Marc van der Chijs: "AI overvloed kan aandelenmarktmodel breken"

Blog
door Marc van der Chijs
dinsdag, 03 maart 2026 om 13:53
robots
Door Marc van der Chijs - Iets valt me op in het AI-debat: het wordt nog steeds vooral geframed als een aandelenselectiespel. Welke bedrijven winnen, welke verliezen, en hoeveel opwaarts potentieel zit er nog in de winnaars.
Dat is het leuke deel, en het deel waar beleggers graag over praten, maar volgens mij slaat men de ongemakkelijke vraag over: de vraag die uiteindelijk bepaalt wat aandelen op de lange termijn waard zijn.
Want als AI en robotica echt leveren wat wordt beloofd, als we daadwerkelijk naar een overvloedseconomie gaan waarin de kosten van het produceren van veel goederen en diensten instorten, dan hebben we het niet alleen over een nieuwe productiviteitsgolf. Dan hebben we het over deflatie, en deflatie heeft de neiging om regels te herschrijven die beleggers als natuurwetten beschouwen.
Mijn werkhypothese is scherp: de komende jaren wordt het merendeel van het white collar werk op grote schaal weggeautomatiseerd, en in de vijf jaar daarna gebeurt hetzelfde met het blue collar werk zodra robotica inhaalt.
Noem het tien jaar totdat “de meeste mensen” structureel buiten de arbeidsmarkt vallen, althans zoals we arbeid nu definiëren. Over de precieze tijdlijnen kunnen we discussiëren, maar de richting lijkt me duidelijk: eerst wordt cognitie geautomatiseerd, daarna fysiek werk, en vervolgens krijg je een samenleving die bijna alles kan produceren met weinig of geen menselijke input.
De upside is uiteraard overvloed. Maar overvloed heeft ook een prijs, en die prijs kan opduiken op plekken die beleggers totaal niet modelleren.

Overvloed kan deflatoir zijn, en deflatie herschrijft de regels

Als AI en robots de productie overnemen, stort de kostencurve in. Dat betekent dat we een periode van brede deflatie (waardevermindering geld) kunnen krijgen, waarin een mandje van goederen en diensten jaar na jaar goedkoper wordt.
Niet het soort 2–3% dat centrale banken nastreven, maar mogelijk prijsdalingen van 20% per jaar in belangrijke categorieën, of zelfs meer, gedurende langere tijd. Het zal niet overal gelijk zijn, en sommige categorieën blijven hardnekkig duur, maar de richting is moeilijk te ontkennen: wanneer marginale productiekosten richting nul gaan, volgen prijzen meestal.
En zodra je dat accepteert, kom je bij het eerste grote beleggingsprobleem: “kosten dalen” betekent niet automatisch dat “winsten stijgen”.

Waarom zelfs de “winnaars” onder druk kunnen komen

Zelfs bedrijven die de AI-transitie overleven, kunnen te maken krijgen met een ander soort druk dan beleggers gewend zijn. Deflatie maakt niet alleen consumenten blij, het verandert wat prijszettingsmacht betekent en maakt de concurrentie harder, meer een messenstrijd dan een spel.
Neem Tesla als eenvoudig voorbeeld. Tesla spreekt over het verkopen van de Optimus-robot voor prijzen tussen de 20.000 tot 30.000 dollar. Prima. Maar in een wereld waarin robots robots bouwen, fabrieken verder automatiseren, toeleveringsketens door AI zijn geoptimaliseerd, en concurrenten eveneens robots en AI hebben, waarom zou de verkoopprijs op lange termijn 20.000–30.000 dollar blijven?
Als Tesla een Optimus uiteindelijk voor 5.000 dollar kan bouwen, betekent dat niet dat het verschil voor altijd pure winst blijft. In een competitieve markt dalen prijzen. Ze móéten dalen, omdat ieders kosten dalen. Het draait dan minder om “kun je het bouwen?” en meer om “hoeveel van het consumentensurplus kun je behouden voordat een concurrent het afpakt?”
Of neem Amazon. Het bedrijf heeft schaal, logistiek, distributie, cloud en een ecosysteem. Maar veel van Amazons kracht zit in operationele excellentie en coördinatie, en AI maakt coördinatie voor iedereen goedkoper. Als AI kleinere spelers verandert in “mini-Amazons” binnen niches, of AI-agenten het model ondermijnen, neemt prijsdruk toe en wordt zelfs deze gigant richting een competitiever evenwicht geduwd.
Dus ja, kosten storten in, maar prijzen ook. En dat is niet het verhaal dat de meeste Discounted Cash Flow-modellen vertellen, een manier om bedrijven te waarderen.

