De wereldwijde AI-community op r/singularity ziet 2026 niet als het jaar waarin Artificial General Intelligence (AGI) officieel wordt uitgeroepen, maar wel als het moment waarop kunstmatige intelligentie een fundamenteel andere rol krijgt in
economie en samenleving.
Volgens honderden voorspellingen in de jaarlijkse Singularity Predictions-thread verschuift AI in 2026 definitief van assistent naar autonome uitvoerder.
De discussie, inmiddels voor het tiende jaar georganiseerd, laat zien hoe sterk het perspectief is veranderd. Waar eerdere jaren draaiden om de vraag of generatieve AI “echt intelligent” was, gaat het gesprek nu over betrouwbaarheid, taakduur, economische impact en geopolitiek.
De consensus is opvallend breed: AI wordt in 2026 niet perfect, maar wel onmisbaar.
Van praten naar doen: waarom 2026 anders voelt dan 2025
Veel deelnemers
benadrukken dat 2025 het jaar van integratie was. AI-systemen werden overal ingebouwd: in code-omgevingen, klantenservice, design, research en onderwijs. In 2026 komt daar een nieuwe laag bovenop. AI stopt met wachten op instructies en begint zelfstandig te handelen.
Dat verschil lijkt subtiel, maar is volgens de community cruciaal. Een chatbot reageert. Een agent plant, voert uit, controleert en corrigeert. Meerdere voorspellers stellen dat deze overgang meer impact heeft dan een pure sprong in intelligentie.
AI-systemen worden volgens hen niet ineens slimmer dan mensen, maar wel consistent genoeg om volledige processen over te nemen. Dat maakt ze economisch autonoom.
Het jaar van de AI-agent
Een van de meest herhaalde termen in de discussie is “the year of the agents”. Daarmee doelen gebruikers op AI-systemen die meerdere taken combineren en langere tijd zelfstandig kunnen werken.
Concrete verwachtingen voor 2026 zijn onder andere:
- Taakhorizons van vier tot twaalf uur met een slagingskans rond de 80 procent.
- Zelfstandig gebruik van tools zoals browsers, code-omgevingen, databases en API’s.
- Het vermogen om fouten te detecteren, opnieuw te proberen en alternatieve strategieën te kiezen.
- Coördinatie tussen meerdere AI-agents binnen één project.
Vooral in softwareontwikkeling, marketing, data-analyse en operationele functies verwachten deelnemers snelle adoptie. Bedrijven gaan volgens hen minder kijken naar wat AI theoretisch kan en meer naar wat goedkoper, sneller en consistenter is dan menselijk werk.
Een veel geciteerde uitspraak in de thread luidt: “In 2026 stoppen bedrijven met vragen of AI dit kan. Ze vragen zich af waarom er nog een mens voor nodig is.”
Economische autonomie zonder AGI
Ondanks het optimisme over agents is de meerderheid het eens dat
AGI in strikte zin nog niet in 2026 wordt bereikt.
Veel voorspellingen plaatsen AGI tussen 2027 en 2029. Toch beschouwen velen 2026 als het echte kantelpunt.
De reden is economische autonomie. AI-systemen leveren zelfstandig waarde op, zonder voortdurende menselijke supervisie. Ze draaien campagnes, onderhouden software, analyseren markten en optimaliseren processen.
Dat maakt het onderscheid tussen “bijna-AGI” en “praktisch voldoende” volgens de community steeds irrelevanter. Voor werkgevers telt niet of een systeem filosofisch algemeen is, maar of het betrouwbaar werk aflevert.
Betrouwbaarheid blijft de bottleneck
Waar intelligentie snel groeit, blijft betrouwbaarheid een pijnpunt. Meerdere deelnemers waarschuwen dat hallucinaties in 2026 wel afnemen, maar niet verdwijnen. Schattingen lopen uiteen van 10 tot 15 procent foutieve of verzonnen output bij frontier-modellen.
Ook prompt-injectie en beveiliging blijven problematisch. Dat beperkt vooral het gebruik van agents die zelfstandig computers en accounts bedienen. Toch verwachten velen dat bedrijven leren leven met deze risico’s, net zoals ze dat doen met menselijke fouten.
De trend is duidelijk: AI hoeft niet perfect te zijn om massaal ingezet te worden. Het hoeft alleen beter te zijn dan de alternatieven.
Grote sprongen in benchmarks en redeneervermogen
De Singularity Predictions-thread staat bekend om zijn focus op meetbare vooruitgang. Voor 2026 noemen deelnemers een reeks concrete benchmarkdoelen:
- FrontierMath Tier 4 richting 60 procent.
- ARC-AGI-2 boven 75 procent en eerste betekenisvolle scores op ARC-AGI-3.
