Ondanks miljardeninvesteringen in kunstmatige intelligentie slaagt slechts een klein deel van de bedrijven erin om AI structureel waardevol in te zetten. Dat blijkt uit een
nieuwe analyse van ABN Amro. Volgens sectoranalist Amad Khan ligt het probleem niet bij de technologie zelf, maar bij de manier waarop organisaties AI proberen te implementeren. Veel initiatieven blijven steken in pilots en leveren nauwelijks rendement op.
Uit
onderzoek van het Massachusetts Institute of Technology blijkt dat AI-toepassingen zoals ChatGPT vooral zijn te gebruiken voor losse taken, zoals het samenvatten van documenten of het genereren van ideeën. Zodra bedrijven AI willen integreren in kernprocessen, haalt slechts 20 procent van de projecten de pilotfase. Organisaties proberen AI vaak toe te voegen aan bestaande processen, zonder die processen fundamenteel te herzien.
AI buiten het bedrijf vaak beter dan binnen
Een opvallende conclusie is dat werknemers privé vaker gebruikmaken van geavanceerde AI-diensten dan van interne bedrijfsoplossingen. Publieke tools zijn volgens gebruikers vaak krachtiger, gebruiksvriendelijker en betrouwbaarder. Daardoor vallen medewerkers terug op externe AI-toepassingen, wat integratie, datakwaliteit en governance binnen organisaties verder onder druk zet.
MIT-onderzoekers waarschuwen bovendien dat veel huidige
AI-systemen functioneren als een ‘geheugenloze assistent’. Ze beschikken niet over langdurige context of bedrijfsspecifieke kennis, waardoor resultaten oppervlakkig blijven. Elke nieuwe interactie vereist opnieuw volledige context, wat structurele productiviteitswinst in de weg staat.
Hoogopgeleid werk krijgt grootste klap
Volgens ABN Amro verschuift de impact van AI van fabrieksarbeid naar kennisintensief kantoorwerk, met name in de financiële en zakelijke dienstverlening. PwC
berekende in 2023 al dat 44 procent van de Nederlandse banen sterk wordt beïnvloed door AI. In specialistische zakelijke dienstverlening loopt dat zelfs op tot 75 procent. Sectoren met veel fysiek werk, zoals de bouw en landbouw, blijven vooralsnog onder de 25 procent.
Deze ontwikkeling zet het traditionele uurtje-factuurtje-model onder druk. Taken als data-analyse, rapportages en codeontwikkeling worden door AI steeds sneller uitgevoerd, waardoor de waarde verschuift van tijd naar resultaat. Steeds meer bedrijven experimenteren daarom met outcome-based pricing, waarbij pas wordt gefactureerd bij succes. Dat model brengt echter ook risico’s met zich mee, zoals tijdelijke omzetdalingen en hogere operationele onzekerheid.
Geen massale werkloosheid, wel ander werk
Volgens het World Economic Forum verdwijnen er wereldwijd tegen 2030 zo’n 92 miljoen banen, terwijl er 170 miljoen nieuwe ontstaan. AI en informatietechnologie zorgen per saldo voor groei, maar veranderen de aard van werk ingrijpend. Repetitieve cognitieve taken verdwijnen, terwijl het vermogen om AI aan te sturen en te controleren steeds belangrijker wordt.
Nederlandse kansen vragen lef
Ondanks de dominantie van Amerikaanse techbedrijven ziet ABN Amro volop kansen voor
Nederland. Dankzij een hoogopgeleide beroepsbevolking, sterke digitale infrastructuur en veel kennisintensieve sectoren kan Nederland juist vooroplopen in sectorspecifieke AI-toepassingen. Voorwaarde is wel dat organisaties durven te experimenteren, te investeren en hun manier van werken fundamenteel te herzien.