De Tweede Kamer heeft begin 2026 ingestemd met de invoering van een nieuw box 3-stelsel per 2028. Daarmee komt een vermogensaanwasbelasting dichterbij. Beleggers, spaarders en bezitters van crypto en andere financiële bezittingen betalen straks jaarlijks belasting over waardestijgingen, ook als zij die winst nog niet hebben verzilverd. Dit besluit roept veel vragen en zorgen op. Wat houden deze plannen concreet in voor Nederlanders met vermogen?
Wat verandert er precies in box 3?
Het huidige box 3-systeem werkt met fictieve rendementen. De overheid gaat ervan uit dat spaargeld, beleggingen en andere bezittingen een bepaald gemiddeld rendement opleveren. Dat systeem ligt al jaren onder vuur en is meerdere keren door de rechter teruggefloten.
Vanaf 2028 wil de overheid overstappen op belasting over het werkelijke rendement. Voor financiële beleggingen zoals aandelen, obligaties en cryptovaluta betekent dit een vermogensaanwasbelasting. Dat houdt in dat je belasting betaalt over:
- koersstijgingen van je beleggingen;
- ontvangen rente en dividend;
- waardeveranderingen binnen één kalenderjaar.
Belangrijk detail: je hoeft je beleggingen niet te verkopen. De belasting wordt geheven op papierwinsten. Alleen bij vastgoed komt er grotendeels een heffing bij realisatie, aangevuld met regels voor eigen gebruik en aftrekbare kosten.
Waarom kiest de politiek voor deze vorm?
Volgens de overheid is een zuivere vermogenswinstbelasting, waarbij je pas belasting betaalt bij verkoop, op korte termijn niet uitvoerbaar. Banken en vermogensbeheerders kunnen de benodigde gegevens niet tijdig aanleveren. Tegelijkertijd wil de politiek voorkomen dat de schatkist jaarlijks miljarden misloopt.
Demissionair staatssecretaris Eugène Heijnen benadrukt dat uitstel van een nieuw stelsel de overheid jaarlijks ruim twee miljard euro kost. Die budgettaire druk verklaart waarom een meerderheid in de Tweede Kamer akkoord is gegaan met een oplossing die door veel partijen als tijdelijk en onvolmaakt wordt gezien.
Wat betekent dit concreet voor jouw vermogen?
Voor veel particuliere beleggers verandert de dynamiek van vermogensopbouw ingrijpend:
- Je betaalt belasting in jaren waarin je portefeuille stijgt, ook zonder verkoop.
- Bij dalende markten kun je verliezen verrekenen met toekomstige winsten, maar je krijgt geen belasting terug over eerdere jaren.
- Inflatiecorrectie ontbreekt. Stijgt je belegging vooral door geldontwaarding, dan betaal je daar alsnog belasting over.
- Het compound interest-effect, rente-op-rente, wordt afgeremd doordat jaarlijks vermogen wordt afgeroomd.
Voor spaarders met lage rendementen blijft de impact beperkter, maar voor mensen die bewust beleggen voor pensioen of financiële onafhankelijkheid kan de belastingdruk fors oplopen.
Worden alle vermogens gelijk behandeld?
Nee. Eigen woningen blijven grotendeels buiten box 3. Dat vergroot het verschil tussen huishoudens die vermogen opbouwen via vastgoed en mensen die sparen of beleggen. Ook grotere vermogens die zijn ondergebracht in een besloten vennootschap vallen onder box 2, met een ander belastingregime.
Dit verschil in behandeling voedt het gevoel van ongelijkheid bij een brede groep middenklassebeleggers. Juist zij bouwen vermogen op in box 3, zonder fiscale structuren of buitenlandse oplossingen.
Wat kun je als burger nu doen?
Tot 2028 verandert er formeel nog niets, maar voorbereiding wordt belangrijker. Denk aan:
- heroverwegen van je vermogensmix tussen sparen, beleggen en aflossen;
- inzicht krijgen in de jaarlijkse belastingdruk bij verschillende scenario’s;
- professioneel advies inwinnen over fiscale structuur, zonder overhaaste stappen.
Massale oplossingen of eenvoudige uitwegen bestaan niet. De nieuwe regels zijn complex en raken vrijwel iedereen met vermogen.
Conclusie
De nieuwe box 3-plannen betekenen een fundamentele koerswijziging in de Nederlandse vermogensbelasting. De overheid kiest voor zekerheid van inkomsten, terwijl beleggers meer risico dragen. Of dit stelsel standhoudt bij de rechter en politiek, moet de komende jaren blijken. Vast staat dat vermogensopbouw in
Nederland minder vanzelfsprekend wordt en dat fiscale planning belangrijker wordt dan ooit.