Naar inhoud springen

Kabinet kiest nieuwe AI-koers: €120 miljoen voor Europese AI, meer rekenkracht en minder afhankelijkheid

Blog
Kabinet kiest nieuwe AI-koers €120 miljoen voor Europese AI, meer rekenkracht en minder afhankelijkheid
Nederland wil een sterkere eigen positie opbouwen in kunstmatige intelligentie. Het kabinet trekt vanaf 2027 €120 miljoen uit voor deelname aan een Europees AI-project, wil meer toegang tot geavanceerde rekenkracht en onderzoekt de oprichting van een Nederlands AI-veiligheidsinstituut. Ook komen er plannen voor datacenters, ondersteuning van ondernemers en afspraken met de mediasector over het gebruik van journalistieke content door AI.
De ministerraad heeft op vrijdag 6 november ingestemd met de kabinetsvisie Kiezen voor AI voor iedereen. Staatssecretaris Willemijn Aerdts van Digitale Economie en Soevereiniteit krijgt de taak om de aanpak tussen de ministeries te coördineren.
In de Kamerbrief van 28 pagina's beschrijft het kabinet hoe Nederland economisch kan profiteren van AI zonder de controle over belangrijke technologie volledig uit handen te geven. De koers raakt vrijwel iedere sector: van zorg en onderwijs tot landbouw, defensie, industrie en journalistiek.
Daarbij kiest het kabinet nadrukkelijk niet voor volledige technologische onafhankelijkheid. Nederland moet juist bepalen welke kennis, bedrijven en infrastructuur onmisbaar zijn en op welke onderdelen samenwerking met Europese of andere internationale partners voldoende is.
Volgens Aerdts hoeft Nederland niet alles zelf te kunnen, maar moet het wel invloed houden op de richting waarin de technologie zich ontwikkelt. De uitdaging is om die ambitie om te zetten in investeringen, praktische toepassingen en duidelijke grenzen.

Nederland wil meer macht in de internationale AI-economie

De nieuwe AI-visie begint bij een geopolitieke constatering. De ontwikkeling van de krachtigste AI-systemen ligt grotendeels in handen van een relatief klein aantal Amerikaanse en Chinese technologiebedrijven.
Bedrijven als OpenAI, Google DeepMind en Anthropic beschikken over toegang tot grote hoeveelheden kapitaal, gespecialiseerde onderzoekers, geavanceerde chips en omvangrijke datacenters. Ook Chinese technologiebedrijven investeren in modellen en infrastructuur.
Voor Nederland vormt die concentratie een economisch en strategisch risico.
Wanneer Nederlandse ziekenhuizen, ondernemingen en overheidsorganisaties steeds afhankelijker worden van AI-systemen uit het buitenland, kunnen politieke conflicten, handelsbeperkingen, prijswijzigingen en besluiten van buitenlandse ondernemingen directe gevolgen krijgen voor het functioneren van de Nederlandse samenleving.
Het kabinet wil daarom inzetten op wat het open strategische autonomie noemt.
Dat betekent niet dat Nederland een eigen versie van iedere Amerikaanse AI-dienst moet bouwen. Het betekent dat Nederland en Europa voldoende kennis, infrastructuur en onderhandelingsmacht moeten ontwikkelen om niet volledig afhankelijk te zijn van een beperkt aantal buitenlandse leveranciers.

ASML als strategische troef

Een opvallend onderdeel van de Kamerbrief is de expliciete aandacht voor ASML.
Het kabinet noemt de Nederlandse chipmachinefabrikant een unieke positie binnen de mondiale AI-waardeketen. De geavanceerde machines van ASML zijn belangrijk voor de productie van de halfgeleiders waarop moderne AI-infrastructuur draait.
Nederland heeft daarmee een technologische positie die internationaal moeilijk te vervangen is.
Dat biedt volgens het kabinet niet alleen economische kansen, maar ook invloed bij internationale onderhandelingen over technologie en handelsrelaties.
Die positie reikt verder dan ASML alleen. Nederland beschikt ook over bedrijven en onderzoeksinstellingen op het gebied van fotonica, chipontwerp, precisietechnologie, machinebouw en industriële automatisering.
Het verschil tussen deze technologieën en de ontwikkeling van grote taalmodellen is belangrijk. Nederland hoeft niet noodzakelijk de grootste chatbot te bouwen om een belangrijke rol te spelen in de wereldwijde AI-economie.
Het kan ook strategisch relevant blijven door essentiële technologie te leveren of hoogwaardige AI-toepassingen te ontwikkelen voor specifieke sectoren.
De economische belangen zijn aanzienlijk. Zoals AI Wereld eerder beschreef bij de koersontwikkelingen van ASML en Besi, reageren beleggers verschillend op bedrijven die AI-infrastructuur bouwen, chips produceren of software ontwikkelen.
De kabinetsvisie kijkt vooral naar de langetermijnpositie van Nederland binnen die verschillende onderdelen van de markt.

