De razendsnelle vooruitgang in kunstmatige intelligentie (AI) is uitgegroeid tot het epicentrum van een wereldwijde machtsstrijd tussen het Westen en China. China heeft zich ontpopt als een belangrijke speler in AI-technologie. met strategische investeringen die de geopolitieke verhoudingen verschuiven en zelfs de wereldeconomie en de Amerikaanse concurrentiepositie beïnvloeden.
Tegelijkertijd willen de Verenigde Staten en hun bondgenoten hun voorsprong behouden, wat heeft geleid tot een wedloop met hoge inzet op economisch, technologisch en zelfs militair vlak.
In deze blogpost duiken we diep in de belangrijkste thema’s van deze AI-strijd: van economische implicaties en strategische technologieontwikkeling (chips, cloud, militaire toepassingen, quantum) tot regelgeving, ethiek en geopolitieke machtsverschuivingen. Ook belichten we de grote spelers – zoals OpenAI, Microsoft, DeepSeek, Alibaba en Anthropic – en bekijken we hoe Europa zich positioneert in dit krachtenspel.
De uitkomst van de AI-wedloop heeft enorme economische consequenties. Wie AI domineert, kan de toekomstige digitale economie naar zijn hand zetten. Chinese bedrijven bieden nu al goedkopere AI-oplossingen die wereldwijd de kosten voor bedrijven verlagen, maar ze verhogen tegelijk de druk op westerse concurrenten
Zo zorgt de opkomst van betaalbare Chinese AI-modellen ervoor dat westerse ondernemingen hun marges zien krimpen en hun businessmodellen moeten herzien. Daarnaast versnelt AI gedreven automatisering de transformatie van de arbeidsmarkt, wat traditionele banen onder druk zet. Productieketens verschuiven: AI en robotisering maken productie minder afhankelijk van goedkope arbeid, met ingrijpende gevolgen voor de mondiale supply chain.
De investeringen in AI zijn zowel in het Westen als in China gigantisch, maar volgen een verschillend patroon. In de Verenigde Staten pompen durfkapitalisten en techreuzen miljarden in AI-startups – een kapitaalinjectie die sommigen doet vrezen voor een beginnende AI-investeringsbubbel
Joe Tsai, topman van Alibaba, waarschuwde onlangs dat de explosieve groei van investeringen in Amerikaanse AI-bedrijven tekenen vertoont van een oververhitte markt, vergelijkbaar met de dotcomzeepbel van eind jaren ’90.
China kende de afgelopen jaren juist een vertraging door strengere regelgeving en economische tegenwind, maar maakt nu een voorzichtige comeback. Chinese techgiganten als Alibaba zijn na een periode van inkrimping weer begonnen met aannemen van personeel, gesteund door hernieuwd overheidsvertrouwen en een nationale AI-ambitie.
De ontmoeting van president Xi Jinping met techleiders markeert daarbij een symbolisch herstel van vertrouwen tussen Beijing en de technologiesector.
Europa kijkt met groeiende zorgen naar deze ontwikkelingen. Het continent loopt achterop in investeringen vergeleken met zowel de VS als China
Europese experts waarschuwen dat als Europa niet snel handelt, de Amerikaanse en Chinese spelers de AI-markt volledig zullen domineren. De Europese Rekenkamer benadrukte recent dat de EU veel meer moet investeren in AI om zijn concurrentiepositie veilig te stelen. Kortom, economisch gezien staat er veel op het spel: marktaandeel, toekomstige banen, en het verdienmodel van complete industrieën hangen af van wie de AI-voorsprong pakt.
AI-dominantie vereist controle over kritieke technologieën, met name geavanceerde chips en cloudinfrastructuur. Op dit front woedt een harde strijd. De Verenigde Staten hebben strikte beperkingen opgelegd op de export van high-end AI-hardware en halfgeleiders naar China
Topbedrijven als Nvidia mogen hun meest geavanceerde AI-chips niet langer vrij verkopen aan Chinese klanten. Deze exportcontroles dwingen China om alternatief te handelen: Beijing heeft zelfvoorziening in AI-chips tot topprioriteit gemaakt.
De Chinese overheid investeert fors in binnenlandse chipindustrie en versnelt onderzoek naar eigen halfgeleiders. Tegelijk zoeken Chinese bedrijven creatieve omwegen om toch over rekenkracht te beschikken. Zo huren sommige startups onder de noemer van de ‘Zes Kleine Draken’ simpelweg rekenkracht via cloudservices in het buitenland, in plaats van rechtstreeks dure Nvidia-hardware te kopen.
