De brede AI-aandelenrally in de wereldwijde financiële
markten begint te veranderen nu beleggers kritischer kijken naar welke bedrijven echt profiteren van kunstmatige intelligentie. Waar in de eerste golven van enthousiasme na de komst van generatieve AI-modellen vrijwel alles gelabeld werd als “AI-gerelateerd”, is er nu een duidelijker onderscheid ontstaan tussen bedrijven die directe voordelen lijken te halen uit de AI-revolutie en bedrijven die juist moeite hebben hun winstgroei te tonen, volgens
Reuters.
Verandering in marktgedrag
Toen
ChatGPT eind 2022 gelanceerd werd, zagen beleggers bijna elk technologiebedrijf als mogelijke winnaar van AI. Software-bedrijven, data-analytische diensten, chipmakers en zelfs specialisten in content werden allemaal opgenomen in brede AI-themafondsen en portefeuilles. In 2026 daarentegen zijn markten aan het splinteren. Beleggers letten niet meer alleen op AI-labeltjes, maar kijken scherper naar winstgevendheid, kapitaaluitgaven en of bedrijven daadwerkelijk omzet creëren met AI-technologie. Sommigen denken dat de dagen van ongedifferentie voorbij zijn nu de kosten voor AI-infrastructuur en rekenkracht blijven stijgen.
De koersvolatiliteit onder techaandelen laat deze verandering zien. De zogenaamde “Magnificent Seven”, de groep van de grootste Amerikaanse technologiebedrijven waaronder Microsoft, Meta en Alphabet, vertoont uiteenlopende prestaties ondanks dat ze allemaal agressief investeren in AI. In sommige gevallen daalden de
aandelen zelfs nadat er forse kapitaalinvesteringen werden aangekondigd, wat aangeeft dat beleggers de kosten kritisch wegen tegen de verwachte opbrengsten.
Verschil tussen hardware en software
Een opvallende trend is dat hardwareleveranciers, met name chipmakers en bedrijven die infrastructuur leveren voor AI-datacenters, relatief stevig blijven staan. Hun
aandelen presteren beter dan die van bedrijven die zich richten op software of data-analyse, die deze week duidelijke verliezen lieten zien. In de Verenigde Staten daalden de koersen van bedrijven zoals ServiceNow en Salesforce terwijl de daling van chip- en datacentergerelateerde aandelen veel kleiner was. Dit wijst op een markt waarin investeerders onderscheid maken tussen degenen die de basisinfrastructuur leveren en degenen die hopen te profiteren van algemene AI-adoptie in producten.
Ook regionaal zijn er verschillen zichtbaar. Zuid-Koreaanse markten, gesteund door sterke prestaties van grote geheugenchipmakers zoals Samsung en SK Hynix, laten aanzienlijke stijgingen zien, wat aangeeft dat investeerders buiten de VS kansen zoeken in segmenten van de AI-keten waar de vraag blijft groeien.
Software en data staan onder druk
In contrast met sommigen die profiteren van AI-infrastructuur, lijken software- en data-bedrijven underperformers te worden. Deze bedrijven werden aanvankelijk gecategoriseerd als mogelijke winnaars van AI door hun rol in toepassingen en productverbeteringen, maar recente marktbewegingen tonen dalingen in hun aandelenkoersen. Dit wijst erop dat beleggers sceptischer zijn over de mate waarin generatieve AI daadwerkelijk winstgevendheid oplevert binnen deze traditionele softwaremodellen.
Een bijkomend effect is dat trendvolgende beleggers en indexfondsen die eerder profiteerden van de brede AI-hype nu geconfronteerd worden met de noodzaak om selectiever te zijn. Brede strategieën lijken minder effectief in een markt waarin succes wordt bepaald door gedifferentieerde prestaties in plaats van alleen thema-exposure.
De markt in beweging
De fragmentatie van de AI-trade laat zien dat markten volwassen worden in hun beoordeling van wat AI-gerelateerd succes inhoudt. Het gaat niet langer om hoeveel een bedrijf “AI” in zijn naam of productlabels vermeldt, maar om hoe het die technologie omzet in daadwerkelijke winst of competitieve voordelen. Dit verandert het speelveld voor beleggers en kan de komende maanden nog meer scheidingen binnen sectoren laten zien naarmate resultaten en uitgavenpatronen duidelijker worden.