Niet overal vooroplopen, maar bewust kiezen

Nederland wil zich concentreren op sectoren waarin het al beschikt over sterke ondernemingen, specialistische kennis en maatschappelijke vraagstukken waarvoor AI mogelijk een oplossing biedt.
Het kabinet noemt onder meer gezondheidszorg, energie, voedselproductie, mobiliteit, logistiek, veiligheid, defensie en de technologische industrie.
In de zorg zou AI bijvoorbeeld kunnen helpen bij diagnostiek en het verminderen van administratieve werkzaamheden. In de landbouw kan de technologie worden gebruikt om gewassen gerichter te voorzien van water of voedingsstoffen.
Ook industriële AI krijgt nadrukkelijk aandacht. Hierbij draait het niet alleen om chatbots en taalmodellen, maar om toepassingen die machines, productieprocessen en fysieke systemen ondersteunen.
Het kabinet ziet vooral kansen voor physical AI: de combinatie van kunstmatige intelligentie met robotica, sensoren, mechatronica en precisietechnologie.
Brainport Eindhoven vormt daarvoor volgens de brief een belangrijke basis.
Nederland onderzoekt daarnaast samen met Frankrijk en de Europese Commissie of een gezamenlijk Europees project voor robotica en fysieke AI haalbaar is. Dat onderzoek bevindt zich nog in een verkennende fase. Er zijn daarvoor geen investeringsbesluiten genomen.

Samenwerking buiten Europa blijft noodzakelijk

Het kabinet wil de Europese samenwerking versterken, maar zoekt ook nadrukkelijk verbinding met landen buiten de Europese Unie.
In de brief worden Canada, Japan, Singapore en Zuid-Korea genoemd als mogelijke partners bij de ontwikkeling van technologie en internationale afspraken over AI.
Nederland neemt bovendien deel aan Pax Silica, een door de Verenigde Staten geïnitieerd samenwerkingsverband rond halfgeleiders, rekenkracht en AI-infrastructuur.
Tegelijkertijd wil het kabinet de strategische afhankelijkheden van zowel Amerikaanse als Chinese technologie verminderen.
Daarmee probeert Nederland twee doelen te combineren: toegang behouden tot de beste internationale technologie en voorkomen dat de afhankelijkheid van buitenlandse aanbieders te groot wordt.

€120 miljoen voor Europese AI-technologie en meer groeikapitaal

Een van de concreetste financiële onderdelen van de nieuwe visie is de Nederlandse deelname aan een Europees project voor kunstmatige intelligentie.
Het kabinet stelt daarvoor €120 miljoen beschikbaar.
Het gaat om een zogenoemd Important Project of Common European Interest, afgekort IPCEI. Bij dergelijke projecten werken Europese landen en ondernemingen samen aan strategisch belangrijke technologie die moeilijk door afzonderlijke bedrijven of landen kan worden ontwikkeld.
De Nederlandse deelname richt zich op de ontwikkeling van geavanceerde AI-technologie, infrastructuur en toepassingen.
Volgens de ontwerpbegroting van Economische Zaken en Klimaat voor 2027 komt het bedrag vanaf 2027 beschikbaar voor deelname van bedrijven aan het door Duitsland geleide Europese initiatief.
Daarmee is het niet simpelweg €120 miljoen aan nieuw geld dat op 6 november direct wordt uitgekeerd. De middelen staan al in de begrotingsplannen. De precieze projecten, ontvangers en uitvoering moeten verder worden ingevuld.
Het Europese project moet onder meer bijdragen aan open en concurrerende AI-modellen, efficiëntere infrastructuur voor het trainen en gebruiken van modellen, energiezuinigere toepassingen en betere toegang tot industriële data.
Dat laatste is vooral relevant voor ondernemingen die specialistische AI willen ontwikkelen.
Een Nederlandse onderneming die bijvoorbeeld een model wil trainen voor medische beeldanalyse of industriële kwaliteitscontrole, heeft niet altijd voldoende aan een bestaande chatbot. Zo'n bedrijf heeft toegang nodig tot betrouwbare gegevens, technische expertise en soms veel rekenkracht.
Het kabinet wil de voorwaarden verbeteren waaronder dergelijke toepassingen kunnen ontstaan en internationaal doorgroeien.

