De vier grootste Amerikaanse technologiebedrijven,
Alphabet,
Amazon,
Meta Platforms en
Microsoft, zijn van plan om in 2026 gezamenlijk ongeveer 650 miljard dollar te investeren in nieuwe datacenters, chips en bijbehorende infrastructuur. Het gaat om een ongekend investeringsniveau dat in geen enkel jaar van het afgelopen decennium door individuele bedrijven is geëvenaard.
Volgens ramingen overstijgen de geplande investeringen bij sommige bedrijven zelfs hun totale kapitaaluitgaven van de afgelopen drie jaar samen. Daarmee markeert de AI-race een historisch kantelpunt in de schaal en intensiteit van technologische investeringen.
Historische investeringsgolf zonder precedent
De omvang van deze uitgaven roept vergelijkingen op met grootschalige infrastructuurprojecten uit het verleden, zoals de aanleg van het Amerikaanse spoorwegnet in de 19e eeuw of de telecomzeepbel van de jaren negentig. In totaal ligt het investeringsniveau naar schatting 60 procent hoger dan een jaar geleden, wat wereldwijd leidt tot een explosie van datacenterbouw.
Die bouwdrift zet niet alleen de kapitaalmarkten onder druk, maar ook de fysieke wereld. Energievoorziening, watergebruik en beschikbaarheid van bouwcapaciteit zijn steeds vaker knelpunten. Lokale gemeenschappen maken zich zorgen over stijgende energieprijzen en watertekorten, terwijl ontwikkelaars concurreren om grond, netaansluitingen en vergunningen.
Winnaar-neemt-alles-markt
Volgens analisten zien de techgiganten de markt voor AI-rekenkracht als een klassieke winner-takes-most-markt. Niemand wil het risico lopen om achter te blijven.
Meta verwacht dat zijn kapitaaluitgaven in 2026 kunnen oplopen tot 135 miljard dollar, terwijl
Microsoft afstevent op circa 105 miljard dollar.
Alphabet verraste beleggers met een investeringsplan tot 185 miljard dollar, waarna
Amazon daar nog overheen ging met een aangekondigde 200 miljard dollar.
De reactie op de beurs was scherp: samen verloren de vier bedrijven sinds hun recente kwartaalcijfers meer dan 950 miljard dollar aan marktwaarde. Tegelijkertijd profiteerden leveranciers van AI-hardware, zoals
NVIDIA, Advanced Micro Devices en Broadcom, van het vooruitzicht op structureel hogere vraag.
AI verandert het DNA van Big Tech
De enorme investeringen zijn gebaseerd op één centrale aanname: generatieve AI-systemen, zoals ChatGPT en vergelijkbare modellen, worden een fundamenteel onderdeel van werk, communicatie en digitale diensten. Het bouwen van deze modellen vereist duizenden gespecialiseerde chips die elk tienduizenden dollars kosten, wat de kapitaalintensiteit van AI verklaart.
Daarmee verandert ook het karakter van Big Tech. Bedrijven die ooit vooral bestonden uit software, data en talent, worden steeds meer infrastructuurreuzen.
Meta gaf vorig jaar voor het eerst meer uit aan fysieke investeringen dan aan onderzoek en ontwikkeling. De waarde van zijn bezittingen in vastgoed en apparatuur is sinds 2019 vervijfvoudigd.
Economische impact en groeiende risico’s
De concentratie van zulke enorme investeringen bij een klein aantal bedrijven kan economische cijfers vertekenen. Indicatoren zoals bbp-groei, bouwproductie en werkgelegenheid krijgen een impuls die niet noodzakelijk iets zegt over de gezondheid van de bredere economie.
Daarnaast groeit de afhankelijkheid van schuld. AI-gerelateerde projecten haalden vorig jaar naar schatting minstens 200 miljard dollar op via obligaties en private kredietmarkten. Voor 2026 worden emissies van honderden miljarden dollars verwacht. Dat vergroot de gevoeligheid voor tegenvallende opbrengsten en vertragingen in AI-adoptie.
Tussen belofte en realiteit
Hoewel weinig analisten twijfelen aan het lange-termijnpotentieel van AI, groeit de discussie over timing en rendement. Beleggers lijken steeds kritischer te kijken naar de snelheid waarmee deze investeringen zich vertalen in winstgevende toepassingen. De AI-hausse fungeert daarmee tegelijk als groeimotor én stressfactor voor de wereldeconomie.