Dit illustreert hoe China open-source en cloudtechnologie inzet om Amerikaanse beperkingen te omzeilen.
Cloudinfrastructuur zelf is een slagveld op zich. Enorme datacenters en cloudplatforms zijn de ruggengraat voor AI-training en -diensten. Amerikaanse bedrijven hebben hier een voorsprong met spelers als Microsoft Azure en Amazon Web Services (AWS), die essentieel zijn voor het trainen en hosten van geavanceerde modellen.
Zo draait OpenAI’s technologische schaal grotendeels op de cloudcapaciteit van Microsoft en krijgt Anthropic via AWS toegang tot krachtige cloudinfrastructuur inclusief gespecialiseerde AI-chips als Trainium. China investeert echter minstens even hard: e-commercegigant Alibaba kondigde aan ruim 380 miljard yuan (≈ €50 miljard) in cloud computing en AI-infrastructuur te steken.
Ook Tencent, bekend van WeChat, verhoogt zijn AI-uitgaven en focust op eigen clouddiensten om te wedijveren met Amerikaanse concurrenten. Chinese bedrijven bouwen enorme cloudcentra en supercomputers om hun AI-ambities te ondersteunen, vaak gesteund door Beijing dat AI ziet als strategische pijler voor economische groei.
Ondanks de Amerikaanse sancties zien we dat China’s techreuzen niet stilzitten. Wanneer de VS de deur dichtdoet voor chips, openen Chinese bedrijven een raam via hun cloud: van Alibaba Cloud tot Tencent Cloud. Die drang naar technologische soevereiniteit maakt deel uit van een bredere trend waarin landen – zowel China als bijvoorbeeld Europa – minder afhankelijk willen zijn van buitenlandse technologie
De strijd om chips en cloud is daarmee een langdurige krachtmeting: het bepaalt wie de rekenkracht en infrastructuur bezit om de meest geavanceerde AI te creëren.
Naast economische en civiele toepassingen wordt AI gezien als een strategisch instrument in defensie. Zowel het Westen (met name de VS) als China beseffen dat geavanceerde AI militaire verhoudingen kan veranderen.
AI kan worden ingezet voor autonoom aangestuurde drones, snelle analyse van inlichtingen, cyberwapens en geavanceerde simulaties. China spreekt in zijn militaire doctrine over “intelligente oorlogvoering” en investeert in AI voor zijn Volksbevrijdingsleger, van slimme raketsystemen tot bewakingsalgoritmen. De VS en bondgenoten doen hetzelfde: projecten variërend van dronezwermen tot AI-assistenten voor piloten zijn in ontwikkeling.
Deze wedloop leidt tot zorgen over een AI-wapenwedloop: als beide supermachten AI in hun arsenaal integreren, zou dat de geopolitieke stabiliteit kunnen ondermijnen. Internationale afspraken over ethiek in militaire AI staan echter nog in de kinderschoenen. Er is wereldwijd discussie over het verbieden van autonome wapens, maar China en de VS wijzen daarbij naar elkaars ontwikkelingen en blijven ondertussen gestaag investeren.
Een andere technologische frontier is quantum computing, die nauw verweven is met de AI-strijd. Quantumcomputers beloven berekeningen uit te voeren die ver buiten het bereik van klassieke computers liggen, wat zowel AI-ontwikkeling als cryptografie op zijn kop kan zetten.
Het land dat quantum supremacy bereikt, zou een voordeel kunnen behalen in het trainen van AI-modellen of het kraken van versleutelde communicatie. China heeft de afgelopen jaren indrukwekkende stappen gezet: van recordbrekende quantumexperimenten tot de bouw van een quantum-netwerk tussen Beijing en Shanghai.
Het Westen is echter ook in volle vaart: de VS investeren via programma’s als de National Quantum Initiative, en Europese landen bundelen hun krachten in quantum-onderzoeksprojecten. Quantumtechnologie is zo de volgende race geworden. Hoewel quantum computing nog niet volwassen is, maken zowel Washington als Beijing zich klaar omdat een doorbraak op dit vlak een beslissende troefkaart kan zijn – in economische toepassingen én in nationale veiligheid.
Niet alleen investeringen en hardware bepalen de AI-strijd; ook regelgeving en ethische kaders vormen een belangrijk slagveld. Hier zien we opvallende contrasten tussen China en het Westen (waarbinnen de VS en Europa overigens eigen benaderingen hebben). Europa neemt een unieke positie in als het gaat om AI-regulering. Met de aankomende EU AI Act wil de EU wereldleider worden in het creëren van een juridisch en ethisch raamwerk voor AI
Deze wetgeving hanteert een risicogebaseerde benadering: hoe kritieker de toepassing (bijv. AI in rechtshandhaving of medische diagnostiek), des te strenger de eisen op het gebied van transparantie, menselijk toezicht en veiligheid.