Meer aandacht voor Nederlandse AI-startups

Naast de Europese investeringen wil het kabinet het financieringsklimaat voor Nederlandse technologiebedrijven versterken.
Veel Nederlandse startups beschikken volgens de Kamerbrief over goede ideeën en gespecialiseerde kennis, maar lopen tegen problemen aan wanneer ze hun technologie op grote schaal willen aanbieden.
Dat kan bijvoorbeeld komen door beperkte toegang tot risicokapitaal, gespecialiseerde medewerkers, klanten of internationale markten.
Het kabinet verwacht dat het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en de Nationale Investeringsinstelling (NII) daarbij een rol kunnen spelen.
NADI moet zich richten op technologische doorbraken die bijdragen aan belangrijke maatschappelijke uitdagingen. De NII moet de beschikbaarheid van langetermijnfinanciering verbeteren, waaronder voor innovatieve en snelgroeiende ondernemingen.
De precieze bijdrage van deze instellingen aan afzonderlijke AI-projecten is nog niet vastgesteld.
Wel is duidelijk dat het kabinet niet alleen meer AI-onderzoek wil stimuleren. Het wil vooral voorkomen dat waardevolle Nederlandse technologie onvoldoende doorgroeit of dat succesvolle ondernemingen voor financiering en uitbreiding volledig naar het buitenland moeten uitwijken.

AI-fabriek in Groningen en nieuwe plannen voor datacenters

Een sterke AI-industrie kan niet functioneren zonder voldoende rekenkracht.
Voor het trainen en gebruiken van geavanceerde AI-modellen zijn gespecialiseerde chips, servers, netwerken en datacenters nodig. Die infrastructuur is kostbaar en vraagt bovendien om elektriciteit, ruimte en in sommige gevallen aanzienlijke hoeveelheden water.
Het kabinet wil daarom gerichter bepalen hoeveel AI-rekenkracht Nederland nodig heeft en hoe de infrastructuur moet worden georganiseerd.
De Nederlandse AI-fabriek in Groningen krijgt daarin een centrale plaats.
Voor dit project is volgens de eerder gepresenteerde financieringsplannen van de Rijksoverheid in totaal €200 miljoen voorzien, afkomstig van het Rijk, de regio en Europese partners.
De AI-fabriek moet ondernemers, wetenschappers, studenten en publieke instellingen toegang geven tot krachtige computers en specialistische kennis.
Vooral voor kleinere organisaties kan dat belangrijk zijn. Zij beschikken doorgaans niet over de financiële middelen om zelfstandig een grote AI-supercomputer te bouwen.

De AI-fabriek helpt ondernemers nu al

Een concreet voorbeeld kwam deze week naar buiten.
Een Drents bedrijf dat met behulp van dronebeelden waterplanten wil herkennen, kreeg ondersteuning van het expertisecentrum van de Nederlandse AI-fabriek.
Na een eerdere afwijzing lukte het om via een Europees programma 5.000 rekenuren op een supercomputer in Bulgarije te krijgen.
De begeleiding laat zien dat toegang tot AI-infrastructuur niet alleen draait om het aanschaffen van computers. Ondernemers moeten ook weten hoe zij geschikte datasets samenstellen, trainingsprocessen organiseren en aantonen dat hun modellen technisch haalbaar zijn.
Volgens de actuele planning krijgt de Nederlandse supercomputer in 2027 een plaats op de Zernike Campus en moet deze begin 2028 volledig operationeel zijn.
Het expertisecentrum kan ondertussen al ondernemingen ondersteunen bij toegang tot Europese rekenfaciliteiten.

Twee belangrijke Kamerbrieven in 2027

Het kabinet kondigt voor het eerste kwartaal van 2027 twee aanvullende Kamerbrieven aan.
De eerste gaat over AI-infrastructuur en de hoeveelheid rekenkracht die Nederland nodig heeft. Daarbij kijkt het kabinet onder meer naar de toekomstige behoefte van de overheid en mogelijkheden om AI-modellen op eigen systemen te laten draaien.
De tweede brief behandelt de regie op datacenterontwikkeling.
Daarin moet een nationale, geïntegreerde aanpak worden uitgewerkt voor nieuwe datacentercapaciteit, inclusief infrastructuur die specifiek voor AI nodig is.
Het gaat om belangrijke vervolgstappen, omdat de AI-visie zelf nog geen volledig uitgewerkt antwoord geeft op de vraag hoeveel nieuwe capaciteit Nederland moet bouwen, waar die moet komen en hoeveel energie daarvoor beschikbaar is.

Datacenters zijn nu al een politiek strijdpunt

De aankondiging valt samen met een fel debat over het ruimte- en energieverbruik van grote technologiebedrijven.
Op 6 november protesteerden actievoerders bij de bouwplaats van een datacenter voor Microsoft in Amsterdam. Volgens berichtgeving op basis van politie-informatie werden naar schatting 150 tot 200 demonstranten aangehouden.
De actievoerders verzetten zich tegen de groeiende invloed van technologiebedrijven en de gevolgen van grote datacenters voor de leefomgeving.
In het uitgebreide artikel van AI Wereld over het Microsoft-datacenter komen ook de verwachte investeringen, het elektriciteitsvermogen en de verschillende belangen van de ontwikkelaar, gemeente en energiesector aan bod.
De kabinetsvisie erkent dat nieuwe AI-infrastructuur druk kan leggen op de beschikbaarheid van stroom, water en ruimte.
Bij de Groningse AI-fabriek wil het kabinet bijvoorbeeld afspraken maken over duurzame energie en het benutten van restwarmte via een warmtenet.
De daadwerkelijke maatschappelijke opbrengst van datacenters zal daarmee steeds belangrijker worden bij de besluitvorming.
Een datacenter kan technisch noodzakelijk zijn voor innovatieve bedrijven of publieke dienstverlening. Dat betekent echter niet automatisch dat iedere nieuwe locatie opweegt tegen de benodigde stroom, ruimte en netcapaciteit.
De Kamerbrieven van 2027 moeten duidelijker maken hoe het kabinet die belangen tegen elkaar wil afwegen.

