Nvidia, Intel,
Amazon, Samsung en Qualcomm presenteerden
AI niet als hype, maar als fundament onder hun toekomststrategie. AI zat niet alleen in datacenters, maar steeds vaker direct in apparaten zelf. Van smartphones tot huishoudelijke apparatuur, alles wordt slimmer en autonomer.
Volgens veel bedrijven zit
AI bovendien nog maar in een vroege fase. Amazon-topman Panos Panay noemde het expliciet “geen voorbijgaande trend”. De boodschap was duidelijk: dit is pas het begin.
De investeringen liegen er niet om. In 2025 ging meer dan $61 miljard naar nieuwe datacenters en voor dit jaar wordt meer dan $500 miljard aan
AI-investeringen verwacht. Dat soort bedragen roepen automatisch kritiek op. Sommige analisten waarschuwen dat de AI-bubbel groter zou kunnen zijn dan de dotcom-bubbel ooit was.
AI wordt praktisch en onmisbaar
Toch probeerden bedrijven op CES die zorgen te relativeren. Chipmakers benadrukten dat zij minder afhankelijk zijn van een markt, omdat
AI verwerking steeds vaker lokaal op apparaten plaatsvindt. Dat maakt toepassingen efficiënter, goedkoper en minder afhankelijk van de cloud.
Daarnaast lag de nadruk sterk op concrete waarde voor consumenten. Nieuwe
AI-gadgets zoals slimme sieraden en luisterapparaten werden gepresenteerd als hulpmiddelen die het dagelijks leven echt makkelijker maken. Tegelijkertijd klonken er zorgen over privacy en data, vooral bij apparaten die constant meeluisteren of meekijken.
De rode draad op CES was helder. Zelfs als er sprake is van overinvestering, is
AI inmiddels zo diep verweven met technologie en maatschappij dat het niet meer verdwijnt. De discussie verschuift van “is dit een bubbel?” naar “wat doen we ermee?”. En dat is misschien wel het duidelijkste signaal dat AI volwassen begint te worden.