Onlangs heeft de Vrije Universiteit Brussel (VUB) aandacht gegenereerd door te overwegen om de samenwerking met twee Israëlische instellingen te beëindigen, een besluit dat in lijn ligt met de beoordelingen door onafhankelijke ethische comités. Het type onderzoek in kwestie, gericht op artificiële intelligentie (AI), heeft geleid tot discussie binnen de academische gemeenschap. Aangezien samenwerkingsverbanden met externe instellingen zorgvuldig worden geëvalueerd door de Brusselse universiteit en de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR). Dat meldt de universiteit in een persbericht.
De universiteit financiert een breed scala aan onderzoeksprojecten, variërend van medische studies, zoals borstkankerscreening, tot technologische innovaties die ten goede komen aan de patiëntenzorg. Oorlog en defensie zijn niet per se het einddoel van dit soort onderzoeken, maar ook in dat speelveld worden onderzoeken gebruikt.
In het licht van recent onderzoek heeft een ethische commissie besloten om een advies tegen voortzetting uit te brengen betreffende projecten gerelateerd aan artificiële intelligentie. Deze projecten ondergaan een grondige screening waarbij de volgende kernpunten centraal staan:
De uitkomsten leiden tot zorgen over de mogelijkheid van misbruik van de onderzoeksresultaten. Dit is in conflict met de ethische standaarden die men hanteert. Er zijn momenteel zes additionele projecten in behandeling, waarvan de helft binnenkort zal worden afgerond en de rest een langere doorlooptijd kent. Het is nog onduidelijk hoe dit precies gaat werken. Wel is duidelijk dat het onderzoek naar AI gebruikt kan worden om bijvoorbeeld doelen te bepalen.
De universiteit benoemt deze punten: