Kunstmatige intelligentie kan werknemers productiever maken en zelfs helpen om burn-outs te verminderen. Toch heeft het intensieve gebruik van
AI-tools ook een keerzijde: het kan leiden tot mentale vermoeidheid en concentratieproblemen. Dat
blijkt uit onderzoek dat is besproken door Harvard Business Review naar de impact van AI op het brein van werknemers.
Volgens de studie ervaren sommige werknemers tot 25 procent meer mentale vermoeidheid wanneer zij regelmatig AI gebruiken in hun werk. Het fenomeen heeft inmiddels zelfs een naam gekregen: “AI brain fry”.
Wanneer AI je brein uitput
De mentale vermoeidheid ontstaat vooral wanneer werknemers het werk van AI-systemen moeten controleren. In plaats van zelf taken uit te voeren, moeten medewerkers vaak AI-gegenereerde output beoordelen, aanpassen en corrigeren.
Dat proces vraagt veel cognitieve energie. Het brein moet continu schakelen tussen informatiebronnen, grote hoeveelheden tekst verwerken en beslissingen nemen over de kwaliteit van AI-antwoorden.
Het resultaat kan een soort mentale mist zijn. Werknemers geven aan dat ze zich moeilijker kunnen concentreren, sneller hoofdpijn krijgen en moeite hebben met het nemen van beslissingen. De combinatie van informatie-overload en constant schakelen tussen taken lijkt daarbij een belangrijke rol te spelen.
Minder burn-outs, maar wel meer vermoeidheid
Tegelijkertijd heeft AI ook positieve effecten. Uit het onderzoek blijkt dat werknemers die AI-tools gebruiken minder kans hebben op burn-out dan collega’s die volledig zonder AI werken.
AI kan namelijk repetitieve taken automatiseren en processen versnellen. Daardoor krijgen werknemers meer werk gedaan in minder tijd.
Maar die efficiëntie heeft een keerzijde: medewerkers nemen vaak meer taken op zich of werken langer door, waardoor de mentale belasting alsnog kan oplopen.
Productiviteit stijgt door AI
AI-tools zorgen er volgens het onderzoek voor dat werknemers sneller werken, meer taken uitvoeren en meer output produceren. Dat maakt AI aantrekkelijk voor organisaties die hun productiviteit willen verhogen.
Tegelijkertijd waarschuwen onderzoekers dat werknemers hun eigen rol actief moeten blijven houden in het werkproces. Wanneer AI zowel het begin als het einde van een taak overneemt, blijft er voor mensen weinig cognitieve betrokkenheid over.
Volgens experts werkt het beter wanneer werknemers zelf de regie houden over het proces. Zij bepalen dan het doel en de aanpak van een taak, laten AI een deel van het werk uitvoeren en beoordelen vervolgens het resultaat.
Hoe je AI brain fry voorkomt
Onderzoekers adviseren verschillende manieren om mentale vermoeidheid door AI te beperken. Zo helpt het om AI niet het volledige werkproces te laten bepalen.
Een praktische methode is om AI vooral als hulpmiddel te gebruiken. Werknemers kunnen zelf een plan of idee formuleren, AI inzetten voor specifieke taken en daarna weer zelf de controle nemen over het eindresultaat.
Ook pauzes spelen een belangrijke rol. Experts raden aan om in blokken van 20 tot 30 minuten met AI te werken, gevolgd door korte momenten zonder scherm. Even lopen, koffie halen of een collega spreken kan helpen om het brein te resetten.
Daarnaast kan het verstandig zijn om kleine taken gewoon zelf te blijven doen, zoals het schrijven van korte e-mails of het samenvatten van gesprekken. Daarmee blijft het brein actief betrokken bij het werk.
AI blijft een hulpmiddel
Het onderzoek onderstreept dat AI een krachtig hulpmiddel kan zijn op de werkvloer, maar dat het niet zonder gevolgen is voor hoe mensen werken en denken.
Wanneer AI op de juiste manier wordt ingezet, kan het repetitieve taken verminderen en werk efficiënter maken. Maar als werknemers voortdurend AI-output moeten controleren en verwerken, kan dat juist leiden tot nieuwe vormen van mentale belasting.
De uitdaging voor organisaties wordt daarom om AI zo in te zetten dat het mensen ondersteunt, zonder dat het hun werkdag volledig overneemt.