Het doel is AI-systemen te ontwikkelen die transparant, verantwoord en in lijn met fundamentele rechten zijn. Dit levert solide consumentenbescherming op, maar het betekent ook dat AI-bedrijven uitgebreide nalevingsprocedures moeten doorlopen voordat ze nieuwe modellen in Europa mogen lanceren.
Het gevolg is dat Europeanen vaak later toegang krijgen tot nieuwe AI-technologieën dan Amerikanen. Zo werd ChatGPT’s betaalde versie pas met vertraging beschikbaar in Europa en heeft Italië zelfs tijdelijk het Chinese DeepSeek-model geblokkeerd wegens privacyzorgen onder de GDPR.
In de Verenigde Staten daarentegen is de aanpak tot nu toe vrij marktgedreven. Amerikaanse toezichthouders hebben (nog) geen alomvattende AI-wet, waardoor bedrijven als OpenAI, Google en Anthropic hun modellen sneller kunnen uitrollen op de thuismarkt
Wel groeit ook in de VS het debat over regulering: grote AI-spelers lobbyen voor soepelere regels rond copyright en data om innovatie te versnellen, met het argument dat de VS anders niet kan bijbenen in de concurrentie met China.
Tegelijk benadrukken sommige Amerikaanse AI-bedrijven, zoals Anthropic, juist dat zekere regulering nodig is om misbruik en risico’s te voorkomen.De Amerikaanse benadering balanceert dus tussen innovatie stimuleren en veiligheid waarborgen, en de komende tijd zal uitwijzen waar dat evenwicht komt te liggen.
Het is duidelijk dat de VS een middenweg probeert te vinden, zeker nu Europa streng reguleert – een flexibeler Amerikaanse koers zou druk op de EU kunnen zetten om haar regels te herzien, terwijl omgekeerd de strikte EU-koers als tegenwicht kan dienen voor een vrijere VS-aanpak.
China’s benadering van AI-ethiek en regulering verschilt opnieuw. De Chinese overheid houdt een strakke greep op AI-ontwikkelingen, in lijn met bredere partijdoelen van controle en stabiliteit. AI-toepassingen worden in China niet alleen gezien als economische motor, maar ook als instrument voor politieke controle en censuur
Beijing heeft recent richtlijnen ingevoerd die generatieve AI verplichten om de “socialistische kernwaarden” te respecteren en geen verboden content te produceren. Bedrijven moeten algoritmen laten registreren en zijn wettelijk aansprakelijk voor wat hun AI-systemen genereren.
Dit betekent dat ethiek in China grotendeels door de lens van staatsveiligheid en sociale orde wordt benaderd, terwijl begrippen als privacy of vrijheid van meningsuiting minder nadruk krijgen dan in Europa.
Ironisch genoeg omarmt China tegelijkertijd open-source AI (zoals bij DeepSeek) om technologische vooruitgang te boeken, zelfs als openheid in informatie-ecosysteem elders beperkt is.
De verschillend ingestelde benaderingen leiden tot onderlinge argwaan. In de VS klinkt vanuit sommige hoeken de roep om Chinese AI-modellen juist te beperken: OpenAI stelde in een beleidsvoorstel zelfs voor om Chinese AI-modellen te verbieden in landen als de VS, met het argument dat labs als DeepSeek “staatgestuurd” zouden zijn en dat hun gebruik privacy- en veiligheidsrisico’s zou meebrengen
Dergelijke oproepen illustreren hoe sterk geopolitiek en ethiek verstrengeld raken: iedere partij wantrouwt de ander’s AI vanwege mogelijke ingebouwde waarden of achterdeurtjes. Het Westen vreest bijvoorbeeld dat Chinese AI onderhevig is aan overheidsinmenging, terwijl China op zijn beurt westerse AI bekritiseert wegens vermeende culturele biases of hegemoniale invloed.
AI wordt steeds meer gezien als een geopolitieke gamechanger – een technologie die de machtsbalans tussen naties kan herschikken. China’s AI-offensief laat zien hoe AI uitgegroeid is tot een strategisch machtsmiddel in de mondiale technologieoorlog
De vraag die boven de markt hangt: kan China de decennialange technologische dominantie van de Verenigde Staten doorbreken met zijn AI-voorsprong, en wat betekent dat voor de wereldorde?