Nederlandse ondernemers moeten AI veel vaker gaan gebruiken

De overheid wil niet alleen investeren in de ontwikkeling van AI, maar vooral ook het gebruik ervan binnen bestaande Nederlandse bedrijven versnellen.
Dat is volgens de kabinetsvisie noodzakelijk om de arbeidsproductiviteit te verhogen.
AI kan werknemers helpen bij administratieve taken, analyses, planning, klantcontact en technische werkzaamheden. Toch maken veel ondernemingen volgens het kabinet nog voornamelijk gebruik van relatief eenvoudige toepassingen, zoals het schrijven van teksten en samenvatten van documenten.
De volgende stap is om AI structureel in bedrijfsprocessen te integreren.
Dat vraagt meer dan medewerkers een abonnement op een chatbot aanbieden. Bedrijven moeten hun gegevens organiseren, processen aanpassen, medewerkers opleiden en bepalen waar automatisering daadwerkelijk waarde toevoegt.

CBS laat grote verschillen zien

Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek laten zien hoe ongelijk de toepassing van AI nog is verdeeld.
  • 13,8 procent van de microbedrijven met 2 tot en met 9 werkzame personen ten minste één van de onderzochte AI-technologieën.
  • 29,8 procent van de bedrijven met 10 tot en met 249 werkzame personen dergelijke technologie.
  • 66,2 procent van de grote bedrijven met minstens 250 werkzame personen AI.
Vooral de kleinste ondernemingen blijven dus achter.
Dat verschil kan verschillende oorzaken hebben. Een groot bedrijf beschikt doorgaans over meer medewerkers, grotere budgetten en gespecialiseerde IT-afdelingen. Een kleine ondernemer moet investeringen in automatisering vaak combineren met de dagelijkse bedrijfsvoering.
Het kabinet wil daarom belemmeringen voor kleinere bedrijven wegnemen.
Daarvoor kijkt het onder meer naar ondersteuning via vijf Europese Digitale Innovatie Hubs, zeven Nederlandse AI-hubs en bestaande innovatieprogramma's zoals AiNed.
Ook voert het gesprekken met ondernemersorganisaties en private initiatieven over het stimuleren van AI-gebruik.

Doelstelling voor 2030

Het kabinet wil dat in 2030 minstens 75 procent van het mkb gebruikmaakt van geavanceerde digitale technologieën.
Daarbij is een belangrijke nuance noodzakelijk.
De doelstelling heeft betrekking op AI, cloudtechnologie en data-analyse als bredere categorie van geavanceerde digitale technologieën. Het gaat dus niet om een afzonderlijke verplichting of doelstelling dat 75 procent van alle Nederlandse mkb-bedrijven uitsluitend AI moet gebruiken.
Bovendien is het toepassen van een technologie niet hetzelfde als het behalen van productiviteitswinst.
Een onderneming kan AI gebruiken zonder dat de kosten dalen of de dienstverlening verbetert. Het resultaat hangt af van de kwaliteit van de toepassing, de beschikbare gegevens en de manier waarop medewerkers ermee werken.
Het kabinet wil daarom ook investeren in opleiding, digitale vaardigheden en het verminderen van onnodige bureaucratische belemmeringen.

De overheid moet zelf meer AI gebruiken, maar onder menselijk toezicht

De Rijksoverheid wil ook haar eigen gebruik van kunstmatige intelligentie versnellen.
Gemeenten, ministeries en andere publieke organisaties ontwikkelen al uiteenlopende AI-toepassingen. Volgens het kabinet gebeurt dat nog te versnipperd.
Overheidsorganisaties ontwikkelen soms vergelijkbare oplossingen zonder kennis, software of ervaringen voldoende met elkaar te delen.
Het kabinet wil daarom meer gezamenlijk inkopen, uniforme voorwaarden gebruiken en succesvolle toepassingen voor andere publieke organisaties beschikbaar maken.
In de Kamerbrief worden onder meer Vlam.AI, GemChat, Omgevingschat, HOSAN en GPT-NL binnen GEM genoemd als projecten die al worden opgeschaald of voor verdere opschaling worden voorbereid.
Ook toepassingen voor begrijpelijke overheidstaal, bezwaarprocedures, transparantie en het verwerken van signalen krijgen aandacht.
Een belangrijk uitgangspunt is dat de overheid niet iedere oplossing zelfstandig hoeft te ontwikkelen.
Het kabinet wil verder bouwen aan een digitale marktplaats waar gevalideerde AI-toepassingen en herbruikbare bouwstenen beschikbaar komen.
Dat zou bijvoorbeeld kunnen voorkomen dat verschillende gemeenten afzonderlijk vergelijkbare AI-assistenten moeten bouwen of aanschaffen.

