Grote Amerikaanse techbedrijven komen in opstand tegen de AI-plannen van de Europese Unie. Terwijl Brussel werkt aan strenge regelgeving om kunstmatige intelligentie veilig en transparant te maken, proberen bedrijven als Meta en Google deze regels actief af te zwakken. De spanningen tussen Silicon Valley en de Europese wetgevers nemen toe, en de uitkomst kan bepalend zijn voor de toekomst van AI in Europa.
De Europese Unie wil met de AI Act de eerste grootschalige wetgeving voor kunstmatige intelligentie ter wereld invoeren. Deze wet moet risico's beperken en burgers beschermen tegen misbruik van AI. Maar dat valt niet in goede aarde bij Big Tech:
Deze reacties maken duidelijk dat de technologische reuzen bang zijn dat de Europese aanpak hun innovatieve slagkracht beperkt.
De zorgen van Big Tech zijn niet nieuw. Ze vrezen dat:
Volgens critici zetten bedrijven als Meta en Google hun economische macht in om de wetgeving te beïnvloeden voordat deze definitief wordt.
De EU wil enerzijds haar burgers beschermen tegen AI-risico’s zoals discriminatie, deepfakes en ondoorzichtige algoritmes. Anderzijds wil zij ook niet achterop raken in de wereldwijde AI-race. Dit creëert een dilemma:
Brussel balanceert op een dun koord tussen bescherming en concurrentiekracht.
Het verzet van Big Tech kan gevolgen hebben voor:
Tegelijkertijd biedt het ook kansen: Europese bedrijven die wél voldoen aan strenge normen kunnen zich onderscheiden op het gebied van ethische AI.
De strijd tussen Big Tech en Brussel gaat over meer dan regels: het gaat over wie de spelregels bepaalt voor de technologie van de toekomst. Europa wil laten zien dat het mogelijk is om innovatie én ethiek te combineren. De vraag is of dat lukt, nu Silicon Valley zich ertegen keert.