Eén duidelijk effect is dat China zich profileert als AI-hub voor opkomende markten. Onder initiatieven als het Belt and Road Initiative investeert China in digitale infrastructuur en AI-projecten in regio’s als Zuidoost-Azië, Afrika en Zuid-Amerika
In landen als Brazilië zet China mee datacenters op (aangelokt door goedkope groene stroom), en in heel de ontwikkelingswereld biedt het Chinese AI-oplossingen aan – van slimme stadstechnologie tot surveillance-systemen. Deze export van Chinese AI geeft Beijing nieuwe invloed in landen die voorheen onder Westerse technologiedominantie vielen.
Opkomende economieën moeten soms kiezen: werken ze samen met Chinese techleveranciers of met Westerse? Die keuze heeft niet louter technische, maar ook geopolitieke consequenties. Zo vergroot China zijn soft power: wie de AI van een land levert, krijgt indirect invloed op standaarden, data-infrastructuur en mogelijk zelfs politieke allianties.
De Verenigde Staten en bondgenoten proberen intussen hun eigen invloedssfeer te beschermen. Door handelsrestricties, exportverboden en diplomatieke druk tracht Washington te voorkomen dat Chinese AI zich te breed vertakt. Denk aan het lobbyen bij Europese landen om Huawei (in telecom) te weren – een voorbeeld dat zich zou kunnen herhalen bij Chinese AI-software of cloudservices.
Daarnaast zien we een toenemende technologische tweedeling: een splinternet in AI waarbij Chinese en Westerse systemen niet naadloos op elkaar aansluiten en elk hun eigen ecosystemen kennen.
Landen als Noord-Korea of Iran leunen nu al op Chinese (of eigen) AI-ontwikkelingen, terwijl westerse bondgenoten eerder Amerikaanse oplossingen kiezen. Deze blokvorming versterkt de machtsverschuiving: als China nog meer landen aan zijn digitale zijde krijgt, kan het instituties en standaarden mede gaan dicteren.
De wereldhandel ondergaat eveneens veranderingen door AI-dominantie. Chinese AI-bedrijven veroveren marktaandeel in sectoren waar voorheen Westerse bedrijven heersten, van e-commerce tot fintech. Goedkopere Chinese AI maakt diensten toegankelijker, maar duwt tegelijk Westerse concurrenten uit bepaalde markten
Bovendien kan AI-gedreven automatisering traditionele exportmodellen opschudden – bijvoorbeeld minder uitbesteding van productie aan lageloonlanden, omdat robots het overnemen. Voor landen die hun ontwikkeling baseren op goedkope arbeid, kan dat een economische verschuiving betekenen die de geopolitieke krachtsverhoudingen wijzigt.
Kortom, een voorsprong in AI vertaalt zich voor zowel China als het Westen naar strategische macht. Technologie is diplomatie geworden: welke AI-systemen een land gebruikt, zou in de toekomst net zo belangrijk kunnen zijn als welke alliantieverdragen het heeft ondertekend. AI beïnvloedt daarmee rechtstreeks de machtspositie van staten en blokken in de 21e eeuw.
Deze geopolitieke strijd wordt aangedreven door een handvol grote spelers – techbedrijven en labs – die met hun AI-innovaties de toon zetten. Hieronder belichten we de belangrijkste spelers en hun strategieën:
Temidden van deze titanenstrijd tussen de VS en China probeert Europa zijn eigen koers te varen. Europa beschikt niet over techgiganten van dezelfde schaal als Google of Alibaba, maar zet in op een combinatie van regulering, samenwerking en gerichte investeringen om toch relevant te blijven in het AI-tijdperk
Zoals eerder genoemd heeft de EU met de AI Act de strengste AI-regelgeving ter wereld in voorbereiding. Deze focus op ethiek en consumentenbescherming geeft Europa een soort moreel leiderschap in het debat over verantwoord AI-gebruik. Europese waarden – transparantie, privacy, non-discriminatie – worden actief verankerd in wetgeving, wat een unieke benadering is vergeleken met de Amerikaanse en Chinese aanpak.
Het nadeel is echter dat Europese gebruikers en bedrijven vaak letterlijk en figuurlijk achteraan in de rij staan bij AI-innovaties. Nieuwe AI-functies en producten lanceren steevast eerst in de VS (of China) en pas later, na juridische checkboxes, in Europa.
Dit heeft geleid tot frustratie in de Europese techsector: ondernemers zien hoe hun Amerikaanse concurrenten al met de nieuwste AI spelen, terwijl zij moeten wachten op goedkeuring. De strenge regelgeving – denk aan transparantie-eisen, privacyregels in lijn met de GDPR en verplichte risicobeoordelingen – brengt bovendien hoge nalevingskosten met zich mee, wat vooral startups onevenredig raakt.
