In februari 2026 vergroot
Palantir Technologies zijn politieke invloed rond de Amerikaanse midterms, terwijl het bedrijf tegelijk recordwinsten boekt dankzij kunstmatige intelligentie. De defensie- en datareus investeert via politieke actiecomités meer dan 100 miljoen dollar in kandidaten die gunstig staan tegenover soepele AI-regels. Daarmee bemoeit Palantir zich nadrukkelijk met de aankomende Amerikaanse verkiezingen.
De inzet is groot. Het Amerikaanse Congres bepaalt dit jaar de spelregels voor kunstmatige intelligentie voor het komende decennium. Tegelijk groeit onder kiezers de zorg over privacy, energieverbruik en banenverlies door AI.
Palantir staat daardoor in het oog van de storm.
Palantir vergroot politieke invloed via AI-PAC
Palantir Technologies bouwde zijn reputatie op als leverancier van data-analyse voor defensie- en inlichtingendiensten. De onderneming werkt al jaren samen met Amerikaanse veiligheidsinstanties, waaronder Immigration and Customs Enforcement, kortweg ICE.
Nu zet het bedrijf ook zwaar in op politieke beïnvloeding.
Via het nieuwe politieke comité Leading The Future pompen techinvesteerders tientallen miljoenen dollars in verkiezingscampagnes. Medeoprichter Joe Lonsdale lanceerde het initiatief om, naar eigen zeggen, “extreme en versnipperde AI-regels” te voorkomen.
Topfiguren uit de AI-sector sloten zich aan. Onder meer bestuurders van OpenAI en investeringsfonds Andreessen Horowitz doneerden grote bedragen.
Volgens gegevens van de Federal Election Commission haalde Leading The Future in de tweede helft van 2025 meer dan 50 miljoen dollar op. Het doel is om pro-AI kandidaten te steunen in staten als New York, Californië, Texas en Illinois.
De boodschap is duidelijk. De AI-sector wil federale wetgeving die staatsregels overstemt.
Waarom wil Palantir federale AI-regels?
De Amerikaanse technologiesector vreest een lappendeken van staatswetten. Sommige staten voeren strikte veiligheidsregels in voor AI-systemen. Andere staten kiezen juist voor deregulering om innovatie te stimuleren.
Alex Karp, CEO van Palantir, kiest openlijk positie. Hij schetst de concurrentiestrijd met China als existentieel.
Volgens Karp staat de wereld voor een keuze. Amerika leidt in AI, of China bepaalt de spelregels.
Die retoriek sluit aan bij voormalig president Donald Trump, die eerder pleitte voor een moratorium op afzonderlijke staatsregels rond AI. Senator Ted Cruz werkt aan wetgeving die federale normen boven staatswetten plaatst.
Critici zien hierin een gecoördineerde lobby van Big Tech.
Hamid Ekbia, professor aan Syracuse University en oprichter van de Academic Alliance for AI Policy, noemt de politieke activiteit van techbedrijven een preventieve strategie. Volgens hem proberen ondernemingen als Palantir strengere regelgeving vóór te zijn.
Controverse rond ICE-contracten
Palantir kampt intussen met reputatiedruk. Het bedrijf leverde technologie aan ICE voor migratiehandhaving. Dat leidde tot protesten binnen progressieve kringen.
In New York gebruikt een super PAC deze link nu tegen congreskandidaat Alex Bores. Bores werkte eerder bij Palantir maar nam ontslag vanwege het ICE-contract. Hij stelde later AI-wetgeving op in de staat New York.
De aanvalscampagne tegen hem krijgt ironisch genoeg steun van een comité dat wordt gefinancierd door techinvesteerders, waaronder personen met banden met Palantir.
Bores noemt die strategie hypocriet. Volgens hem gebruiken investeerders geld dat is verdiend met ICE-contracten om hem
politiek aan te vallen.
Palantir zelf reageerde niet op mediaverzoeken om commentaar.
AI en verkiezingen: geldstromen nemen toe
De financiële betrokkenheid van Palantir-topfiguren valt op.
Medeoprichter Peter Thiel doneerde honderdduizenden dollars aan Republikeinse leiders. Hij onderhoudt nauwe banden met vicepresident JD Vance.
