Peter Thiel: AI kan groter worden dan internet, Europa loopt 'extreem ver' achter

Blog
zaterdag, 26 september 2026 om 19:40
bijgewerkt om zaterdag, 26 september 2026 om 19:41
Peter Thiel AI kan groter worden dan internet, Europa loopt 'extreem ver' achter
Investeerder Peter Thiel denkt dat kunstmatige intelligentie groter kan worden dan het internet en een nieuwe periode van technologische groei kan inluiden. Tegelijk waarschuwt de medeoprichter van PayPal en Palantir dat Europa volgens hem “extreem ver” achterloopt op de Verenigde Staten als het gaat om AI. Dat zegt hij in een uitgebreid interview met Mathias Döpfner.
Thiel staat al jaren bekend om zijn zogenoemde stagnatiethese. Volgens hem is technologische vooruitgang sinds ongeveer de jaren zeventig veel minder indrukwekkend geweest dan vaak wordt aangenomen. Computers, software en internet ontwikkelden zich razendsnel, maar in sectoren als energie, ruimtevaart, chemie en zware industrie bleef echte vooruitgang volgens hem achter.
AI heeft hem daar gedeeltelijk anders naar laten kijken.
“Perhaps AI is bigger than the internet”, zegt Thiel tijdens het gesprek. Volgens hem heeft kunstmatige intelligentie ten minste de potentie om economische en technologische groei opnieuw te versnellen. Daarmee beschouwt hij AI niet simpelweg als een volgende generatie software, maar mogelijk als een technologie die brede delen van de economie kan veranderen.

AI afremmen heeft volgens Thiel ook een prijs

Veel discussies over kunstmatige intelligentie draaien momenteel om de vraag of AI te snel vooruitgaat. Thiel vindt dat daarbij te weinig aandacht is voor het tegenovergestelde scenario: een wereld waarin technologische vooruitgang juist wordt afgeremd.
Hij sluit extreme risico’s van AI niet volledig uit. In het interview bespreekt hij het scenario waarin een systeem uiteindelijk veel intelligenter wordt dan een mens en mogelijk buiten menselijke controle raakt. Hij zegt dat het vrijwel onmogelijk is om daar betrouwbare percentages aan te koppelen.
Zelfs wanneer het risico relatief klein zou zijn, bijvoorbeeld 5 of 10 procent, is het volgens Thiel ernstig genoeg om serieus te nemen.
Maar daaruit volgt volgens hem niet automatisch dat ontwikkeling moet worden vertraagd.
Thiel stelt dat langdurige economische stagnatie eveneens grote maatschappelijke risico’s veroorzaakt. Moderne samenlevingen zijn volgens hem gedeeltelijk gebouwd op de verwachting dat kinderen het materieel beter krijgen dan hun ouders. Wanneer die vooruitgang stopt, kunnen economische en politieke conflicten volgens hem sterker worden.
Daarmee zet hij zich af tegen het idee dat minder technologische vooruitgang automatisch een veiliger of stabieler alternatief is.

Wereldwijd AI afremmen lijkt hem vrijwel onmogelijk

Een ander probleem is volgens Thiel geopolitiek. Wanneer één land AI bewust vertraagt terwijl andere landen doorgaan, verschuift volgens hem vooral de technologische machtsverhouding.
In het gesprek komt China nadrukkelijk ter sprake. Thiel stelt dat een werkelijk gecoördineerde vertraging alleen mogelijk zou zijn wanneer vrijwel alle grote landen tegelijkertijd meedoen.
Daarvoor zou volgens hem een uitzonderlijk krachtige vorm van internationale samenwerking nodig zijn. Hij noemt zelfs het hypothetische voorbeeld van een soort wereldregering die zulke afspraken daadwerkelijk kan afdwingen. Dat ziet hij zelf als een mogelijk groter probleem dan de technologie die ermee gereguleerd moet worden.
De achterliggende vraag is herkenbaar binnen het huidige AI-debat: hoe effectief zijn nationale regels wanneer modellen, chips, datacenters en onderzoek wereldwijd worden ontwikkeld?

‘Europa is extreem ver achter’

Voor Europa is Thiel bijzonder kritisch.
Hij beschrijft de Verenigde Staten als de plaats waar de belangrijkste AI-ontwikkeling momenteel plaatsvindt. China ziet hij als een snelle achtervolger. Europa staat volgens hem aanzienlijk verder achter.
“Europe is extremely far behind”, zegt Thiel.
Volgens hem is het verschil niet alleen zichtbaar bij bedrijven die fundamentele AI-modellen ontwikkelen. Ook binnen traditionele ondernemingen zou in de Verenigde Staten veel meer urgentie bestaan om AI daadwerkelijk in bedrijfsprocessen te integreren.
Thiel verwijst daarbij naar Palantir, het databedrijf dat hij mede oprichtte. De vraag van Amerikaanse ondernemingen naar de technologie van Palantir zou de afgelopen jaren sterk zijn gegroeid, omdat bedrijven proberen uit te zoeken hoe zij zichzelf moeten aanpassen aan het AI-tijdperk.
In Europa ziet hij volgens eigen zeggen veel minder van die urgentie.

