De technologische
singulariteit geldt al decennia als een van de meest besproken – en omstreden – ideeën binnen de AI-wereld. Het concept verwijst naar een hypothetisch moment waarop kunstmatige intelligentie zichzelf kan verbeteren, sneller dan menselijke ontwikkeling kan bijhouden.
Vanaf dat punt kan technologische vooruitgang exponentieel verlopen, met grote gevolgen voor economie, arbeid en macht. Lange tijd bleef de
singulariteit vooral een theoretisch en filosofisch debat. Maar recente ontwikkelingen rond AI-agents brengen het idee steeds dichter bij de dagelijkse praktijk.
Singulariteit en AI
Waar eerdere AI-systemen vooral reactief waren, verschuift de focus nu naar
AI-agents: autonome software-entiteiten die zelfstandig doelen nastreven. Deze agents kunnen taken plannen, beslissingen nemen, externe tools gebruiken en hun gedrag aanpassen op basis van nieuwe informatie. In plaats van één prompt-antwoordrelatie ontstaan systemen die functioneren als digitale uitvoerders. Dat maakt AI minder een hulpmiddel en meer een actor binnen digitale processen.
Die ontwikkeling voedt opnieuw de discussie over de
singulariteit. Niet omdat er al sprake is van een zelfbewuste superintelligentie, maar omdat autonomie in software zichtbaar toeneemt. Steeds meer cognitieve en organisatorische taken, van research tot software-ontwikkeling, kunnen door AI-agents worden uitgevoerd zonder directe menselijke sturing. Daarmee verschuift de grens tussen mens en machine stap voor stap.
Moltbot
Tegelijkertijd ontstaat er een tegenbeweging die juist inzet op controle en decentralisatie. Open-sourceprojecten zoals Moltbot laten zien dat autonomie niet per definitie betekent dat macht geconcentreerd raakt bij grote technologiebedrijven.
Moltbot is ontworpen als een lokaal draaiende AI-assistent die modulair kan samenwerken met tools en workflows. Gebruikers bepalen zelf welke taken worden geautomatiseerd en welke data wordt gebruikt.
De initiatiefnemer,
Peter Steinberger, positioneert Moltbot nadrukkelijk buiten de hype rond allesomvattende AI-platforms. In plaats van één centrale “super-AI” kiest het project voor een netwerk van gespecialiseerde agents die onder menselijke regie opereren. Daarmee sluit
Moltbot aan bij een pragmatische visie op AI-ontwikkeling: autonomie waar het waarde toevoegt, maar met transparantie en controle als uitgangspunt.
In die context krijgt de
singulariteit een andere betekenis. Minder als een plotseling eindpunt, en meer als een richting waarin technologie zich beweegt. AI-agents en projecten als Moltbot tonen dat de toekomst van AI waarschijnlijk niet wordt bepaald door één allesoverheersend systeem, maar door een ecosysteem van autonome, samenwerkende software. De kernvraag verschuift daarmee van wanneer de singulariteit komt, naar hoe autonomie veilig en verantwoord wordt ingebed in de digitale
infrastructuur van morgen.