Mijn “90% sterft”-these, genuanceerder geformuleerd

Met “90% van de bedrijven kan failliet gaan” bedoel ik: een meerderheid van beursgenoteerde bedrijven is structureel niet voorbereid op het regime dat eraan komt.
Veel bedrijven bestaan omdat ze:
  • Een bundel mensen zijn die herhaalbaar cognitief werk doen (analyse, support, rapportage, marketing, basaal juridisch of financieel werk).
  • Een dunne distributielaag vormen die ooit duur was (tussenpersonen, makelaars, bepaalde platforms).
  • Een merklaag over commodity-productie leggen, waarbij differentiatie vooral marketing is.
  • Een gereguleerd monopolie of oligopolie zijn, met marges gebaseerd op toetredingsdrempels, niet op intrinsieke complexiteit.
AI valt (1) direct aan. Het verlaagt transactiekosten en discovery voor (2). Het versnelt concurrentie in (3). En zelfs (4) komt onder druk, omdat politieke druk toeneemt wanneer het verschil tussen productiekosten en consumentenprijs absurd zichtbaar is.
Veel bedrijven zullen niet letterlijk failliet gaan, maar economisch irrelevant worden, opgekocht voor een habbekrats of langzaam wegsmelten.
En als veel bedrijven verdwijnen, wordt een kleine groep dominant. Dat creëert een nieuw probleem.

Universeel basisinkomen en de nieuwe belastingbasis

Als de meeste mensen geen baan meer hebben, stort de inkomstenbelastingbasis in. Overheden moeten dan elders inkomsten vinden, zeker als ze op grote schaal een universeel basisinkomen (UBI) uitkeren.
Dat geld zal niet van werklozen komen, maar van kapitaal. Concreet: van de kleine groep bedrijven die productie domineert en cashflow genereert.
Hier wordt het aandelenverhaal naïef. Als veel bedrijven verdwijnen, worden de overblijvende giganten de facto de belastingbasis. Dat impliceert mogelijk veel hogere vennootschapsbelastingen dan we in moderne tijden gewend zijn.
Kies een getal: 60%? 80%? Misschien geen 90%, maar de politieke druk is voorspelbaar. Als stabiliteit nodig is en lonen verdwijnen, wordt “belast de winnaars” een vanzelfsprekende keuze, zeker als die winnaars zichtbaar, geconcentreerd en machtig zijn.
We zien de 'Overton-window' al verschuiven rond vermogensbelastingen en kapitaalwinstbelasting. Het is voorstelbaar dat grote AI- en robotica-bedrijven als nutsbedrijven zijn te behandelen, geacht om het sociale contract te financieren.
Hoe meer de winnaars winnen, hoe meer ze de financieringsbron van de rest worden.

Wat betekent dit voor aandelenkoersen?

Aandelen weerspiegelen verdisconteerde toekomstige kasstromen. In een AI-gedreven overvloedseconomie kun je een vreemde combinatie krijgen:
  • Omzetpools krimpen reëel omdat prijzen dalen.
  • Marges krimpen door versnelde concurrentie.
  • Belastingen stijgen omdat overheden een nieuwe basis nodig hebben.
Als deze drie krachten samenkomen, dan is het verhaal “AI verhoogt productiviteit dus aandelen stijgen eeuwig” op zijn best onvolledig.
Je kunt enorme outputgroei hebben en toch lagere aandelenrendementen dan verwacht, omdat surplus wordt weggeconcurreerd of wegbelast.

Crypto komt logisch maar ongemakkelijk in beeld

Ik wil hier geen crypto-preek van maken, maar de logica is moeilijk te negeren. In een wereld waarin overheden zichtbaar kapitaal belasten, zijn makkelijk te belasten activa politieke doelwitten: beursgenoteerde aandelen, vastgoed, ETF’s.
Bitcoin en andere crypto-activa zijn anders: niet onaantastbaar, maar mobieler en soms lastiger te controleren. Overheden kunnen ETF’s, exchanges en gerealiseerde winsten belasten, maar de frictie in handhaving verschilt.
In een wereld waarin de staat meer uit kapitaal moet halen, wordt de structuur van een asset belangrijker dan veel beleggers willen toegeven.

De ongemakkelijke waarheid

We hebben geen historisch model voor “automatisering elimineert het merendeel van arbeidsinkomen” + “structurele deflatie” + “enkele megabedrijven domineren” + “overheden moeten massa’s mensen financieren”.
Markten kunnen eerst nog sterk stijgen, transities zijn vaak extreem winstgevend. Maar de eindtoestand kan veel zwaarder drukken op marges, belastingen en waarderingen dan nu is ingeprijsd.

Conclusie

Ik geloof dat het komende decennium wordt gedomineerd door AI en robotica en dat we richting overvloed gaan. Maar overvloed is niet automatisch een beleggersparadijs. Overvloed kan deflatoir zijn. Deflatie kan winsten drukken. Lagere winsten veranderen waarderingen. En massawerkloosheid verandert het belastingregime fundamenteel.
Het vreemde is dat ik twee tegengestelde overtuigingen tegelijk kan hebben: voor mijn beleggingen kan ik optimistisch zijn over de transitie en ongemakkelijk over de bestemming. Voor de samenleving ben ik bezorgd over de overgang (onrust, conflicten), maar optimistisch over de uitkomst (overvloed).
De toekomst voelt minder voorspelbaar dan vroeger. Maar misschien is “normaal” gewoon een tijdelijke fase waar we al uit aan het bewegen zijn.
loading

Populair nieuws

Loading