Ondanks deze hobbels blijft de Europese AI-sector niet stilzitten. In 2024 haalden Europese AI-startups samen zo’n $8 miljard op aan investeringen, met name gedreven door een boom aan nieuwe bedrijven in hubs zoals Frankrijk, Duitsland en de Benelux. Initiatieven als OpenEuroLLM (een Europees open source taalmodel) kregen zelfs erkenning van de Europese Commissie.
En pan-Europese samenwerkingen worden gestimuleerd via kennisnetwerken, AI-onderzoekscentra en digital innovation hubs. Europa probeert daarmee zijn versnipperde innovatiekracht te bundelen.
Toch groeit het besef dat dit mogelijk niet genoeg is. De kloof met de VS en China wordt eerder groter dan kleiner
Europese politici debatteren dan ook of de huidige aanpak houdbaar is. Frankrijk bijvoorbeeld waarschuwt dat zonder drastische opschaling van investeringen en wellicht een flexibelere regelgevingshouding, Europa veroordeeld is tot het blijven volgen in plaats van leiden.
De Europese Commissie lanceerde recent een brede AI-strategie om de industriële adoptie van AI te versnellen, maar experts zijn sceptisch zolang de regelgeving niet sneller en adaptiever wordt.
Tegenstanders van overregulering wijzen op de lessen van de GDPR: goed bedoeld voor privacy, maar het heeft Europese bedrijven ook vertraagd in digitale innovatie. Europa staat dus voor een strategisch dilemma: blijft het trouw aan zijn waardengedreven aanpak, of moet het pragmatischer worden om niet buitenspel te raken?
De komende jaren zullen uitwijzen of de EU de gulden middenweg kan vinden – waarborging van ethiek zónder zichzelf economische kansen te ontzeggen. In het beste geval kan Europa uitgroeien tot een leider in verantwoorde AI, die innovatieve AI koppelt aan sterke waarborgen, en zo een derde pol wordt naast de VS en China. In het slechtste geval raakt Europa afhankelijk van buitenlandse AI-technologie en verliest het invloed in de digitale toekomst.
De geopolitieke, economische en technologische strijd om AI-dominantie tussen het Westen en China is in volle gang en zal de komende jaren alleen maar intensiveren. AI is niet langer slechts een technologie, maar een strategische factor die economieën kan maken of breken, militaire macht kan vergroten en globale machtsverhoudingen kan kantelen. China laat zien hoe een nationale AI-offensief de wereldorde kan uitdagen, terwijl het Westen zijn eigen sterke troeven – innovatiekracht, kapitalen en allianties – inzet om voorop te blijven. Tussen deze twee kolossen zoekt Europa naar een eigen rol, balancerend tussen hoogstaande ethische normen en de urgentie om mee te doen in de AI-revolutie
Een paar dingen staan vast. Ten eerste zal de economische impact van AI enorm zijn: van nieuwe industrieën en efficiëntieslagen tot verschuivingen in werkgelegenheid en mondiale handelspatronen.
Ten tweede wordt de toegang tot kritieke technologieën – chips, cloud, algoritmes – een beslissende factor: landen en bedrijven die hierin achterblijven, riskeren afhankelijkheid van anderen. Ten derde zullen de waarden en regels die we rond AI opstellen, onze samenlevingen diepgaand beïnvloeden: de tegenstelling tussen een gecontroleerd AI-model (China) en een vrijer, democratisch model (Westen) zal mede bepalen hoe AI wordt ervaren door burgers wereldwijd.
En tot slot: samenwerking en concurrentie zullen hand in hand gaan. We zien al dat techgiganten soms over grenzen heen samenwerken (zoals investeringen van Amazon en Google in Anthropic) terwijl naties elkaar tegelijkertijd in de tang houden met sancties en standaarden.
AI is het nieuwe speelveld waarop grootmachten hun rivaliteit uitvechten, en de inzet is niet minder dan technologisch leiderschap in de 21e eeuw. Of het nu gaat om economische voorspoed, nationale veiligheid of ideologische invloed – wie de AI-race wint, zal een groot stempel drukken op de toekomst.
De wereld kijkt toe of China erin slaagt de Amerikaanse dominantie te doorbreken of dat Westerse innovaties de voorsprong behouden. Eén ding is zeker: deze AI-wedloop is nog maar net begonnen, en de uitkomst zal de contouren van de mondiale orde voor decennia bepalen.