Wie blijft verantwoordelijk wanneer AI een fout maakt?

De overheid wil nadrukkelijk grenzen stellen aan het gebruik van AI bij publieke besluiten.
Volgens het kabinet mag AI niet leiden tot situaties waarin beslissingen volledig buiten menselijk toezicht of verantwoordelijkheid vallen.
Dat is vooral relevant wanneer AI wordt toegepast in processen die gevolgen hebben voor de rechten of belangen van burgers.
Denk aan de verwerking van aanvragen, het beoordelen van documenten of ondersteuning bij bezwaar- en beroepsprocedures.
De overheid wil daarvoor onder meer het Algoritmeregister versterken en het bestaande Algoritmekader doorontwikkelen tot een kader dat ook gecontroleerd kan worden.
Daarnaast blijven instrumenten zoals het Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmen, afgekort IAMA, belangrijk.
Bij hoogrisico-AI-systemen speelt ook de Europese verplichting tot een Fundamental Rights Impact Assessment een rol.
Het doel is om mogelijke risico's voor grondrechten vooraf te onderzoeken en niet pas actie te ondernemen nadat een AI-systeem schade heeft veroorzaakt.
Dat vraagt om duidelijke verantwoordelijkheden, controleerbare systemen en de mogelijkheid om fouten te herstellen.

AI-veiligheid wordt onderdeel van de nationale veiligheid

Een ander belangrijk onderdeel van de visie is de groeiende invloed van AI op cybersecurity, defensie en geopolitieke machtsverhoudingen.
Het kabinet onderscheidt drie brede risicocategorieën.
De eerste is misbruik. Kwaadwillenden kunnen AI bijvoorbeeld inzetten voor cyberaanvallen, digitale spionage, fraude, desinformatie en gerichte beïnvloeding.
De tweede is misalignment. Daarbij handelt een AI-systeem op een manier die onvoldoende aansluit bij menselijke bedoelingen of belangen. Dat kan ook tot schade leiden wanneer niemand bewust kwaad wil veroorzaken.
De derde categorie is machtsconcentratie. Een beperkt aantal bedrijven of landen kan door controle over AI-modellen, infrastructuur en essentiële technologie een onevenredig grote invloed krijgen.
Het kabinet beschouwt die risico's als nauw verbonden met de economische afhankelijkheid van buitenlandse technologie.
AI wordt immers steeds vaker geïntegreerd in systemen die belangrijk zijn voor bedrijven, overheidsdiensten en kritieke infrastructuur.

Een Nederlands AI-veiligheidsinstituut

Nederland onderzoekt daarom de oprichting van een eigen AI-veiligheidsinstituut.
Zo'n organisatie zou de overheid kunnen helpen om de risico's van geavanceerde AI-systemen beter te onderzoeken en te beoordelen.
De Kamerbrief verwijst daarbij naar het Britse AI Security Institute als internationaal voorbeeld.
Bij de Nederlandse verkenning zijn verschillende ministeries betrokken, waaronder Economische Zaken en Klimaat, Binnenlandse Zaken, Justitie en Veiligheid, Defensie en Buitenlandse Zaken. Ook veiligheidsorganisaties zoals de AIVD en NCTV spelen een rol.
Het kabinet verwacht in december 2026 een adviesrapport over het mogelijke instituut aan de Tweede Kamer aan te bieden.
Daarmee is de oprichting nog geen definitief besluit.
Ook de precieze bevoegdheden, financiering en positie ten opzichte van bestaande toezichthouders zijn nog niet vastgesteld.
Een belangrijk vraagstuk is of een dergelijk instituut vooral wetenschappelijk onderzoek en veiligheidstests moet uitvoeren, of ook een grotere rol krijgt bij het beoordelen van AI-systemen die door Nederlandse organisaties worden gebruikt.

AI maakt cyberaanvallen toegankelijker

De veiligheidsdiensten waarschuwen al langer dat AI bestaande digitale dreigingen kan versterken.
Geavanceerde AI-modellen kunnen onder meer programmeercode analyseren, kwetsbaarheden helpen ontdekken en grote hoeveelheden technische informatie verwerken.
Die mogelijkheden zijn nuttig voor beveiligingsspecialisten, maar kunnen ook door criminelen of buitenlandse aanvallers worden misbruikt.
Daarbij gaat het niet alleen om de krachtigste commerciële modellen. Ook vrij beschikbare AI-systemen ontwikkelen steeds geavanceerdere mogelijkheden.
Het kabinet waarschuwt dat de tijd tussen het ontdekken van een kwetsbaarheid en het daadwerkelijk misbruiken ervan korter kan worden.
Organisaties zullen daarom sneller moeten reageren op beveiligingsproblemen en beter voorbereid moeten zijn op geautomatiseerde aanvallen.
Op dezelfde dag als de AI-visie heeft het kabinet ook het aanvullende actieprogramma Toekomstbestendige Digitale Weerbaarheid aan de Kamer aangeboden.
De overheid wil daarmee de weerbaarheid van publieke en private organisaties versterken.
AI kan overigens ook onderdeel van de verdediging worden. Beveiligingsteams kunnen de technologie gebruiken om afwijkend netwerkverkeer te ontdekken, software te controleren en sneller op incidenten te reageren.

Defensie en militaire AI

In de Kamerbrief krijgt ook militaire AI een eigen plaats.
AI kan defensieorganisaties ondersteunen bij het analyseren van inlichtingen, operationele planning, cybersecurity en het verbeteren van besluitvorming.
Tegelijkertijd ontstaan nieuwe risico's wanneer systemen autonomer functioneren of wanneer tegenstanders AI inzetten voor aanvallen en beïnvloeding.
Nederland wil daarom internationaal blijven deelnemen aan afspraken over verantwoord militair AI-gebruik.
Het kabinet verwijst onder meer naar Europese samenwerking, de NAVO en de internationale REAIM-conferenties over verantwoord gebruik van AI in het militaire domein.
In 2027 vindt de vierde REAIM-conferentie plaats in Kenia, waarbij Nederland opnieuw als medeorganisator betrokken is.

Kabinet wil Mediapact over AI, nieuws en journalistieke content

De nieuwe kabinetsvisie heeft ook directe gevolgen voor uitgevers, journalisten en de creatieve industrie.
Het kabinet erkent dat AI verandert hoe mensen informatie zoeken, nieuws consumeren en digitale content produceren.
Steeds vaker krijgen gebruikers informatie via chatbots en andere AI-diensten in plaats van uitsluitend via traditionele zoekmachines, nieuwssites en sociale media.
Dat roept vragen op over de herkomst, betrouwbaarheid en economische waarde van informatie.
Wie betaalt bijvoorbeeld voor journalistiek onderzoek wanneer AI-systemen de informatie verwerken en vervolgens zelf antwoorden formuleren?
En onder welke voorwaarden mogen technologiebedrijven journalistieke content gebruiken?

Een Mediapact tussen overheid en sector

Staatssecretaris Aerdts wil samen met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en publieke en private mediapartijen werken aan een Mediapact.
Dat moet het media- en technologiebeleid beter met elkaar verbinden.
Volgens de Kamerbrief komen daarin ook vraagstukken aan bod rond het gebruik van journalistieke content door AI-systemen.
De minister van OCW zal de Tweede Kamer op een later moment nader informeren.
Voor Nederlandse uitgevers is dit een relevante beleidsontwikkeling.
Nieuwsorganisaties investeren in verslaggeving, redactie, feitencontrole en onderzoek. AI-bedrijven gebruiken journalistieke informatie op verschillende manieren, bijvoorbeeld via trainingsdatasets of het ophalen en samenvatten van actuele webpagina's.
Die vormen van gebruik zijn juridisch en technisch niet hetzelfde.
Een AI-model dat tijdens de training informatie verwerkt, werkt anders dan een zoekassistent die tijdens een gesprek een actuele nieuwswebsite raadpleegt.
Ook de vraag wanneer een AI-antwoord een oorspronkelijke publicatie vervangt, is belangrijk voor het verdienmodel van uitgevers.
Het kabinet heeft nog geen concrete afspraken aangekondigd over licentievergoedingen, toestemming of compensatie.
Het Mediapact is op dit moment dus een beleidsvoornemen, geen afgeronde overeenkomst tussen de overheid, uitgevers en AI-bedrijven.

Bescherming van creatieve makers

Ook de positie van schrijvers, vertalers, illustratoren, componisten, acteurs en filmmakers krijgt aandacht.
Het kabinet erkent dat generatieve AI het verdienvermogen van creatieve professionals onder druk kan zetten.
De technologie kan bestaande creatieve werkzaamheden ondersteunen, maar ook de vraag naar bepaalde diensten veranderen of nieuwe concurrentie creëren.
De Raad voor Cultuur waarschuwde eerder in het advies Kunstzinnig boven kunstmatig voor de gevolgen van AI voor auteurschap, eigenaarschap, arbeidsvoorwaarden en de diversiteit van het culturele aanbod.
De raad benadrukt dat creatieve makers niet alleen gevolgen ondervinden van technologische ontwikkeling, maar ook waardevolle kennis kunnen inbrengen bij het verantwoord ontwerpen van AI.
Het kabinet wil die inzichten meenemen in het verdere beleid.
De minister van OCW komt naar verwachting in de loop van 2027 met een beleidsreactie op het advies.

Herkomst van AI-beelden beter controleren

Naast auteursrecht en journalistieke verdienmodellen richt het kabinet zich op de betrouwbaarheid van digitale informatie.
Via het SIDN Fonds financiert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat de ontwikkeling van een open source-toepassing voor de internationale C2PA-standaard.
Met die standaard kunnen makers en uitgevers herkomstinformatie aan digitale bestanden koppelen.
Bijvoorbeeld om controleerbaar te maken van welke afzender een afbeelding afkomstig is en welke bewerkingen zijn geregistreerd.
Volgens de projectinformatie van het SIDN Fonds werken Media Campus NL en Dawn Technology aan een implementatie die Nederlandse organisaties gemakkelijker kunnen gebruiken.
Het systeem kan helpen bij het controleren van digitale herkomst, maar vormt geen algemene garantie dat iedere afbeelding of video betrouwbaar is.
Een ontbrekend herkomstbewijs betekent bijvoorbeeld niet automatisch dat materiaal nep is. En een geldig herkomstbewijs bewijst op zichzelf niet dat de inhoud van een afbeelding of bericht feitelijk juist is.
Wel kan dergelijke technologie een hulpmiddel worden voor redacties, burgers en organisaties die de herkomst van digitale bestanden willen beoordelen.

Wat betekent het AI-beleid voor werknemers, scholen en burgers?

De kabinetsvisie legt veel nadruk op productiviteitsgroei, maar erkent tegelijkertijd dat AI de arbeidsmarkt ingrijpend kan veranderen.
Sommige werkzaamheden zullen sneller kunnen worden uitgevoerd. Andere taken kunnen gedeeltelijk of volledig worden geautomatiseerd.
Ook kunnen nieuwe functies ontstaan doordat bedrijven andere producten en diensten ontwikkelen.
Het kabinet stelt daarom niet dat AI uitsluitend banen zal creëren of dat de technologie automatisch tot massale werkloosheid leidt.
De gevolgen zijn volgens de brief onzeker.
Daarom wil het kabinet verschillende scenario's voor de toekomstige arbeidsmarkt onderzoeken en werknemers helpen zich op veranderingen voor te bereiden.

Werkgevers en werknemers moeten zich aanpassen

Bij de inzet van AI wil de overheid nadrukkelijk aandacht houden voor de kwaliteit van werk.
De Kamerbrief noemt onder meer autonomie, zeggenschap over werkprocessen, vaardigheden, sociale relaties, werkdruk en eerlijke behandeling.
Dat betekent dat productiviteitsgroei niet het enige criterium mag zijn.
Een AI-systeem kan medewerkers tijd besparen, maar het kan ook leiden tot extra controle, hogere werkdruk of nieuwe afhankelijkheden.
De overheid wil daarom inzetten op scholing en het verbeteren van digitale vaardigheden.
De arbeidsmarktgevolgen zijn inmiddels ook onderwerp van politieke discussie.
AI Wereld berichtte eerder over vragen van de VVD rond AI en het ontslagrecht. Die vragen laten zien dat het debat zich niet beperkt tot het aanleren van nieuwe vaardigheden, maar ook gaat over de manier waarop bedrijven hun personeelsbestand mogen aanpassen.
Het kabinet heeft met deze AI-visie geen nieuwe ontslagregels ingevoerd.

Onderwijs krijgt een belangrijke rol

Ook in het onderwijs wil het kabinet dat mensen AI beter leren begrijpen.
Daarbij gaat het niet uitsluitend om leren hoe een chatbot werkt. Studenten en leerlingen moeten volgens de visie ook de beperkingen van AI begrijpen, informatie kritisch beoordelen en veilig omgaan met gegevens.
Voor mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs moet AI-geletterdheid onderdeel worden van de voorbereiding op toekomstige beroepspraktijken.
Tegelijkertijd groeit de discussie over de vraag hoeveel AI-gebruik wenselijk is bij jonge leerlingen.
De Tweede Kamer heeft het kabinet deze week gevraagd om generatieve AI voor schoolwerk in het basisonderwijs te verbieden.
Zoals AI Wereld eerder uitlegde over het voorstel voor basisscholen, betekent de aangenomen motie nog niet dat er al een landelijk verbod met uitgewerkte regels geldt.
De nieuwe kabinetsvisie verandert dat niet.
Wel laat het verschil tussen de ambities voor AI-geletterdheid en de politieke discussie over chatbotgebruik zien dat scholen voor lastige keuzes staan.
Hoe leren kinderen omgaan met technologie die op veel werkplekken steeds belangrijker wordt, zonder dat zij fundamentele vaardigheden zoals schrijven, rekenen en kritisch denken onvoldoende ontwikkelen?