- AGI-definities die door publieke modellen voor 65 procent of meer worden gehaald.
- Taakhorizons die verschuiven van minuten naar uren.
Deze vooruitgang komt volgens de community niet alleen door schaal, maar ook door nieuwe trainingsmethoden. Denk aan betere post-training, reinforcement learning, multi-agent systemen en verbeterde architecturen.
Sommige gebruikers verwachten zelfs dat AI-systemen in 2026 beginnen bij te dragen aan hun eigen onderzoek, al blijft dit waarschijnlijk grotendeels achter gesloten deuren.
Frontier-modellen blijven achter gesloten deuren
Een terugkerend thema is de groeiende kloof tussen publieke en interne AI-modellen. Volgens veel deelnemers beschikken grote labs al maanden of zelfs jaren eerder over krachtigere systemen dan wat het publiek ziet.
De namen die steeds terugkeren zijn OpenAI, Google DeepMind en Anthropic. Verwacht wordt dat deze partijen in 2026 nieuwe generaties modellen lanceren, waaronder opvolgers van GPT, Gemini en Claude.
Toch denken velen dat de meest geavanceerde versies intern blijven. Niet alleen om commerciële redenen, maar ook vanwege veiligheid en geopolitieke gevoeligheid. AI wordt steeds meer gezien als strategische infrastructuur.
Datacenters, energie en geopolitiek
Naast software krijgt hardware veel aandacht in de voorspellingen. Meerdere deelnemers beschrijven 2026 als het jaar waarin datacenters op ongekende schaal operationeel worden. Vermogens van één gigawatt of meer zijn geen uitzondering meer.
Energie wordt daarmee een strategische factor. Zowel de Verenigde Staten als China investeren volgens de community massaal in stroomvoorziening, chipproductie en nationale AI-capaciteit. AI verandert van bedrijfsproduct naar staatsbelang.
Sommigen vergelijken deze ontwikkeling expliciet met het Manhattan Project. Niet vanwege één grote doorbraak, maar vanwege de schaal en coördinatie tussen overheid, industrie en wetenschap.
Robotica maakt een voorzichtige sprong
Robotica speelt een duidelijke, maar bescheiden rol in de voorspellingen voor 2026. Vrijwel niemand verwacht massale consumentenrobots. Wel voorzien veel deelnemers doorbraken in niches.
Autonome humanoïde robots verschijnen volgens hen in:
- Magazijnen en logistiek.
- Eenvoudige productieomgevingen.
- Retail- en servicefuncties met strak afgebakende taken.
- Huishoudens van welgestelde early adopters.
De consensus is dat robotica een engineering-probleem blijft, geen plotselinge AI-explosie. Veiligheid, regelgeving en kostenremmen grootschalige adoptie.
Creativiteit wordt overvloedig en goedkoop
Ook creatieve sectoren komen uitgebreid aan bod. In 2026 verrast AI niemand meer met gegenereerde beelden, teksten of video’s. De vraag verschuift naar waarde en authenticiteit.
Volgens deelnemers wordt content extreem goedkoop en overvloedig. Daardoor stijgt de waarde van menselijke smaak, curatie en identiteit. Het onderscheid tussen menselijke en machine-productie vervaagt verder.
Video- en multimodale modellen maken langere, coherente generaties mogelijk. Toch verwachten de meeste gebruikers geen perfecte realiteitssimulaties. Wel ontstaat een stortvloed aan “goed genoeg” media.
Maatschappelijke spanning neemt toe
Misschien het meest opvallend aan de 2026-voorspellingen is de aandacht voor maatschappelijke gevolgen. Veel deelnemers verwachten dat angst, ontkenning en acceptatie door elkaar gaan lopen.
Banen verdwijnen niet overal tegelijk, maar wel zichtbaar genoeg om het publieke debat te domineren. Politici kunnen AI niet langer negeren. Onderwerpen als herverdeling, universeel basisinkomen en arbeidsbescherming keren steeds terug.
Sommigen voorspellen zelfs een culturele splitsing. Aan de ene kant mensen die AI omarmen en versnelling willen. Aan de andere kant groepen die proberen af te remmen, reguleren of zich terugtrekken.
2026 als psychologisch kantelpunt
Hoewel de
singulariteit zelf door de meesten pas rond 2030 of later wordt verwacht, zien veel deelnemers 2026 als een psychologisch breekpunt. Niet omdat AI alles kan, maar omdat niemand nog gelooft dat de ontwikkeling stopt.
AI wordt een permanente laag tussen intentie en uitvoering. Dat besef verandert hoe mensen werken, plannen en nadenken over de toekomst.
De conclusie van de community is even simpel als onrustbarend: 2026 is niet het einde van het verhaal, maar het moment waarop iedereen begrijpt dat er geen weg terug is.