CEO Alex Karp toont een grilliger patroon. Hij doneerde in 2023 nog 360.000 dollar aan een comité van Joe Biden en Kamala Harris. Een jaar later maakte hij 1 miljoen dollar over aan MAGA Inc., een organisatie binnen het netwerk van Donald Trump.
Die dubbele strategie onderstreept één doel. Invloed behouden, ongeacht wie wint.
Palantir profiteert financieel sterk van de AI-boom. Sinds 2022 steeg de beurswaarde van het bedrijf met meer dan 1000 procent. Het bedrijf combineert data-analyse met AI-modellen voor defensie, logistiek en commerciële toepassingen.
Die economische macht vertaalt zich nu in politieke slagkracht.
Tegengeluid groeit in meerdere staten
Niet iedereen accepteert de groeiende invloed van AI-bedrijven op verkiezingen.
De organisatie Public First, geleid door voormalige congresleden Brad Carson en Chris Stewart, wil 50 miljoen dollar ophalen om kandidaten te steunen die pleiten voor verantwoord AI-beleid.
Carson waarschuwt voor een maatschappelijke terugslag als AI-bedrijven te weinig regulering krijgen. Volgens hem broeit er publieke woede over stijgende energierekeningen, privacyrisico’s en mogelijke banenverliezen.
Een recente Gallup-enquête toont dat 80 procent van de Amerikanen vindt dat de overheid veiligheidsregels moet handhaven voor AI, zelfs als dat innovatie vertraagt.
Ook binnen de Democratische Partij groeit spanning. Meerdere kandidaten gaven donaties van Palantir-medewerkers terug nadat media hun campagnefinanciering onder de loep namen.
In Colorado, waar Palantir zijn hoofdkantoor heeft, doneerden senatoren bedragen aan migrantenrechtenorganisaties om eerdere bijdragen te compenseren.
AI als verkiezingsthema in 2026
De midterms van 2026 markeren een nieuw hoofdstuk. Voor het eerst vormt kunstmatige intelligentie een kernonderwerp in nationale verkiezingen.
Kandidaten debatteren niet alleen over economie en migratie, maar ook over:
- Energieverbruik van datacenters
- Bescherming van persoonsgegevens
- Nationale veiligheid
- Concurrentie met China
- Werkgelegenheid en automatisering
De discussie overstijgt partijlijnen. Republikeinen als Ron DeSantis verdedigen staatsrechten om eigen AI-wetten te maken. Onafhankelijke senatoren zoals Bernie Sanders waarschuwen voor machtsconcentratie bij Big Tech.
Palantir staat midden in dat debat.
Wat betekent dit voor de toekomst?
De combinatie van financiële macht, technologische dominantie en politieke invloed maakt Palantir tot een van de meest invloedrijke spelers van dit moment.
Het bedrijf positioneert AI als een strategisch wapen in geopolitieke concurrentie. Tegelijk roept het vragen op over democratische controle.
Als het Congres kiest voor federale pre-emption, verliezen staten hun autonomie over AI-regels. Dat kan innovatie versnellen. Het kan ook toezicht verzwakken.
De midterms van 2026 bepalen dus niet alleen de machtsverhoudingen in Washington. Ze bepalen ook hoe de
Verenigde Staten omgaan met kunstmatige intelligentie.
Palantir speelt daarin geen bijrol meer. Het bedrijf is een hoofdrolspeler geworden in zowel de technologische als de politieke arena.
De groeiende politieke invloed van Palantir Technologies in de Verenigde Staten raakt ook Nederland en de Europese Unie. Amerikaanse AI-bedrijven bepalen steeds vaker de technologische infrastructuur waarop Europese overheden, bedrijven en veiligheidsdiensten leunen.
Wanneer Washington kiest voor soepele federale AI-regels, ontstaat een direct spanningsveld met Europese wetgeving. De Europese Unie voerde in 2024 de AI Act in, een uitgebreide wet die risicovolle toepassingen van kunstmatige intelligentie streng reguleert. Denk aan transparantie-eisen, veiligheidstests en hoge boetes bij overtredingen.
Als de Verenigde Staten innovatie boven regulering plaatsen, ontstaat een fundamenteel verschil in benadering. Dat heeft gevolgen voor Europese markttoegang, investeringen en digitale soevereiniteit.
Europese AI-wetgeving botst met Amerikaanse lobby
De Europese AI Act werkt met risicocategorieën. Systemen met een hoog risico, zoals gezichtsherkenning of kritieke infrastructuur, vallen onder strenge eisen. Amerikaanse bedrijven zoals Palantir moeten zich daaraan houden als zij actief zijn in Europa.
Dat creëert drie spanningspunten:
- Concurrentienadeel: Europese bedrijven krijgen te maken met zware compliance-kosten, terwijl Amerikaanse concurrenten mogelijk profiteren van soepelere regels in eigen land.
- Datastromen: Trans-Atlantische dataoverdracht blijft politiek gevoelig, zeker na eerdere conflicten over privacybescherming.
- Defensie en veiligheid: Europese landen werken samen met Amerikaanse defensietechnologiebedrijven, waaronder Palantir, wat strategische afhankelijkheid vergroot.
Voor Nederland is dat geen theoretisch debat. Nederlandse overheidsinstanties en veiligheidsdiensten gebruiken al jaren data-analyseplatforms van Amerikaanse leveranciers.
Strategische autonomie onder druk
De Europese Commissie spreekt steeds vaker over “strategische autonomie”. Daarmee bedoelt Brussel dat Europa minder afhankelijk moet zijn van buitenlandse technologie.
De realiteit is complexer.
De meeste geavanceerde AI-modellen komen uit de Verenigde Staten. Investeerders uit Silicon Valley pompen miljarden in infrastructuur, chips en datacenters. Europese alternatieven blijven relatief klein.
Als Amerikaanse bedrijven via politieke lobby invloed krijgen op mondiale AI-standaarden, dreigt Europa in een reactieve positie te belanden. Europese beleidsmakers moeten dan balanceren tussen economische groei en bescherming van burgerrechten.
Voor Nederland speelt daarnaast de energievraag. AI-datacenters verbruiken enorme hoeveelheden stroom en water. Gemeenten en provincies worstelen nu al met netcongestie. Een versnelde AI-uitrol kan die druk vergroten.
Politieke invloed stopt niet bij de Amerikaanse grens
De politieke strategie van Palantir beperkt zich niet tot Washington. Grote technologiebedrijven opereren wereldwijd. Ze investeren in denktanks, lobbyorganisaties en samenwerkingsverbanden in Brussel en nationale hoofdsteden.
Als AI een geopolitiek machtsmiddel wordt, verschuift het debat van innovatie naar veiligheid en macht. Europese landen moeten dan bepalen of zij Amerikaanse technologie volledig omarmen, eigen alternatieven ontwikkelen of strengere regels afdwingen.
Voor Nederlandse politici betekent dit:
- Duidelijke keuzes maken over dataprivacy
- Transparant zijn over AI-contracten met buitenlandse bedrijven
- Investeren in Europese AI-initiatieven
- Burgers beschermen tegen misbruik van algoritmes
De Amerikaanse midterms van 2026 lijken ver weg, maar de uitkomst beïnvloedt indirect ook het Europese speelveld.
Als Washington kiest voor deregulering en krachtige AI-expansie, ontstaat mondiale druk om mee te bewegen. Als het Congres juist strengere regels invoert, krijgt Europa mogelijk steun voor zijn regulerende koers.
Europa moet eigen koers bepalen
De kernvraag is simpel. Wil Europa technologische grootmacht worden of regulator van andermans innovatie?
Nederland bevindt zich op een kruispunt. Het land heeft sterke kennisinstellingen, een gunstig vestigingsklimaat en een digitale infrastructuur van wereldniveau. Tegelijk ontbreekt het aan schaalgrootte om zelfstandig te concurreren met Amerikaanse techgiganten.
De groeiende politieke invloed van Palantir laat zien dat AI niet alleen een economische kwestie is. Het is een democratisch vraagstuk.
Wie bepaalt de regels? Wie controleert de data? En wie profiteert van de macht?
Wat er in de Verenigde Staten gebeurt rond Palantir en de midterms, vormt daarom geen ver-van-ons-bedshow. Het is een voorbode van het debat dat ook in Den Haag en Brussel steeds scherper zal worden gevoerd.
De komende jaren bepalen of Europa een toeschouwer blijft in de AI-race, of zelf het tempo gaat bepalen.