De Europese AI-verordening blijft het juridische kader

Voor de bescherming van burgers verwijst het kabinet nadrukkelijk naar de Europese AI-verordening, ook bekend als de AI Act.
Deze wet gebruikt een risicogebaseerde aanpak.
Bepaalde AI-toepassingen met onaanvaardbare risico's zijn verboden. Andere systemen moeten, afhankelijk van hun risicoprofiel, voldoen aan eisen rond onder meer transparantie, veiligheid, documentatie en menselijk toezicht.
De verplichtingen worden gefaseerd ingevoerd.
Volgens de implementatietijdlijn van de Europese Commissie gelden belangrijke onderdelen al sinds 2025 en 2026, terwijl andere voorschriften voor hoogrisico-AI-systemen later van toepassing worden.
Het kabinet wil dat Nederlandse ondernemingen en overheidsorganisaties de regels gemakkelijker kunnen toepassen.
Daarvoor wil het onder meer bijdragen aan duidelijke technische standaarden en aan zogenoemde regulatory sandboxes. Dat zijn gecontroleerde omgevingen waarin bedrijven onder toezicht nieuwe AI-toepassingen kunnen testen.
Het doel is om innovatie mogelijk te maken zonder de bescherming van burgers los te laten.

Burgers mogen in 2027 en 2028 meepraten

De overheid wil ook burgers nauwer betrekken bij de verdere ontwikkeling van AI-beleid.
In 2027 en 2028 komen er dialogen waarin Nederlanders kunnen aangeven welke toepassingen zij waardevol vinden en waar zij grenzen willen stellen.
Ook heeft het kabinet het Rathenau Instituut gevraagd onderzoek te doen naar de invloed van AI op de online publieke ruimte.
Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de manier waarop AI de informatievoorziening, maatschappelijke discussies en democratische processen verandert.
De kabinetsvisie besteedt daarnaast aandacht aan een minder zichtbaar risico: AI die een steeds grotere rol krijgt in persoonlijke en emotionele relaties.
AI-assistenten kunnen functioneren als gesprekspartner of coach, maar volgens het kabinet ook ongewenste afhankelijkheid creëren.
Vooral kinderen en kwetsbare personen verdienen bescherming tegen toepassingen en verdienmodellen die zulke afhankelijkheid stimuleren.
Het is daarmee een van de onderdelen van de visie waarbij economische groei niet het belangrijkste uitgangspunt vormt. De vraag is vooral hoe technologie het welzijn en de zelfstandigheid van mensen beïnvloedt.

De grootste vragen zijn nog niet beantwoord

De nieuwe AI-visie brengt uiteenlopende beleidsvoornemens samen en maakt duidelijk welke richting het kabinet wil kiezen.
Toch is het belangrijk onderscheid te maken tussen bestaande investeringen, nieuwe beleidsambities en plannen waarover later pas een besluit volgt.
De €120 miljoen voor het Europese AI-project heeft een concrete basis in de begroting. Ook de AI-fabriek in Groningen is een bestaand initiatief met financiering en een uitvoeringstraject.
Daartegenover staan verschillende voorstellen die nog moeten worden uitgewerkt.
Voor de toekomstige nationale behoefte aan AI-rekenkracht is bijvoorbeeld nog geen volledig investeringsprogramma gepresenteerd. De nieuwe datacenterstrategie volgt pas in het eerste kwartaal van 2027.
Ook staat nog niet vast of Nederland daadwerkelijk een afzonderlijk AI-veiligheidsinstituut krijgt en welke taken dat instituut zou moeten uitvoeren.
Het Mediapact is aangekondigd, maar er zijn nog geen concrete afspraken met uitgevers gepubliceerd over het gebruik van journalistieke content door AI-diensten.
En hoewel het kabinet AI breder wil toepassen, bevat de visie geen volledig uitgewerkt systeem waarmee de samenleving kan beoordelen hoeveel productiviteitswinst, betere publieke dienstverlening of maatschappelijke waarde de maatregelen daadwerkelijk opleveren.
Dat zijn wezenlijke vragen.
Nederland kan meer investeren in AI zonder dat de opbrengsten automatisch bij ondernemers, werknemers en burgers terechtkomen. Ook kan de vraag naar rekenkracht stijgen zonder dat iedere nieuwe investering voldoende maatschappelijke meerwaarde biedt.
De komende maanden moeten daarom duidelijk maken hoe het kabinet zijn ambities vertaalt naar keuzes over geld, infrastructuur, toezicht en publieke belangen.
De eerste concrete toetsmomenten zijn al aangekondigd: een advies over het mogelijke AI-veiligheidsinstituut in december 2026, twee Kamerbrieven over rekenkracht en datacenters in het eerste kwartaal van 2027 en verdere plannen voor de mediasector, arbeidsmarkt en creatieve industrie in 2027.
De volledige kabinetsvisie maakt de ambitie duidelijk. Of Nederland daadwerkelijk meer invloed krijgt in de wereldwijde AI-economie, hangt uiteindelijk af van de uitvoering.
loading

Populair nieuws

Loading