Concorde of Minitel?

Thiel gebruikt later in het gesprek twee historische voorbeelden om de positie van Europa uit te leggen: Concorde en Minitel.
De Concorde was het supersonische passagiersvliegtuig dat gezamenlijk door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk werd ontwikkeld. Hoewel Europa op het gebied van supersonische luchtvaart aanvankelijk achterliep op de Verenigde Staten, wist het volgens Thiel alsnog een ambitieus technologisch project neer te zetten.
Voor hem is Concorde daarom een voorbeeld van een situatie waarin Europa een technologische achterstand alsnog kan ombuigen.
Het Franse Minitel staat voor het tegenovergestelde.
Minitel was een Frans digitaal netwerk dat al vóór het wereldwijde web elektronische diensten aan huishoudens aanbood. Frankrijk probeerde daarmee een eigen digitaal ecosysteem op te bouwen, maar uiteindelijk werd het systeem volledig ingehaald door het open internet.
Thiel stelt vervolgens de vraag welke van de twee situaties het beste past bij Europese AI.
Zijn eigen oordeel is hard: Europa zou volgens hem momenteel zelfs verder achterlopen op AI dan Frankrijk destijds achterliep bij de ontwikkeling van het internet.

Waarom bouwt Europa zo weinig nieuwe techreuzen?

Thiel zoekt een deel van de verklaring bij de Europese ondernemerscultuur.
In Duitsland wordt volgens hem vaak gesproken over een angst om te falen. Zelf denkt hij dat er mogelijk ook sprake is van een “angst voor succes”.
Europese ondernemers zouden succesvolle bedrijven volgens hem minder vaak proberen uit te bouwen tot extreem grote internationale ondernemingen. Zodra een bedrijf goed draait, wordt het bijvoorbeeld verkocht in plaats van verder opgeschaald.
Thiel haalt daarbij een opvallende vergelijking aan tussen de rijkste Amerikanen en Duitsers.
Bij de jongere generatie zeer vermogende Amerikanen heeft volgens hem een groot deel het vermogen zelf opgebouwd door een bedrijf te starten. Bij de jongere Duitsers in dezelfde vermogenscategorie zou rijkdom volgens de cijfers die hij aanhaalt juist volledig uit erfenissen komen.
Voor Thiel staat dat symbool voor een groter probleem: Europa bouwt te weinig nieuwe ondernemingen die kunnen uitgroeien tot bedrijven van wereldformaat.

AI maakt de Europese achterstand zichtbaarder

De discussie gaat daarmee uiteindelijk over meer dan ChatGPT of grote taalmodellen.
AI legt volgens Thiel een probleem bloot dat al langer bestaat: de Verenigde Staten beschikken over een ecosysteem waarin nieuwe technologiebedrijven relatief snel extreem groot kunnen worden, terwijl Europa veel minder bedrijven heeft voortgebracht die wereldwijd de digitale infrastructuur domineren.
Dat betekent niet automatisch dat Europa de AI-race heeft verloren. De situatie is nog volop in beweging en Europese bedrijven, overheden en onderzoeksinstellingen investeren steeds meer in eigen AI-modellen, chips, supercomputers en datacenters.
Maar de schaal waarop Amerikaanse bedrijven investeren, maakt het verschil steeds zichtbaarder.
Bedrijven als Microsoft, Google, Amazon en Meta investeren tientallen miljarden in AI-infrastructuur. Daarnaast komen veel van de belangrijkste modellen en AI-platforms van Amerikaanse bedrijven zoals OpenAI, Anthropic, Google en Meta.
Europa heeft met bedrijven als Mistral AI wel eigen spelers, maar beschikt voorlopig niet over een vergelijkbaar ecosysteem op dezelfde schaal.
Thiels vergelijking met Concorde en Minitel vat de Europese uitdaging daardoor goed samen.
Europa kan proberen een eigen AI-industrie op te bouwen en de achterstand in te halen. Maar als investeringen, rekenkracht en schaal achterblijven, bestaat ook het risico dat Europese bedrijven uiteindelijk vooral gebruikers worden van technologie die elders wordt ontwikkeld.
Voor Thiel is AI daarom niet alleen een nieuwe technologische revolutie. Het is ook een test voor de vraag of Europa nog in staat is zelf grote technologische industrieën op te bouwen.
loading

Populair nieuws

Laatste reacties

Loading